Biologisch boeren met ruim 1.300 melkkoeien

Foto: Theo Brumelaar
In Zuid-Zweden begonnen acht compagnons een paar jaar geleden een ambitieus, groot melkveeproject. Met basic, maar zeer degelijke stallen.In het merengebied in het noorden van Zuid-Zweden staat een bepaald niet standaard Zweeds familiebedrijf: Vadsbo Mjölk. Tussen twee dennenbossen loopt een zandweg tussen de weilanden door. In het midden ervan ligt het erf met daarop grote zilverkleurige silo’s en rode, typisch Zweedse gebouwen. “Hier houden we 1.340 melkkoeien, biologisch. We voldoen aan de norm van 2 hectare per koe”, zegt bedrijfsleider Lars Svensson. “Op grote schaal biologisch boeren was onze uitdaging. We wilden weten of het werkt en of er een markt voor is in Zweden. Het perspectief lijkt goed. De biologische markt groeit sinds 2013 jaarlijks met 25%. En Zweden betalen graag voor zuivel uit eigen land.”Het biologische bedrijf telt 1.340 melkkoeien die in groepen van 160 staan. De veestapel bestaat voor 50% uit Zweeds Roodbont en voor 50% uit Holsteins. Foto's: Theo BrumelaarSvensson zit met zeven akkerbouwers in een bv. Er is daardoor grond genoeg om qua voer zelfvoorzienend te zijn, ook al zijn de opbrengsten door het koudere klimaat lager dan in Nederland. Naast 230 hectare grasland voor weidegang hebben de compagnons onder meer 800 hectare grasland voor de winning van silage, 420 hectare tarwe, 450 hectare gerst, 450 hectare haver, 100 hectare rogge en 250 hectare bonen. Svensson: “Onze kleigrond is zeer goede grond voor bonen. Die hebben veel eiwitten voor de koeien. Al met al is er meer dan genoeg voer. In een normaal jaar hebben we 4.000 tot 4.500 ton per jaar nodig. Daar zitten we meestal iets boven. 2017 was zelfs een heel goed jaar. De oogst kwam uit op 6.300 ton. We kopen vaak alleen wat soja aan.”De melkkoeien staan in drie stallen, parallel aan elkaar. Met de melkstal in de middelste. De stallen zijn via een horizontale gang verbonden.Met 1.340 koeien – Holsteins en Zweeds Roodbont (meer vet/eiwit, alleen 1.000 liter minder jaarmelkproductie) – heeft Svensson veel mest. Maar met zoveel eigen land is dat geen probleem. Bovendien is dit schone mest. De koeienmest wordt namelijk via een mestbassin vrijwel direct naar een biogasinstalatie gepompt die 1 kilometer verderop staat. Vervolgens komt er mest van betere kwaliteit terug op het eigen land. Het gewonnen biogas wordt ingezet in de Zweedse stad Karlstad; bussen rijden er op. Rendement geeft de installatie echter nog niet, stelt Svensson. “Een subsidie zorgt voor de slagroom op de taart. Subsidieloos zouden we net quitte draaien.”Geen strenge milieuregels. Een gewone, dichte betonnen vloer en rubber matten met zaagsel in de boxen.Degelijke stallen, geen opsmukOp het erf zijn de drie grote en lange ligboxenstallen op ongeveer 20 meter afstand van elkaar geplaatst. Helemaal rechts ervan bevindt zich nog een jongveestal met daarvoor igloboxen voor de kalveren. In de stallen staan de koeien in groepen van elk 160 gehuisvest. Wat opvalt is dat het goede stallen zonder al te veel tierelantijntjes zijn. Emissiearme vloeren, diepstrooiselboxen of melk- en mestrobots zijn hier niet te vinden. Toch zijn er wel degelijk eisen voor Zweeds biologisch. Svensson: “De ligboxen moeten minimaal 1,20 meter breed zijn. Ook geldt de norm van 2 hectare per koe, is 3 maanden lang 12,5 uur weidegang per dag verplicht en moeten de koeien nog twee extra maanden een uurtje buiten lopen. Daarnaast mogen we koe en kalf in de eerste 