Mechanisatie

Nieuws

Proefveldspuit jongleert op vierkante meter

Gewasproeven doen op miniveldjes en een standaard grote spuit gaan niet samen. Onno Bes van het proefstation in Sint Katelijne Waver ontwikkelde daarom een spuit met 12 tanks en 180 doppen om de veldjes van 1,75 bij 7 meter te bespuiten.

De 12 tanks van elk 10 liter hebben elk een aparte enkelvoudige spuitleiding die is opgedeeld in 5 secties (5 bedden). Een sectie bestaat uit 3 doppen. Dat brengt het totaal aantal doppen op 12 (spuitleidingen) x 5 (bedden) x 3 (doppen per bed) = 180 doppen. Het zijn DG 110.03 doppen (DriftGuard, tophoek 110 graden), met 500 l/ha afgifte bij een rijsnelheid van 2,3 km/u en een druk aan de dop van 2 bar.

Wingsprayer of dropleg

Bes: “Die afgifte is de standaard voor onze proeven. Is een andere afgifte gewenst, dan passen we de rijsnelheid aan.” Indien gewenst door een opdrachtgever, kan de spuit worden uitgerust met een Wingsprayer, of met droplegs, dan alleen in combinatie met één spuitleiding. Een dropleg is een hangende buis met aan de onderkant de spuitdop om van onderaf in het gewas te spuiten.”

rtk-gps

Bij het passeren van de grens tussen 2 opeenvolgende proefveldjes, moet er exact en snel van het ene naar het andere spuitmiddel gewisseld worden. Dat gaat met hulp van rtk-gps, in combinatie met een magneetklep op elke spuitdop. Een computer zorgt voor de aansturing van deze kleppen, waarbij de computer er ook rekening mee houdt dat de doppen ‘niet op een lijn’ zitten: de afstand tussen de voorste en achterste spuitleiding is 50 cm. Bij de overgang tussen opeenvolgende veldjes moeten de doppen dus op uiteenlopende momenten uit- en ingeschakeld worden.

Lees verder onder de foto

De spuitmachine heeft 12 spuitleidingen naar elk van de 5 secties, Een sectie bestaat uit 3 doppen. Dat brengt het aantal doppen op 180 stuks. Het in- en uitschakelen van de doppen gaat met een magneetklep per dop. - Foto: Joost Stallen
De spuitmachine heeft 12 spuitleidingen naar elk van de 5 secties, Een sectie bestaat uit 3 doppen. Dat brengt het aantal doppen op 180 stuks. Het in- en uitschakelen van de doppen gaat met een magneetklep per dop. - Foto: Joost Stallen

De computer houdt er op een vergelijkbare manier rekening mee dat de 3 rijen doppen midden achter de spuitmachine -voor het middelste (3e) bed- ook wat verder naar achteren gemonteerd zijn dan de rijen doppen ernaast. Verder worden tijdens het spuiten de temperatuur, windsnelheid en rv continu automatisch gemeten en vastgelegd. Verder worden de spuitdruk en spuittijd per veldje geregistreerd, aan de hand daarvan wordt automatisch de afgifte per veldje berekend.

Een proef spuiten vraagt nu enkele minuten. “Dat is wel zonder het klaar maken van de spuitvloeistoffen, en het instellen van de spuitcomputer en nog enkele voorbereidende handelingen”, geeft Bes aan. Voorafgaand aan een proefbespuiting wordt bij een aantal doppen de werkdruk gemeten, om zeker te weten dat die overal gelijk is.

Taakkaart

Het instellen van de spuitcomputer gaat volgens een vaste procedure, inclusief het inladen van een taakkaart vanaf een usb-stick. Hierop staat het spuitplan, zodat de computer weet welk middel op elk proefveldje gespoten moet worden. De software is in eigen beheer ontwikkeld. De gps-software is voorzien van wat Bes aanduidt als een proefveldmodule (Smart Grid van Raven-SBG). “Het enige wat we ter plekke moeten aangeven is de lengte van de proefveldjes.” Het reinigen na een spuitklus gebeurt voor het grootste deel met een automatisch reinigingsprogramma.

Of registreer je om te kunnen reageren.