Agrarisch natuurbeheer moet passen
De overheid wil de komende jaren fors inzetten op agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dat biedt melkveehouders kansen, mits het goed inpasbaar binnen het bedrijf is en het voldoende oplevert. Toch spelen bij een succesvolle invulling niet alleen praktische en economische afwegingen een rol.

Agrarisch natuurbeheer kent vele vormen en de mogelijkheden hangen ook af van het gebied. Zo is er een pakket rondom onderhoud van houtwallen, wat vooral in de winter werkzaamheden voor de veehouder oplevert. Foto: Anne van der Woude
Melkveehouders doen al decennialang aan vrijwillig natuurbeheer, variërend van uitgestelde maaidata en kruidenrijk grasland tot het onderhoud van landschapselementen zoals poelen en struweelhagen. Sinds 2016 gebeurt dit onder het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Ongeveer 12.000 ondernemers, waaronder 4.500 melkveehouders, nemen deel aan het ANLb, dat zo'n 120.000 hectare landbouwgrond beslaat.
De mogelijkheden voor melkveehouders om hieraan mee te doen, hangen af van het gebied waarin iemand boert en het beschikbare budget. In Nederland zijn er 40 agrarische collectieven die fungeren als intermediair tussen overheid en boeren. Zij maken afspraken met individuele boeren. In totaal zijn er meer dan 50 beheerpakketten die deels te combineren zijn. De voorwaarden en openstellingen voor de ANLb-subsidies verschillen per provincie, waarbij er ook gebieden zijn zonder mogelijkheden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