24 uur na de geboorte niet scheiden en krijgen kalveren in de eerste drie maanden volle melk en geen melkpoeder.”CEO Lars Svensson.Aanvullende milieueisen zoals in Nederland zijn er echter niet. Omdat ondergrondse mestopslag in Zweden verboden is, lopen de koeien op gewone, dichte betonnen vloeren en liggen ze in de boxen op rubber matten met zaagsel. Echte automatisering ontbreekt ook, op separatiepoorten na. Het maakt – in combinatie met de schaalgrootte – dat de stal naar Zweedse maatstaven de helft kost van gangbaar: € 5.100 per koeplaats. Vanuit Nederlandse perspectief is dat duur, maar stallenbouw is in Zweden vrij prijzig. Dat heeft onder meer met veel betongebruik en klimaatmaatregelen te maken. Al is dat laatste een kleiner probleem dan gedacht. “Strenge winters zijn hier niet standaard”, zegt Svensson. Alleen als het kouder dan -15 graden Celcius wordt, krijgen we het qua mest lastig. Maar dat komt misschien drie dagen per jaar voor.”Melkcarrousel ideaalDoordat de stallen via een verticale gang met elkaar verbonden zijn, kunnen alle koeien in de middelste stal gemolken worden. Hier is een wachtruimte met daarachter een 60-stands-melkcarrousel. Die draait vooral op melkers uit Litouwen. Zweedse melkers zijn beperkt beschikbaar en zijn ook duurder. De onderhoudsvriendelijke carrousel bevalt Svensson erg goed. “Met voldoende personeel is het een ideaal systeem. Dure melkrobots zijn bij meer dan 1.000 koeien ook geen reëel alternatief.”Melk gaat niet naar Arla, maar naar Skånemejerier. Dit bedrijf – vooral actief in Zuid-Zweden – heeft 15% van de markt in handen.Ondanks de gunstige perspectieven voor biologische zuivel van Zweedse bodem, zijn de prijzen niet veel anders dan in Nederland. De melkprijs voor gangbare melk is ongeveer € 0,34 per kilo. Voor biologische melk komt daar € 0,12 per kilo bij op. Toch ziet Svensson – wiens koeien jaarlijks 12.000 ton melk produceren – wel een opgaande tendens voor de biologische zuivelmarkt. “De biologische melkprijs is veel stabieler dan de gangbare. De reden is simpel: alle zuivel blijft in eigen land en daardoor zijn de pieken en dalen veel minder extreem. Bovendien is de Zweedse consument steeds meer bereid om extra voor biologisch te betalen.”De koeien worden gemolken in een 60 stands-melkcarrousel. De melkers komen allemaal uit Litouwen.Melkveehouderij in (Zuid-)ZwedenZweedse melkveehouders zitten vooral in het zuiden van het land. Zweden telt nog ruim 4.000 veehouders en 350.000 melkkoeien. Het gemiddelde bedrijf telt negentig melkkoeien. De melkaanvoer kwam in 2016 uit op 2,8 miljoen ton. Ter vergelijking: de Nederlandse aanvoer kwam dat jaar uit op 14,3 miljoen ton. Arla is de grootste zuivelverwerker in Zweden met 60 tot 65% van de markt en heeft een afnameplicht. Daarnaast zijn er enkele kleinere verwerkers. In Zweden zijn tijdens de slechte melkjaren veel familiebedrijven gestopt. Een belangrijke reden is dat de beoogde opvolgers liever wat anders gaan doen. Het is in Zweden makkelijk om een baan buiten de sector te vinden. Ook liggen lonen veel hoger dan in Nederland. Dan lonkt het hardere werk op het boerenbedrijf niet. Milieuregels in Zweden zijn lang niet zo streng als in Nederland. Qua dierenwelzijn is dat anders. Weidegang is een belangrijk thema en moet goed ingebed zijn in de bedrijfsvoering. Dan is er nog één opvallend verschil met Nederland. Het boerenimago. Dat is in Zweden erg goed en verbetert zelfs.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









