Alleen ruitzaai nog in beeld

Alleen ruitzaai staat op dit moment nog in de belangstelling en de effecten van deze methode worden, nu voor het derde jaar, onderzocht door Wageningen University. Foto: Theo Galama
Van alle alternatieve methoden voor mais zaaien, anders dan op 75 centimeter rijafstand, is er tot dusver geen geslaagd om meerwaarde te brengen.In de maisteelt zijn in de laatste decennia varianten van methoden voor het zaaien bedacht en uitgeprobeerd. Toch heeft geen van alle methoden echt opgang gemaakt. Vooral ruitzaai staat de laatste jaren in de belangstelling. De omvang van deze teeltmethode is echter nog relatief gering en voor de meeste telers blijft gangbaar mais zaaien op 75 centimeter het devies.Ruimte voor de plantNaast het gangbare zaaien met 75 centimeter tussen de rijen, zijn deltazaai, stereozaai, ruitzaai, volveldse zaai en zaaien op een rijafstand 50 of 37,5 centimeter bekend. Bij alle varianten wordt de afstand tussen de rijen verkleind, zodat de afstand tussen de planten in de rij groter wordt. Dit om de plant meer ruimte te geven. Meer ruimte voor de plant wordt ook bereikt door volveldse zaai.Alle mechanisatie in zaaien, onkruidbestrijding, onderzaai en oogst van mais is gebaseerd op de gangbare teeltmethode met 75 centimeter afstand tussen de rijen. Foto Michel VeldermanMeer licht, minder onkruidDe betere verspreiding van de maisplanten heeft een aantal doelen. Meer ruimte voor de plant geeft meer kans op het opvangen van licht, waardoor een snellere beginontwikkeling mogelijk is. Daarnaast is het gewas sneller gesloten en dat geeft onkruid minder kans. Nog een voordeel is dat de plant het wortelstelsel rondom kan ontwikkelen, terwijl bij een korte afstand in de rij een meer zijwaartse, ovale ontwikkeling van het wortelstelsel is. Jos Groot Koerkamp, commercieel manager bij Limagrain, geeft aan dat een maisplant het wortelstelsel het best ontwikkelt als deze een ruimte heeft met een diameter van circa 30 centimeter. “Bij een optimale ontwikkeling van het wortelstelsel zou er ook betere opname, of in elk geval een betere worteldekking over het veld zijn, waardoor nutriënten uit een volveldse bemesting beter benut zouden kunnen worden.”Geen succes met alternatievenHerman van Schooten, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research: “Dat een aantal methoden geen opgang heeft gevonden, komt vooral omdat in de regel geen of onvoldoende extra opbrengst wordt gevonden.” Om een alternatieve methode goed te laten slagen, moeten er ook aanpassingen gedaan worden op het gebied van zaaimachines en onkruidbestrijding, zowel chemisch als mechanisch. Als de alternatieven niets extra’s bieden, komen er ook geen ontwikkelingen of investeringen op dat gebied. En daar ligt volgens Groot Koerkamp een volgend probleem. “De machinefabrikanten denken natuurlijk breder dan alleen Nederland. Standaard wordt er in Europa op 75 centimeter gezaaid. Als 10% van Nederland overgaat op een alternatief, dan praat je over 20.000 hectare. Dat is veel te weinig voor research, ontwikkeling en op de markt zetten van nieuwe machines die bij een aangepaste teeltmethode passen.”Geen kolvenplukker die met andere rijafstanden overweg kanDatzelfde geldt ook voor de oogst. Als veehouders hun snijmais mogelijk willen oogsten als korrelmais, CCM of MKS, moet deze mais op 75 centimeter zijn gezaaid. De kolvenplukker kan vandaag geen andere rijafstanden aan. Dus bij het kiezen voor een andere zaaimethode verlies je als veehouder die uitwijkmogelijkheid. Waarschijnlijk komt er ook geen kolvenplukker die met andere rijafstanden overweg kan, omdat de markt daarvoor te klein is. Geen enkele machinefabrikant gaat een aparte machine ontwikkelen voor mogelijke verkoop van enkele stuks. Dat gebeurt pas als een nieuwe zaaimethodiek daadwerkelijk bijdraagt in bijvoorbeeld meeropbrengst en dit op grote schaal toepassing gaat vinden.