Varkenshouderij

Achtergrond

‘Alle typen varkensbedrijven zijn vergelijkbaar’

Abab heeft het kengetal resultaat per € 1.000 huisvestingswaarde ontwikkeld. Adviseur Remco Janssen: Een gezond bedrijf zit op € 125 per € 1.000 huisvestingswaarde.

Abab Accountants en Adviseurs ontwikkelde een kengetal om het rendement van uiteenlopende typen varkensbedrijven tóch te kunnen vergelijken met elkaar. Met hetzelfde kengetal is tevens mogelijk om het rendement van diverse concepten in beeld te krijgen. Een varkenshouder die overweegt voor een andere deelmarkt te gaan produceren, kan zo vooraf zien wat het effect daarvan is in zijn portemonnee.

Productieresultaat

Het kengetal om rendementen van varkensbedrijven te vergelijken, heet productieresultaat per € 1.000 huisvestingswaarde, vertellen de bedrijfsadviseurs Frank Steenbreker en Remco Janssen van Abab. Tien jaar geleden introduceerde Abab voor de vleesvarkenshouderij het kengetal voerwinst per vierkante meter stal. De voerwinst zegt nog lang niet alles over de winstgevendheid van een bedrijf. Met de toegerekende kosten en arbeid is nog niks gedaan en voor de zeugenhouderij is het getal voerwinst per vierkante meter niet toepasbaar. Voor Abab reden om met het kengetal productieresultaat te komen, legt Janssen uit.

Hoe werkt het precies?

“De totstandkoming van het nieuwe kengetal begint op de voor iedere varkenshouder bekende wijze. Eerst wordt een voerwinst berekend. Na aftrek van de toegerekende kosten, zoals gezondheids- en mestkosten, blijft een saldo over. Het saldo wordt verminderd met de arbeidskosten (personeel en beloning voor de ondernemer en eventueel meewerkende gezinsleden). Dan blijft het productieresultaat over, een getal in euro’s. Dit getal gaan we duiden, waarbij we kijken naar de waarde van de huisvesting. Voor een kraamhok of een biggen-, zeugen- en vleesvarkensplaats hebben we normbedragen. Het aantal plaatsen vermenigvuldigen we met dat normbedrag, zodat de huisvestingswaarde in beeld is. Het doet er daarbij niet toe wat de verhouding vreemd geld/eigen vermogen is dat in de gebouwen zit, hoe het is gefinancierd dus. Het gaat puur om de berekening van de huisvestingswaarde.”

Lees verder onder de foto.

Remco Janssen (28) is sinds 1 februari dit jaar bedrijfsadviseur varkens bij Abab Agro Advies. Daarvoor werkte hij als adviseur varkens bij Vitelia Voeders. - Foto: Van Assendelft
Remco Janssen (28) is sinds 1 februari dit jaar bedrijfsadviseur varkens bij Abab Agro Advies. Daarvoor werkte hij als adviseur varkens bij Vitelia Voeders. - Foto: Van Assendelft

Hoe ziet zo’n berekening er uit?

“Een voorbeeld. Stel het productieresultaat van een varkensbedrijf is € 100.000. De normatieve waarde van de gebouwen is een miljoen. Dan wordt het productieresultaat gedeeld door 1.000 (€ 100.000 gedeeld door 1.000). Dan is een productieresultaat € 100 per € 1.000 huisvestingskosten. Met die € 100 kan de varkenshouder rente en aflossing betalen, de verzekering en onderhoud aan de stallen doen. Het is trouwens onze ervaring dat de huisvestingswaarde in de reguliere varkenshouderij gemiddeld € 2.750 per zeug is op een vermeerderingsbedrijf en € 450 per dier op een vleesvarkensbedrijf.”

Wat is het productieresultaat voor een financieel gezond bedrijf?

“Een financieel gezond bedrijf heeft een productieresultaat van € 125 per € 1.000 huisvestingswaarde. Dan komt er genoeg geld binnen om aan alle verplichtingen te voldoen en om binnen de afschrijvingstermijn van de gebouwen de financiering af te lossen. Het gemiddelde productieresultaat in de varkenshouderij is echter € 75 per € 1.000 huisvestingswaarde. Dat is dus € 50 te weinig. Als er investeringsverplichtingen aankomen, denk aan de Brabantse milieueisen per 2022, is het voor deze bedrijven lastig of vaak onmogelijk om de noodzakelijke investeringen gefinancierd te krijgen. De bedrijven die financieel heel goed draaien, zitten op een productieresultaat van € 150 per € 1.000 huisvestingswaarde. Deze bedrijven reserveren meer dan noodzakelijk en zijn daarom in staat om zich versneld te ontwikkelen.”

Worden zo geen appels met peren vergeleken?

