Varkenshouderij

Achtergrond

Meer vraag én aanbod bijproducten varkenshouderij

De vraag naar natte bijproducten uit de voedingsindustrie kan de komende jaren wel eens flink toenemen. Dat hoeft niet te betekenen dat prijzen hard stijgen, want ook het aanbod zit in de lift.

Nevenstromen uit de voedingsindustrie staan volop in de belangstelling door discussies over circulaire landbouw. Voor de varkenshouderij is het geen onbekend terrein; jaarlijks verdwijnen zo’n 3 miljoen ton neven-, co- of bijproducten in de rantsoenen.

Goed geboerd met bijproducten

Over de jaren heen hebben varkenshouders goed geboerd met bijproducten. Toch is het geen garantie voor succes, benadrukt Ruud Bens, productmanager brijvoer bij De Heus. Zo staat het rendement nu onder druk als gevolg van het krappe aanbod. “Het voerkostenverschil per kilo groei tussen droog- en brijvoer is volgens de voorlopige cijfers van Agrovision de laatste 3 maanden slechts 2,5 cent. Normaal is dat 4 tot 5 cent.”

Van dat geld moeten ook de extra kosten voor opslag, stroom en installatie worden vergoed. “De betere bedrijven hebben nog voordeel, maar een deel houdt minder over dan een droogvoerbedrijf.”

Aanbod afhankelijk van variabelen

Het is daarom de vraag wat er gaat gebeuren als er harder aan de nevenstromen wordt getrokken. Vast staat dat het aanbod altijd afhankelijk is van variabelen, schetst Wim Thielen, secretaris van de Overleggroep Producenten Natte Veevoeders (OPNV). Bepalend zijn de vraag naar hoofdproducten die bedrijven maken en de kwaliteit ervan, zoals schilbaarheid van aardappelen.

Ook politieke keuzes spelen mee: meer vraag naar ethanolproductie geeft meer productie van TGC. En bedrijven die willen besparen op energiegebruik en CO2-uitstoot, gaan stromen eerder afzetten dan indrogen. Thielen benadrukt echter de jarenlange stabiele productie van nevenproducten en de marktwerking die daaruit is ontstaan. “Er vinden al jaren kleine veranderingen plaats, waarbij producenten zoeken naar een betere verwaarding van nevenstromen. Maar voor de veehouderij bleef het aanbod stabiel.”

Lees verder onder de foto

Het voeren van bijproducten aan vleesvarkens is momenteel economisch wat minder interessant. Toch is de verwachting voor de langere termijn niet negatief. - Foto: Ronald Hissink
Het voeren van bijproducten aan vleesvarkens is momenteel economisch wat minder interessant. Toch is de verwachting voor de langere termijn niet negatief. - Foto: Ronald Hissink

Productie van TGC veiliggesteld

Het krappe aanbod van nu is voor Marcel Lipsch, directeur van Bonda, geen voorbode voor een structureel gebrek. Juist omgekeerd. “De aardappelindustrie breidt in België en Duitsland hard uit, en dat zien we ook zeker bij de tarweverwerkende industrie.” Verder zijn biobrandstoffen onderwerp van discussie in de EU, maar blijven granen als grondstof mogelijk. Daarmee is de productie van TGC veiliggesteld. Lipsch noemt het nog altijd een heel interessant eiwitproduct.

Hetzelfde geluid is bij Duynie Feed te horen. In de visie van directeur Kai Kikkers neemt de voedselproductie in Noordwest-Europa als gevolg van bevolkingsgroei zeker toe. “Daardoor komt er een grotere beschikbaarheid van co-producten. Dat zien we vandaag de dag al in de markt en dat gaat zeker door.” Dat geldt vooral voor de energierijke producten; Kikkers schat dat de beschikbaarheid van eiwitrijke co-producten op een gelijk niveau blijft.