‘Er kunnen aanpassingen gedaan zijn die de oogst van mais die op andere afstanden is gezaaid mogelijk maakt, maar het gaat altijd ten koste van het resultaat’Ad van den Hurk, verkoopmanager bij Krone“Ook bij de snijmaisoogst geven andere afstanden dan 75 centimeter uitdagingen op gebied van oogst”, vertelt Ad van den Hurk, verkoopmanager bij Krone. “Alle maisbekken zijn wel rijonafhankelijk, maar wel allemaal gebouwd op een basisrijafstand van 75 centimeter. Denk aan de positie van de punten. Er kunnen aanpassingen gedaan zijn die de oogst van mais die op andere afstanden is gezaaid mogelijk maakt, maar het gaat altijd ten koste van het resultaat.” Tevens stelt hij dat er geen enkele ontwikkeling in rijafstand, in het verleden en nu, significant beter is gebleken dan de huidige gangbare 75 centimeter zaai. “Dat is ook de reden dat veel alternatieven geen opgang hebben gemaakt.”Alleen ruitzaai staat op dit moment nog in de belangstelling en de effecten van deze methode worden, nu voor het derde jaar, onderzocht door Wageningen University. Foto: Theo GalamaActieprogramma nitraat zit ook dwarsDe plannen zoals die voorgelegd zijn in het Zesde actieprogramma nitraat voor zand en löss helpen niet bij de ontwikkeling van alternatieve zaaimethoden. Van alle mais wordt 75% op deze grondslagen geteeld. Zo wordt rijenbemesting verplicht per 2021 in alle methoden die als rijenteelt kunnen worden bestempeld. Alleen breedwerpig zaaien en dus volveldse teelt, valt daar vooralsnog buiten. En niet in alle varianten zijn machines beschikbaar die de rijenbemesting zo kunnen geven dat deze ook passen bij de verschillende methoden.Het tweede probleem is dat er per 2019 vóór 1 oktober een vanggewas moet zijn gezaaid die de nog vrije stikstof kan binden en de winter overtilt om vrij te geven aan de volgende hoofdteelt. Er is een uitwijkmogelijkheid door gebruik te maken van onderzaai, maar deze machines zijn gebouwd op en daarmee eigenlijk alleen geschikt voor gangbare maisteelt op 75 centimeter tussen de rijen.‘Wel komen er nieuwe (zeer) vroege rassen aan die een steeds hogere opbrengst geven. De veredeling hierin gaat ook door’Jos Groot Koerkamp, commercieel manager bij LimagrainDat betekent dat alternatieve teeltmethoden vooral aangewezen zijn op inzaai van een vanggewas na de oogst die dan voor 1 oktober moet plaatsvinden. Of je moet kiezen voor inzaaien van rietzwenkgras tussen zaaien van de mais en opkomst ervan. Anders worden de telers min of meer gedongen om een (zeer) vroeg ras te kiezen zodat deze ook op dat tijdstip rijp is. Probleem daarvan is dat de zeer vroege rassen een gemiddeld iets lagere opbrengst kennen dan de middenvroege rassen, terwijl de lössgronden en oostelijke en zuidelijke zandgronden zich vaak wel lenen voor de teelt van middenvroege rassen. Groot Koerkamp: “Wel komen er nieuwe (zeer) vroege rassen aan die een steeds hogere opbrengst geven. De veredeling hierin gaat ook door.”Ruitzaai krijgt te weinig ruimte in actieprogrammaVolgens Van Schooten is de verplichting van rijenbemesting gebaseerd op diverse onderzoeken in het verleden. “Maar voor ruitzaai zijn die onderzoeken er nog niet. Sterker nog, die onderzoeken lopen nu en gaan het derde jaar in.”Maurice Steinbusch, Cumela-secretaris agrarisch loonwerk, ziet wel dat loonbedrijven niet in juichstemming de polonaise lopen voor het actieprogramma nitraat, vooral gezien de belangen over groenbemesters en precisiebemesting. Ze vragen zich af of alle maatregelen wel effect hebben en hebben zorgen over hoe deze maatregel toe te passen in hun bedrijfsvoering. Hij hoopt dat er voor ruitzaai nog aanvullende maatregelen komen die de teelttechniek meer ruimte geven dan nu