“Nee, absoluut niet. We hebben dit kengetal uitvoerig onder de loep genomen en er ervaring mee opgedaan. Alle typen bedrijven zijn vergelijkbaar, inclusief subfokbedrijven. Dit blijkt nog eens temeer na recent onderzoek van ons in de biologische varkenssector.”

Het aantal concepten en deelmarkten blijft groeien

Hoe pas je het getal toe?

“Een herkenbaar voorbeeld is een vleesvarkenshouder die van gangbaar wil omschakelen naar 1 ster Beter Leven-productie. Doordat de stalbezetting 20% afneemt, stijgen de huisvestingkosten evenredig. Dit betekent dat de voerwinst en het saldo per varken omhoog moeten, om te komen tot een vergelijkbaar productieresultaat op dit bedrijf. Wij kunnen zo nauwkeurig begroten wat de meeropbrengst per varken moet zijn, om minimaal hetzelfde rendement te halen uit de stallen. Dat kan bijvoorbeeld ook als een varkenshouder biggen wil exporteren voor Duitsland. Dan heb je meer biggenplaatsen nodig, voor hetzelfde aantal zeugen. De Duitse vleesvarkenshouders willen zwaardere biggen en stellen het opleggen soms een week uit. Mogelijke extra arbeid of entingen verhogen de kostprijs verder. De exportbiggen moeten daarom een paar euro per stuk meer opbrengen om in ieder geval hetzelfde rendement te halen uit de huisvesting. Het aantal concepten en deelmarkten blijft groeien. Met dit kengetal kunnen we uitrekenen welk concept voor een bedrijf het meeste geld oplevert. Of anders gezegd hoe een varkenshouder het hoogste rendement uit zijn stallen haalt. We kunnen van boven naar onder rekenen, maar ook andersom. Als dus eenmaal is gekozen voor een bepaald concept kunnen we achteraf zien of het verwachte rendement ook wordt gehaald.”

Dit kengetal is een momentopname, toch?

“Dat zou het zijn als je rekent met de huidige prijzen. Gangbaar rendeert momenteel veel beter dan de biologische varkenshouderij. We vertalen de uitkomsten echter naar de lange termijn. Dan ontstaat een eerlijk beeld.”

Kan bedrijfsomvang jullie kengetal beïnvloeden?

“Juist ook het effect van bedrijfsomvang wordt zichtbaar in dit kengetal. We hebben bovendien genoeg referenties om te stellen dat, zeker in de zeugenhouderij, schaalvergroting niet per definitie tot een hoger productieresultaat leidt. Het is wél zo dat op grote bedrijven de voorwaarden vaker aanwezig zijn om efficiënt te werken dan op kleinere bedrijven. Denk aan een combinatie van vaste- en flexibele arbeid, de bedrijfsinrichting of arbeidsprotocollen.

Het is trouwens ook niet terecht om puur en alleen te focussen op lage arbeidskosten. Soms is meer arbeid gerechtvaardigd en wordt deze betaald. De afzetmarkt of geneticakeuze zijn redenen om meer uren te mogen maken. Dat is niet erg, als de extra arbeid maar beloond wordt in de vorm van een hogere opbrengstprijs. In het kengetal productieresultaat worden dit soort zaken allemaal zichtbaar.”

Tot slot. Het gaat alleen over cijfers. Zien jullie de mens achter die cijfers niet over het hoofd?

“Klopt, tot dusver is de benadering puur cijfermatig. Maar we kijken ook zeker naar de ondernemer zelf. We hebben desgewenst een persoonlijkheidstest. De ondernemer krijgt daarbij 36 vragen voorgeschoteld. Met deze test komt naar boven wat voor type ondernemer en mens de varkenshouder is. Denk aan een vakman, onderhandelaar of mensenmens. Als iemand hoog op vakmanschap scoort en moeilijk dingen uit handen kan geven, is het niet verstandig uit te breiden en met personeel te gaan werken. Dit soort dingen komen uit de test naar voren. We houden de ondernemer, zijn partner en soms ook personeelsleden zo een spiegel voor. Dat opent ogen. Overschakelen naar een ander concept wordt alleen een succes als het bij de ondernemer past.”

Janssen: Altijd intekenen voor sanering als stoppen een optie is

De warme sanering zit er aan te komen. Bij een gemiddelde leeftijd van gebouwen verwacht Janssen dat een varkenshouder circa € 300 beurt per varkensrecht, de waarde van een recht en de vergoeding voor de huisvesting opgeteld. Als stoppen past bij de ambitie en locatie is het Abab-advies in te tekenen. De ondernemer kan zich altijd nog terug te trekken uit de regeling, als flankerend beleid ontbreekt. Janssen: “Dan geeft de sector het signaal af dat het haar verantwoordelijkheid neemt om knelgevallen qua geur weg te nemen. Maar dat gelijktijdig ook overheden de toezegging, om te komen met flankerend beleid, na moeten komen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.