Varkenshouderij

Achtergrond 4 reacties

Gezocht: nieuwe grondstoffen voor varkensvoer

Met het toewerken naar een circulaire landbouw moet de varkenshouderij minder afhankelijk worden van import van grondstoffen uit verre oorden. Alleen met reststromen gaat de sector het echter niet redden.

In de kringloopvisie van minister Schouten moet de veehouderij meer gebruik maken van reststromen en lokaal geproduceerde grondstoffen. Invoer van soja en granen uit Noord- en Zuid-Amerika komt daarmee onder druk. Daarnaast zijn er politici en ngo’s die willen dat producten voor menselijke consumptie niet meer worden gebruikt voor veevoer. In dat geval valt het hele gebruik van granen in varkensvoer weg.

Wat is circulaire landbouw?

Meningen en visies over kringlooplandbouw zijn lastig omdat begrippen en doelstellingen niet concreet zijn. Wat is bijvoorbeeld circulair; is dat op Europees niveau of gaat dat over kringlopen in de eigen regio? Een deel van de politiek vindt: ‘dichtbij is altijd duurzaam’.

Henk Flipsen, directeur van Nevedi, kan zich wel vinden in de uitleg door het ministerie ‘lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet’. “Het is mooi om dat na te streven, maar het is niet zwart-wit. Een aantal gewassen kan op grotere afstand efficiënter worden geteeld dan in Nederland.”

Lees verder onder de foto.

Milieukundig gezien is het gunstig als varkens alleen reststromen vreten. - Foto: Henk Riswick
Milieukundig gezien is het gunstig als varkens alleen reststromen vreten. - Foto: Henk Riswick

Reststromen opwaarderen

Los van de politieke discussie is het milieukundig gezien gunstig als varkens alleen reststromen vreten en mensen geteelde gewassen consumeren. Dat heeft Hannah van Zanten, universitair docent dierlijke productiesystemen bij Wageningen University & Research (WUR), aangetoond in een modelstudie. “Het is het meest efficiënt met de minste aanslag op de resources (basisbenodigdheden) als land en water. Dieren zijn dan nodig om de reststromen op te waarderen tot menselijk voedsel.”

Stromen bijproducten

Van Zanten onderzocht meerdere typen restproducten die aan varkens en andere dieren gevoerd kunnen worden. Het gaat daarbij om de huidige stromen bijproducten, maar ook voedsel- en gewasresten, grasland en alternatieve producten als algen en insecten. Als dit allemaal door landbouwhuisdieren wordt omgezet in vlees, melk en eieren, is ongeveer de helft van de menselijke eiwitbehoefte gedekt. Hieruit blijkt dat in potentie veel mogelijk is zonder gebruik van granen en andere hoogwaardige grondstoffen in voeders. Maar met alleen de reststromen die nu beschikbaar zijn, gaat de varkenshouderij het in de huidige vorm niet redden.

Daar komt bij dat het een zeer complexe puzzel is, benadrukt Van Zanten. Want vanuit een optimalisatie kan het gunstig zijn om bestaande grondstoffen aan andere dieren te voeren. Ook moeten effecten op de methaanuitstoot en biodiversiteit worden meegenomen. Een vervolgstudie moet daar mee inzicht in geven.

Dichtbij niet het beste

Dat de invulling lastig is, ziet ook haar collega Oene Oenema, hoogleraar nutriëntenmanagement en bodemvruchtbaarheid bij WUR. “Alles hangt met elkaar samen en de ene keuze heeft gevolgen heeft voor de andere.” Grondstoffen als soja en mais zelf telen heeft bijvoorbeeld impact op de akkerbouw. Eiwit van eigen bodem is waarschijnlijk de bottleneck verwacht Oenema. “Sojateelt kan misschien wel in delen van Zuid- en Oost-Europa, maar ook daar treedt dan verdringing van bestaande gewassen op.” Vanuit de circulaire gedachte kan een andere insteek zijn om de veehouderij te verplaatsen naar plaatsen waar de grondstoffen vandaan komen, zoals delen van Oost-Europa.

Mestafzet

Oenema nuanceert het beeld dat van dichtbij altijd het beste is. “Voederfabrikanten struinen heel slim de wereldmarkt af om goed en goedkoop veevoer te maken. Dat is kringloopeconomie, maar dan op mondiale schaal.” Dat roept ook de vraag op: wat is beter; granen van dichtbij of gerecyclede producten van ver. “Belangrijk is om kringlopen te sluiten en ‘lekverliezen’ te beperken. De mestafzet speelt daar een rol bij.”

Oenema is sceptisch om serieuze aandelen grondstoffen van ver te vervangen door lokale teelt of reststromen. “Dat is zeker interessant maar die hoeveelheden zijn niet genoeg om grote hoeveelheden grondstoffen voor de huidige veestapel te vervangen.”

Feiten over grondstoffen

► De Nederlandse varkenshouderij gebruikt jaarlijks ruim 4,7 miljoen ton mengvoer (2017).
► Mengvoer bestaat vandaag voor circa 60% uit granen, waarvan ongeveer de helft tarwe en de helft mais.
► De resterende 40% is vooral palmpit-, raapzaad-, zonnepit- en sojaschroot, tarwegries, melasse/vinasse en premixen.
► Van alle grondstoffen komt ongeveer de helft van buiten de EU. Belangrijke regio’s/landen zijn Zuid- en Noord-Amerika, Rusland en Oekraïne.
► Binnen de EU zijn Frankrijk en Duitsland belangrijke productielanden voor mais, granen en tarwegries.
► De varkenshouderij verwerkt jaarlijks 3 miljoen ton natte bijproducten uit de voedingsindustrie.
► De grootste stromen in 2017 zijn tarwezetmeel (850.000 ton), stoomschillen (630.000 ton), wei (605.000 ton) en tarwegistconcentraat (437.000 ton).

