Benchmark zet data om naar actie

Foto: Ronald Hissink
Wie zijn data levert om voerefficiëntie te berekenen krijgt direct de eigen waarden terug in kengetallen. Met voldoende achterliggende data zijn er nu de eerste benchmarks waar de veehouder zich aan kan spiegelen.Veehouders die rond 40% mais in hun melkveerantsoen hebben, draaien een beter voersaldo per koe dan hun collega’s die geen mais in het rantsoen hebben. Mais zorgt ook voor een gemiddeld hogere voerefficiëntie. Dat geldt ook voor bedrijven met een hoge gemiddelde dagproductie. En dat werkt ook positief door op het voersaldo. Dat zijn 2 belangrijke conclusies uit de eerste benchmark van Agrovision met betrekking tot voerefficiëntie.Cijfers vergelijkenVerzamelen van data is 1 ding. Maar ze interpreteren en omzetten naar actie is al lastiger. Want hoe weet je van technische resultaten of ze goed zijn of voor verbetering vatbaar? Dan moet je de data kunnen vergelijken. Dat is precies de insteek die Agrovision voor ogen heeft bij het verwerken van data rondom voerefficiëntie.Het softwarebedrijf uit Deventer introduceerde voor de melkveehouderij in 2015 de Voerwinstmonitor. Dit is een service voor elke Agrovision-klant. “Enige voorwaarde is dat de klant het voer dat hij aan zijn vee verstrekt, kan wegen”, zegt Fokko de Vries, teamleider support melkvee. “Veelal gaat het om veehouders met een voermengwagen, maar ook degenen die een voerwagen hebben, maar wel kunnen wegen via de voorlader bijvoorbeeld, kunnen deelnemen.”De klant ontvangt dagelijks een overzicht met daarin de variaties in onder meer de voerefficiëntie. “Maar omdat dit van dag tot dag behoorlijk kan verschillen, presenteren we ook een weekgemiddelde. Dan worden de pieken en dalen vlakker en zie je veel beter de trend in het verloop van de voerefficiëntie”, geeft De Vries aan.Start benchmarkGedurende de afgelopen jaren is de module geoptimaliseerd en nu wordt de volgende stap gezet. “Onze klanten willen namelijk niet alleen weten hoe ze het op eigen bedrijf doen, maar ook ten opzichte van anderen”, meldt Gerrit Braakman, productmanager melkvee bij Agrovision. “Om aan die vraag te voldoen starten we nu met een benchmark. Deze is uniek, en biedt veel toegevoegde waarde door de data inzichtelijk te maken en vergelijkbaar met andere bedrijven.”Inmiddels heeft Agrovision ruim 400 klanten die met de Voerwinstmonitor werken en dat biedt voldoende achterliggende data om een betrouwbare benchmark te presenteren. Agrovision start, naast het algemeen overzicht van het gemiddelde van alle deelnemers (tabel 1), in eerste instantie met 2 benchmarks: een op basis van maisaandeel in het rantsoen (tabel 2), de ander op basis van productieniveau per koe per dag (tabel 3). Deze verzamelde data worden in Boerderij voor het eerst gepresenteerd en eind februari, in studieclubverband op 3 plaatsen in Zuid-, Midden-, en Noord Nederland voorgelegd en besproken met deelnemers.Gemiddelde van alle deelnemersIn de eerste tabel wordt duidelijk hoe de gemiddelden per maand zich ontwikkelen. Daar is een duidelijk stijgende lijn in de productie zichtbaar, van 29,6 kilo