Transportkosten steeds belangrijker

Kosten voor transport is wel in toenemende mate een bepalende factor. Dat maakt afzet dichtbij de fabriek interessanter. Aangezien een groot deel van de producten uit België, Frankrijk en Duitsland komt, kunnen alternatieve bestemmingen in die landen wel eens interessanter zijn dan honderden kilometers vervoer naar Nederland. De brijvoer-infrastructuur is daar minder ontwikkeld, maar materialen en kennis zijn voorhanden.

Wij verwachten een groeiende behoefte van veehouders aan co-producten

Aan de vraagzijde zal echter ook het één en ander veranderen. Kikkers: “Wij verwachten een groeiende behoefte van veehouders aan co-producten, omdat we voor de langere termijn een transitie voorzien naar een circulair voedselsysteem. Daarin worden grondstoffen optimaal gebruikt.”

Lees verder onder de grafiek

Ook Lipsch voorziet dat door verdere schaalvergroting zowel varkens- als rundveebedrijven meer natte en droge grondstoffen verwerken. De blijvers zijn de grote bedrijven die met bijproducten hun voerkosten kunnen verlagen. Bij melkvee ziet hij steeds meer interesse in TMR, dus alle koeien hetzelfde gemengde rantsoen met veel bijproducten.

Verder zijn er meer bestemmingen zoals de petfood- en verpakkingsindustrie. Concurrentie met mengvoerbedrijven voor de natte bijproductenstroom is vooralsnog minimaal. Het drogen van natte grondstoffen kost namelijk veel energie, waardoor het qua kostprijs interessanter is de producten rechtstreeks af te zetten op bedrijven. Dat geldt ook voor afzet naar de biovergister.

Forse toename van tarwezetmeel

Wat deze ontwikkelingen voor het toekomstig rendement betekenen, is onzeker. Bens van De Heus is alvast niet negatief. Hij voorziet vooral een positieve impact van de forse toename van tarwezetmeel. “Als we dat maximaal opnemen in de rantsoenen gaat dat doorwerken in de vraag naar andere productstromen. De betere bedrijven blijven voordeel houden van het voeren van bijproducten.”

Daarbij geldt dat omvang en vakmanschap sterk bepalend zijn voor het rendement. Dat betekent ook aanhaken bij nieuwe ontwikkelingen. In het verleden werden bijvoorbeeld steekvaste producten als voorgebakken frites ingekuild en gingen via de voormenger in de rantsoenen. Nu laat een deel van varkenshouders een vracht in één keer opmengen en zet het in als halffabricaat.

Verder optimaliseren bedrijven ook met andere (droge) productstromen als gemalen tarwe en gerst, maar ook producten als sojahullen, raap- of zonnebloempitschroot. Bij ondernemers die het trucje in de vingers hebben, is vervanging van meer dan 80% bij vleesvarkens geen uitzondering.

Voorwaarden om goed bijproducten te voeren

Voeren van bijproducten biedt nog altijd voordelen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
De ondernemer vindt het interessant om zelf voer te maken en heeft daar kennis van. Hij heeft een neus voor het herkennen van interessante producten en goede handelskwaliteiten. Hij heeft een sterke focus op verlagen van kosten.
Het bedrijf heeft voldoende omvang, bij vleesvarkens al gauw 4.000 plaatsen. Op vermeerderingsbedrijven is de keuze voor bijproducten niet vanzelfsprekend. Dat komt door een relatief lage voersnelheid en de gevolgen van risico’s op voerwisselingen.
De installatie is technisch in orde en wordt jaarlijks gecontroleerd op werking en afwijkingen in rantsoenen. Een restloos systeem is de norm. Er is maximale hygiëne in het systeem en de silo’s/bunkers. Voor natte en droge producten is voldoende en flexibele opslag.
De rantsoenen bestaan uit een mix van natte bijproducten, droge enkelvoudige grondstoffen, eventueel een voormengsel en aanvullend voer. De juiste balans maakt een hoge vervanging mogelijk.

Lees ook: Gezocht: nieuwe grondstoffen voor varkensvoer

Of registreer je om te kunnen reageren.