Helft grondstoffen uit EU

De vraag is hoe groot die hoeveelheden zijn. Daar is wel een schatting van te maken. Volgens Arie van Dijk, voermarktanalist van Stigevo, zit er vandaag zo’n 60% granen in varkensvoer waarvan de helft mais en de helft tarwe. De rest bestaat voornamelijk uit bijproducten als schilfers en schroten van palmpitten en zonnebloemzaad, tarwegries en sojabonen.

Van alle grondstoffen komt circa 50% van buiten de EU. Op een totaal van 5 miljoen ton mengvoer voor varkens is dat bij benadering 2,5 miljoen ton aan grondstoffen ‘van ver’. Ter illustratie: de varkenshouderij gebruikt nu jaarlijks 3 miljoen ton natte bijproducten uit de verwerkende industrie. Dat is omgerekend naar graan ‘slechts’ 750.000 ton.

Restproducten uit voedingsindustrie

Een tweede gegeven is dat de varkenshouderij grootgebruiker is van restproducten uit de voedingsindustrie. Ook reststromen uit de verwerking van grondstoffen (zoals oliehoudende zaden) verdwijnen voor een groot deel in het mengvoer. Leveranciers van bijproducten als Bonda en Duynie Feed verwachten dat het aanbod uit deze stromen de komende jaren stijgt. Dat komt door een groeiende voedselproductie, wat nu al te zien is bij de snelle groei van de aardappel- en zetmeelverwerkende industrie. In theorie kan het aanbod uit deze stromen fors toenemen als ook keukenafval (swill) weer verwerkt mag worden. De hele EU verspilt jaarlijks bijna 90 miljoen ton voedsel. In Japan verdwijnt 35% daarvan in varkensvoeders. Dat moet dan politiek en praktisch mogelijk worden gemaakt.

Wel zijn er nieuwe kapers op de kust, zoals de petfood- en de verpakkingsindustrie. Ook zal de vraag uit andere sectoren toenemen. De werkelijke toekomstige beschikbaarheid van reststromen en tegen welke kosten is daarom een onzekere factor.

Lees verder onder de afbeelding.

Overheid bepalende factor

Geen granen meer voeren is voor Flipsen van Nevedi een grote brug te ver. Maar een beleidskeuze om te stoppen met import uit verre landen zou hij begrijpen. “Wij willen ook minder grondstofafhankelijk worden. Daar is echter wel tijd voor nodig en er is niet één oplossing.

De belangrijkste opties om minder afhankelijk te zijn van grondstoffen van ver weg, staan in de kaders op deze pagina’s. Het is lastig te voorspellen of dit voldoende is. Ook de overheid is een bepalende factor: ze kan bijvoorbeeld het gebruik van alternatieve grondstoffen afdwingen, toestaan dat voedselafval (swill) weer kan worden verwerkt en diermeel weer wordt gebruikt. En gaat er wel of geen mes in de veestapel?

Carbonfootprint

Flipsen benadrukt dat het onderwerp breder moet worden bekeken dan alleen op basis van grondstoffen. Er gaat in zijn ogen een transitie plaatsvinden waarbij ook andere ketenpartijen een rol spelen. De consument weet straks via ketensamenwerking en concepten wat de milieubelasting is van een type vlees aan de hand van kengetallen als de carbonfootprint, waterverbruik en mate van circulariteit. Dat deze ontwikkeling met vallen en opstaan gaat, is voor hem geen bewijs dat het niet gaat gebeuren. In de pluimveehouderij is Kipster een concept waar het, weliswaar kleinschalig, gebeurt. “Je moet in lange termijnen denken zoals het klimaatakkoord gaat over maatregelen tot 2030 en 2050.”

Laatste reacties

  • massy

    Dan krijg je straks geld bij als je voer besteld ?

  • farmerbn

    Kijk dit is het bewijs dat de kringloopgedachte het doel krijgt om de veestapel te verkleinen. Soja(-afval) uit Zuid-Amerika vinden ze vies maar zelf een vliegvakantie daar naar toe vinden ze top.

  • Oké dan

    Er mag ook wel eens benadrukt worden dat het vele water dat in de natte bijprodukten door varkens opgegeten wordt heel veel CO2 uitstoot scheelt voor de voedingsmiddelen industrie. Anders zouden ze het moeten indampen of naar de vergister moeten brengen. Eigenlijk moeten wij hier geld voor vragen ipv te betalen voor een vracht water met een beetje voedingsstoffen.

  • ronaldscholten

    Het voeren van gefermenteerde grondstoffen (o.a. tarwegries, sojahullen, bietenpulp dat mens niet wil eten) aan zeugen geeft een besparing van 5 tot 8% op totale voeropname per zeug per jaar. Zoveel meer energie komt er beschikbaar door fermentatie. Dat is ENORM! Meerdere zeugenbedrijven bevestigen deze cijfers. Dus technologische oplossingen (zoals fermentatie) gaan ons zeker een enorme efficiëntie verbetering geven.

Of registreer je om te kunnen reageren.