Varkenshouderij

Achtergrond 2 reacties

‘We gaan mest eindelijk op waarde brengen’

Willy Gijsbers, voorzitter Stichting Duurzaam Landleven Bernheze, voorziet komende jaren een kentering in de mestmarkt voor gangbare én bewerkte mest.

Het opstarten en draaiende houden van mestverwerkingsinstallaties is niet makkelijk. De Stichting Duurzaam Landleven Bernheze kan meepraten over alle hobbels op de weg naar een goed werkende installatie. Tussen de eerste plannen en het opstarten van de installatie lag acht jaar van geweigerde vergunningaanvragen en uitgestelde en uiteindelijk afgewezen subsidies.

Duurzame installatie waar schoon water uit komt

Stichting Duurzaam Landleven Bernheze verwerkt jaarlijks 55.000 tot 58.000 kuub mest en 12.000 kuub co-producten. Twee derde van de mest is afkomstig van varkenshouders, een derde van melkveehouders. De groene stroom die opgewekt wordt, gaat naar 6.000 huishoudens en de straatverlichting in Heeswijk-Dinther. De dikke fractie wordt geëxporteerd, de dunne fractie, het ultra-concentraat, wordt in Nederland afgezet. De stichting wacht nog steeds op de erkenning dat ultra-concentraat als kunstmestvervanger gebruikt mag worden. Het procedé is dusdanig dat er uit de dunne fractie schoon water gefilterd wordt.

Willy Gijsbers(51), varkenshouder in Loosbroek (N.-Br.) met 1.250 zeugen en 2.000 vleesvarkens en voorzitter van de Stichting Duurzaam Landleven Bernheze. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Willy Gijsbers(51), varkenshouder in Loosbroek (N.-Br.) met 1.250 zeugen en 2.000 vleesvarkens en voorzitter van de Stichting Duurzaam Landleven Bernheze. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Een lang traject, maar toch doorgezet?

“Binnen de ZLTO-afdeling Bernheze ontstonden in 1999 de eerste plannen. Er moest steeds meer mest afgevoerd worden en dat moest wat ons betreft dichter bij huis en makkelijker kunnen. Bij de eerste vergadering waren 104 bedrijven, uiteindelijk zijn we met zo’n 75 van start gegaan. Daar waren bij het opstarten van de installatie in 2007 nog 24 van over. In de tussentijd zijn er nog drie bijgekomen, nu zitten we op twintig praktiserende veehouders en zeven gestopten in de stichting. Het was een achtjarig proces van vergunningen aanvragen, geweigerd zien, bezwaren, een subsidie van omgerekend € 453.000 voor innovatieve landbouw die tweemaal verlengd werd en alsnog net voor de start werd ingetrokken.”

Wat deed dat voor de financiële positie?

“Daardoor begonnen we met een negatieve boekhouding. Daar kwam bij dat onze subsidie-adviseur op no cure-no pay werkte maar na de intrekking van de subsidie wel geld wilde zien. Dat hadden we achteraf anders moeten insteken. In het eerste traject hebben de deelnemers 2 gulden per kuub ingelegd. Dat geld was snel op, in de tweede fase bedroeg de inleg al € 3 tot € 4 per kuub. Daarnaast legden de deelnemers € 36 in, we hebben deze aandelen bij de uitbreiding verdubbeld. Nu betalen de leden € 18 per kuub bij inleg. Als nieuwe leden toetreden, willen we de stoppers hun € 18 terugbetalen. Het staat voor ons als een paal boven water dat de mensen die niet meer leveren hetzelfde krijgen als zij die wel leveren. Nu rekenen we jaarlijks een marktconform bedrag per geleverde kuub mest.”

Hoe bepalen jullie dat bedrag?

“Op basis van de mestmarkt wordt jaarlijks een voorschot vastgesteld. Op het eind van het jaar krijgen de leden geld terug of moeten ze bijbetalen. Afgelopen jaar betaalden de varkenshouders € 25 per kuub en de melkveehouders € 18. Ik verwacht dat we dit jaar een euro lager uitkomen zodat ze geld terug krijgen. We hopen elk jaar zo marktconform mogelijk te zijn, het kan een keer een euro schelen maar veel verder zitten we niet van de marktprijzen af.”

En wat als de marktprijs zakt?

“Dan moeten wij met het concentraat en dikke fractie volgen. Het mooiste is dat we van bijbetalen hopelijk nu naar neutraal en hopelijk een keer naar geld verdienen gaan. We maken van ‘afval’ een te betalen product.”

Hoe garandeer je de mestaanvoer?

“Om rendabel te draaien is tussen de 55 en 58.000 kuub nodig. We hebben geen afnameplicht maar wel een leverplicht om voor de toekomst verzekerd te blijven van die hoeveelheden. Gemiddeld zetten onze leden de helft van hun mestproductie bij ons af, een enkele uitschieter met 80%. Met name de melkveehouders hebben mest nodig voor eigen grond. Wij ontzorgen onze leden ook. Zij schrijven in hoeveel mest ze willen leveren. Wij verwerken die of zetten de mest op de markt af.”