omschreven. “Want het is de bedoeling dat er van precisielandbouw gebruik wordt gemaakt. Bij ruitzaai breng je de plant naar de volvelds uitgereden mest. Dat vinden wij precisielandbouw. Dat je daarbij nog een keer vraagt om precisiebemesting door de mest in de rij te zetten is dubbel op. Hopelijk wordt daar bij de uitwerking van onderliggende lagere wetgeving nog rekening mee gehouden”, overweegt Steinbusch.Mogelijk hebben de samenstellers van het actieprogramma gekeken naar effecten van rijenzaai met een tussenafstand van 37,5 centimeter. “Maar dat is toch echt niet hetzelfde”, geeft Van Schooten aan. Daarbij wordt ruitzaai op deze manier op zandgrond wel duurder dan gangbaar zaaien. “Nu betaal je iets meer voor het zaaien, maar de volveldse bemesting is goedkoper. Dat voordeel valt straks weg, als de eis voor rijenbemesting gehandhaafd blijft.”‘Ruitzaai is op klei prima alternatief’Martijn Korver (43) heeft al enkele jaren ervaring met ruitzaai. Hij werkt bij loonbedrijf Out in Zwaagdijk (N.-H.), die samen met loonbedrijf Zwaan in Wijdenes (N.-H.), een ruitzaaimachine in gebruik heeft. Foto: Lex SalverdaOp zandgrond moet ook bij ruitzaai de mest in de rij worden gebracht. Op de kleigrond, waar loonbedrijven Out in Zwaagdijk en Zwaan in Wijdenes actief zijn, speelt dat probleem niet. Martijn Korver (43), werkzaam bij loonbedrijf Out, licht toe waarom de beide loonbedrijven kozen voor ruitzaai. “Voor ons is de belangrijkste reden dat we in het voorjaar niet met machines diep in de grond willen. Als je 40 kuub mest in de rij wilt brengen, moet dat wel. Daarom is voor onze klanten, die vooral op klei en zavel zitten, ruitzaai een prima alternatief. Dan kun je gewoon in de bovengrond breed bemesten en vervolgens het zaad naar de mest brengen.”Wat zijn jullie ervaringen?“Die zijn prima. We hebben in 2017, het tweede jaar dat we de machine in gebruik hebben, alle mais bij onze klanten in ruitzaai gezaaid. We hebben ook proefvelden aangelegd waarin we ruitzaai met standaard 75 centimeter zaai hebben vergeleken. Daar kwam een trend uit dat ruitzaai iets meer opbrengst gaf met hogere zetmeelgehalten. Dit jaar gaan we de proef herhalen.”Wat betekent ruitzaai in de overige bewerkingen?“Voor ons weinig bijzonders. Mechanische onkruidbestrijding wordt hier nauwelijks uitgevoerd. De chemische onkruidbestrijding gebeurt met een aangepaste spuit op cultuurbanden. Die zijn 30 centimeter breed. Dan heb je weinig speelruimte, maar omdat we op gps zaaien en ook spuiten kan het precies, zonder rijschade aan het gewas toe te brengen.”De mais die in ruitzaai gezaaid is, kan niet als MKS of CCM geoogst worden. Is dat een nadeel?“Hier wordt geen gebruikgemaakt van MKS of CCM. We hadden afgelopen seizoen wel klanten die ruim in het gras zaten. Daar hebben we de mais hoger gestoppeld. Soms wel tot 40 centimeter stoppel. Die wordt bewerkt met de klepel en wordt vervolgens ondergeploegd.”Wat betekenen de beperkingen die het actieprogramma nitraat oplegt, namelijk dat bij ruitzaai op zandgrond ook rijenbemesting moet plaatsvinden?“Dat speelt in onze regio dus niet, maar het is voor ons wel jammer, omdat we de machine nu minder snel elders kunnen inzetten. Vorig jaar hebben we in Friesland nog 20 hectare gezaaid, en daar lagen nog wel uitbreidingsmogelijkheden. Het is de vraag of dat nu wel doorgaat. Dit jaar mag het nog, maar daarna beginnen de beperkingen.”De verschillende alternatieven die de laatste decennia zijn uitgeprobeerd hebben alle één ding gemeen: ze proberen de planten beter te verdelen over het perceel. Smallere afstanden tussen de rijen betekent grotere afstand in de rij. In het schema is, naast gangbaar, de plantverdeling van enkele alternatieve teeltmethoden weergegeven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









