‘Afrekenbare emissiereductie dankzij renure’
Na jaren onderhandelen zal renure deze zomer als volwaardige kunstmestvervanger toegediend mogen gaan worden. De renurewetgeving zal volgens Herre Bartlema de pijn van het intrekken van de derogatie fors verlichten. Maar ook de ondernemers in de plantaardige sector zullen er volgens hem van profiteren.

Het uitrijden van renure moet, net als bij dierlijke mest, emissiearm gebeuren. Omdat dit bij regulier kunstmestgebruik niet hoeft, is er bij het vervangen van kunstmest door renure emissiereductie te realiseren, aldus Herre Bartlema. Foto: Bert Jansen
Door de renurewetgeving komt er een ruim en betaalbaar aanbod van snelwerkende vloeibare plantenvoeding, waarmee de steeds duurder wordende kunstmest vervangen mag worden. Snelwerkende vloeibare plantenvoeding voor plaatsing in de wortelzone, op het juiste moment. Daarover moeten alle telers heden ten dage kunnen beschikken om de balansbemesting te kunnen uitvoeren naar de letter en de geest van artikel 10 lid 3 van de Meststoffenwet die sinds januari 2026 geldt.
Emissiearme aanwending kunstmest
Balansbemesting kenmerkt zich door het ontbreken van emissies naar lucht, bodem- en oppervlaktewater. In het Programma Precisielandbouw, een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, dat gelopen heeft van 2010 tot en met 2015, is bewezen en beproefd dat dit mogelijk is, of het nu gaat om hightech-praktijk zoals fertigatie of om lowtech-praktijk, zoals rijenbemesting. Die kennis en ervaring komen nu goed van pas, omdat de renurerichtlijn voorschrijft dat renuremeststoffen emissiearm worden toegediend, net zoals dit bij dierlijke mest het geval is.
Vreemd genoeg geldt er in ons land geen verplichting voor emissiearme aanwending van kunstmeststoffen, ondanks het feit dat het leidt tot substantiële hoeveelheden vervluchtigde stikstof, vooral in de vorm van ammoniak. Een omvang van emissie die kennelijk wettigt, dat in de statistieken van de stikstofemissies in Nederland kunstmest als aparte bron voorkomt. Op landelijk niveau gaat het om ca. 10% van de totale ammoniakemissie. Het is een gevolg van de gangbare, onnauwkeurige bemestingspraktijk om kunstmeststoffen in korrelvorm breedwerpig oppervlakkig toe te dienen met centrifugaalstrooiers, dan wel in vloeibare vorm met een veldspuit.
Snelle vervanging van kunstmeststoffen door renuremeststoffen zal dus zeker helpen bij het terugdringen van emissies en het oplossen van de stikstofcrisis, niet in het minst omdat de bewerkstelligde emissiereductie door kunstmestvervanging op bedrijfsniveau is te bewijzen aan de hand van de mestboekhouding, samen met de eis voor emissiearme aanwending van renuremeststoffen en samen met de vigerende officiële emissiefactoren voor kunstmest. Zo ontstaat binnenkort een stevig juridisch kader voor afrekenbare emissiereductie door kunstmestvervanging.
Alternatieven kunstmest
De mestboekhouding leent zich intussen ook voor doelsturing, nu er voldoende alternatieven voor kunstmest komen. Dat werkt dan als volgt. Een laag kunstmestverbruik leidt tot een beloning, een hoog verbruik tot een heffing. Beloning van laag kunstmestverbruik kan verlopen via de Ecoregeling uit het GLB, de bestraffing is er al in de vorm van hoge kunstmestprijzen en opbrengstderving als gevolg van gebrek aan precisie. Operant conditioneren is makkelijker dan men denkt, de rondetafelgesprekken vol ruis in de Tweede Kamer ten spijt.
De renurewetgeving biedt voorts nog een andere juridische basis voor afrekenbare emissiereductie, namelijk door de administratieve verplichtingen die producenten en gebruikers hebben aangaande de registratie van geproduceerde en verbruikte hoeveelheden. Elke kilogram stikstof die in de stal is afgevangen en emissiearm wordt aangewend buiten de stal, valt zo te verantwoorden als emissiereductie. Ook dat tikt aan en zo krijgt “Integrated Nutrient Management” in Nederland vorm, een werkwijze waarmee in Brussel de weg gewezen kan worden naar een nieuwe nitraatrichtlijn.