Jullie combineren varkens- en rundermest. Bijt dat elkaar niet?

“De verhouding is een derde rund en twee derde varkensmest. Die rundermest hebben we nodig om de biologie in de vergister gezond te houden. Kraamzeugenmest doen we er bijvoorbeeld niet in omdat die te weinig grondstoffen heeft waar de bacteriën goed op draaien. Daar is vleesvarkensmest veel beter voor.”

Er gaat jaarlijks 12.000 kuub co-product in. Welke zijn dat?

“Graanschoonsel en alleen restproducten van de levensmiddelenindustrie die niet voor humane of diervoeding geschikt zijn. Energiemais ging er alleen in het eerste jaar in om op te starten. Glycerine is een vast product voor het finetunen van het proces. Dat glycerine zo geschikt is merken we inmiddels wel aan de prijs. In de eerste jaren betaalde je een paar tientjes maar nu € 150 tot € 160 per ton. Voor de producenten is het echt van een afvalproduct veranderd in een waardeproduct.”

Er worden veel projecten rond mestbewerking opgezet in deze regio. Zitten jullie elkaar niet in de weg?

“Dat valt mee. Smits verwerkt bij Mill alleen zijn eigen mest. Terramass in Odiliapeel lag al een tijdje stil en is net failliet verklaard. Dan zitten er nog twee in Wanroy. Ook andere plannen lopen al jaren zodat de vraag rijst of ze er nog wel komen. Het is nu nog moeilijker dan tien tot vijftien jaar geleden.”

Zoals je aangeeft is het opzetten van verwerking een lang, lastig traject. Hoe hebben jullie ingespeeld op de publieke opinie?

“We hebben naar de buurt altijd open laten zien wat we van plan waren. Na de plaatsing van de droger kregen we veel klachten, die waren ook terecht. Het stonk meer. We hebben ruim een jaar niet naar behoren kunnen draaien door te veel geuroverlast. Daarom hebben we er een viertrapsluchtwasser achter geplaatst, een investering om het voor de omgeving aangenamer te maken.”

De leden zijn van het eerste uur. Is dat ook jullie kracht?

“Zeker, we zijn altijd een eenheid gebleven. Het was zeker geen rozengeur en maneschijn maar we zijn wel altijd samen gebleven. We zitten ook allemaal binnen een straal van tien kilometer om de installatie. Dat geeft ook minimale vervoerskosten.”

Kan een geïnteresseerde veehouder aanhaken?

“De stoppers kunnen hun aandelen verkopen. Die bieden we eerst de andere leden aan. Daarna kan eventueel een nieuwe partij aanhaken. Maar we kunnen zo nodig ook mest uit de markt halen of uitruilen.”

Wat zijn de zwakke punten van de installatie en de stichting?

“Die zie ik niet veel. Het verwerkingsproces moet gewoon zo goed zijn dat je marktconform bent. We halen 50 tot 60% water uit de dunne fractie, de rest van de dunne fractie moeten we dan nog wel weg zetten als kunstmestvervanger. Dat moet kostenneutraal gebeuren, dat is het nog niet. Kunstmest is goed geld, maar een vervanger moet nog geaccepteerd worden.”

Verwacht je dat wel?

“Het ultra-concentraat is zeker een goed product maar het duurt nu al bijna zes jaar waarin die erkenning als kunstmestvervanger uitblijft. Nu zit Jan Huitema er in Brussel wel achter aan en zou het met een half jaar rond moeten zijn. Maar ik wil dat eerst op papier zien.”

Wat verwacht je van de mestmarkt de komende jaren?

“Die markt is eigenlijk helemaal ontwricht. Veehouders moeten een goed product afzetten en tegelijkertijd kunstmest aankopen. Er zitten nog een paar grote verwerkingsinitiatieven aan te komen waardoor er een krapte gaat ontstaan. De akkerbouwer is dan prijszetter af en gaan we de komende jaren de mest eindelijk tot waarde brengen. Daar hoort de gangbare meststroom onder maar zeker ook de bewerkte. Wij leveren mest op maat. Zeker met het ultra-concentraat kunnen we een geweldige kunstmestvervanger leveren, dat past 100% in de kringloopgedachte.”

Blijven er in de regio genoeg veehouders over om de installatie draaiende te houden?

“Je blijft hier altijd veehouders houden. Het zullen er wel minder worden, er zijn de afgelopen tientallen jaren al veel gestopt. Maar dat vangt de rest op.”

Laatste reacties

  • EL

    De aanhouder wint! ,👍

  • eenvoudige boer

    Wat de mestmarkt de komende jaren gaat doen is niet te voorspellen.
    Als er veel minder varkens zijn en we hoeven niet meer veel te verwerken dan kan de prijs wel flink zakken.

Of registreer je om te kunnen reageren.