meetmelk in oktober naar 30,8 kilo meetmelk per koe per dag in december.Ook is te zien dat de veehouders aan het eind van het jaar gemiddeld iets minder koeien houden, waarschijnlijk als gevolg van de laatste slag om binnen de fosfaatreferentie te kunnen blijven. Bij de gestegen melkproductie is ook de voeropname, zowel in ruwvoer als krachtvoer iets gestegen. De voerefficiëntie blijft ongewijzigd op gemiddeld 1,4 liggen. De voerkosten stijgen als gevolg van de hogere opname ook. Het saldo in december is en stuk hoger, maar dat komt vooral omdat veel veehouders in december de weidepremie uitgekeerd hebben gekregen. Zonder die premie is de melkgeldopbrengst ongeveer gelijk aan die van de voorgaande maanden.Gerangschikt op basis van maisaandeelInteressanter wordt het als de cijfers worden gerangschikt op basis van maisaandeel in het rantsoen. Veel veehouders zitten rond 40%. Door de grens op 50% te leggen worden de verschillen en de toegevoegde waarde van mais in de tweede tabel duidelijk.De Vries: “Naarmate er meer mais in het rantsoen zit neemt de melkproductie toe. Het zijn ook met name de grotere bedrijven die meer mais in het rantsoen gebruiken.” Bij een hoger aandeel mais wordt ook duidelijk dat er meer krachtvoer nodig is. De groep in de tweede kolom (1-50% mais) voert gemiddeld 34% mais in het rantsoen. De groep in de derde kolom komt uit op 59%. De toegenomen melkopbrengsten bij veehouders in de laatste groep gaat echter op aan de toegenomen voerkosten, vooral uit aankoop eiwit, dat relatief duur is. De voerefficiëntie van de tweede en derde groep ligt op hetzelfde niveau, net als het saldo per koe per dag. Meer dan gemiddeld 40% mais levert dan dus geen extra voordeel meer op. Voor intensieve bedrijven is het echter wel gemakkelijker om mais aan te kopen. Een extra voordeel zit daar dus niet zozeer in op gebied van voerefficiëntie.Niet vergelijkbaarVoor de veehouder die alleen gras voert, betekent dit niet dat hij gelijk mais moet kopen. Zeker als hij al meer dan voldoende gras heeft, is aankoop van extra ruwvoer niet zinvol. Het betekent wel dat een veehouder met alleen gras zich niet moet willen meten met veehouders die wel veel mais voeren. Braakman: “Juist daarom is een benchmark goed. Wie alleen gras voert, kan zich niet vergelijken met bedrijven met mais. Maar draait hij een efficiëntie van 1,25 met een index van 88% (mate waarin de potentiële voerefficiëntie wordt bereikt) dan kan hij in de eerste kolom zien dat hij onder het gemiddelde van die groep presteert. Dat is een signaal dat hij, samen met zijn adviseurs, moet gaan kijken naar de oorzaken die ertoe leiden dat de efficiëntie achterblijft. Dan moet je op zoek naar de zwakste schakel en die verbeteren. Zo zet de benchmark data om in actie.”Hoge dagproductieIn de derde tabel wordt duidelijk dat het loont om een hoge dagproductie te realiseren. De groep met de meeste kilo’s meetmelk per dag heeft de hoogste melkopbrengsten per koe.Hoewel de voerkosten ook hoger zijn stijgt het saldo nog wel altijd bij toenemende dagproductie. Tussen de hoogste en laagste melkproductie zit bijna 10 liter per koe. Met bijna € 2 verschil per koe per dag gaat het om € 6.000 verschil per maand ofwel € 72.000 per jaar. Als een veehouder een relatief lage productie heeft, kan hij zich afvragen waar dat door komt. Zit dat in het rantsoen? In de tabel is duidelijk te zien dat de groep met de hoogste melkproductie zich kenmerkt door een laag aandeel vaarzen, het lactatiestadium en het aandeel mais in het rantsoen.Hoe meer data hoe beterIn overleg met de klanten en via de studieclubs worden nu eerst deze resultaten besproken. Afhankelijk van de vraag kan het zijn dat er nog een of meer benchmarks volgen bijvoorbeeld op basis van wel of geen weidegang of intensiteit.Braakman roept in elk geval iedere klant op die zijn voer kan wegen om deel te nemen aan de Voerwinstmonitor. Er zitten geen extra kosten aan de benchmark, en hoe meer data er binnenkomen hoe robuuster de uitkomsten en de vergelijkingsgroepen. “Nog belangrijker, de klant kan er gewoon geld mee verdienen door scherp te worden op voerefficiëntie.”Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









