Home

Achtergrond 8 reacties

Fosfaatzaken: moedeloos makende strijd

Vele honderden zaken over, te weinig, fosfaatrechten zijn al voor de rechter geweest. Slechts een handjevol boeren wist hun zaak te winnen, dat blijkt uit een weinig hoopgevende tussenbalans.

Nederland is al tijden in de ban van stikstof. Maar de invoering van fosfaatrechten dendert ook nog altijd door. Vele honderden rechtszaken zijn aangespannen door boeren die vinden dat ze te weinig rechten toegekend kregen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is er razend druk mee. De tussenbalans, na ruim 350 van 750 zaken die binnen het CBb-‘fosfaatproject’ behandeld worden, is niet gunstig. Maar zes boeren kregen gelijk, de rest ving bot.

In het Paleis van Justitie in Den Haag, waar het CBb zetelt, zullen de komende jaren boeren nog vaak naar binnen gaan vanwege de grote hoeveelheid procedures. - Foto: ANP
In het Paleis van Justitie in Den Haag, waar het CBb zetelt, zullen de komende jaren boeren nog vaak naar binnen gaan vanwege de grote hoeveelheid procedures. - Foto: ANP

Sinds maart 2019 is het CBb bezig met een geclusterde behandeling van fosfaatrechtprocedures. Het doel is tijdsbesparing en het wegwerken van een enorme stapel aan rechtszaken. Via de ‘normale’ werkwijze zou pas over vier jaar de uitspraak verwacht mogen worden. Zo’n 750 fosfaatrechtszaken over 2018 komen voor een dergelijke aanpak in aanmerking, aldus het CBb. Het grootste deel (600) gaat over de zogenoemde ‘individuele disproportionele last’ (IDL), de rest betreft zaken als grondgebondenheid, in- en uitscharen, verplaatsingen op peildatum, melkproductie, categorie-indeling, dierziekte en andere knelgevallen. Vijf van de twintig CBb-rechters zijn ingezet op het ‘fosfaatproject’.

Het meest opvallende bij de tot nu toe gedane uitspraken is het zeer geringe aantal uitspraken waarin boeren gelijk kregen

In oktober bleek dat in zo’n 350 van de 750 fosfaatzaken uitspraak is gedaan. Van de overige 400 zaken zijn 200 ingepland en de overige 200 zaken moeten nog ingepland worden. In het voorjaar van 2020 moeten alle fosfaatrechtszaken tot een uitspraak hebben geleid. Volgens CBb-projectleider, senior raadsheer Ron Stam, ligt de behandeling op schema.

Daarmee is het CBb er overigens nog lang niet, over het jaar 2019 liggen nu al weer meer dat 500 zaken op de plank. Ook fosfaatprocedures uit 2017 wachten nog op behandeling. Daarnaast moeten nog aangespannen rechtszaken rondom het fosfaatreductieplan worden opgepakt.

Het meest opvallende bij de tot nu toe gedane uitspraken is het zeer geringe aantal uitspraken waarin boeren gelijk kregen. Maar zes veehouders kregen een voor hen positieve uitspraak.

 


 

De zes door veehouders bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tot nu toe gewonnen fosfaatrechtszaken op een rij:

 

Omschakelen van varkens naar melkvee

In deze zaak gaat het om een boer die zijn varkenstak afbouwde ten gunste van zijn melkveetak. De reden voor de omschakeling was het overlijden van de echtgenote van de boer waardoor hij achterbleef met drie jonge kinderen. De melkveehouderij is minder arbeidsintensief en beter te combineren met de zorg voor kinderen. Een begrijpelijke keuze, aldus het CBb. De melkveehouderij is niet of nauwelijks uitgebreid en de varkensrechten kunnen niet worden omgezet in fosfaatrechten. Daarom is dit volgens het CBb geen puur ondernemersrisico, het beroep op artikel 1 EP slaagt.

Kans op gedwongen faillissement

De melkveehouder verkocht zijn bedrijf in Duitsland en kocht in 2012 in nieuw bedrijf in Nederland. In eerste instantie kreeg hij 3.891 kilo fosfaatrechten toegekend, na bezwaar werd dat verhoogd naar 6.024 kilo. Een jaar later werd dat opnieuw, met terugwerkende kracht, verlaagd tot 3.891 kilo. Dit, in combinatie met gedwongen liquidatie van het bedrijf als er niet meer rechten werden toegekend terwijl de voorganger van de ondernemer wel meer rechten mocht houden, leidde tot gegrond verklaring. Een deel van de schade komt wel voor rekening van het ondernemersrisico.

Eenmalige pacht: niet grondgebonden I

Deze melkveehouder werd gekort op zijn fosfaatrechten omdat zijn bedrijf niet grondgebonden zou zijn. De grond was echter eenmalig en tijdelijk verpacht aan een aardappelteler, bovendien had de veehouder de grond de verpachting steeds zelf in gebruik voor de mestafzet. Volgens het CBb handelde de veehouder daarmee feitelijk in lijn met grondgebondenheid en heeft de akkerbouwer geen fosfaatrechten voor die grond gekregen. Korting is in strijd met artikel 1 EP.

Eenmalige pacht: niet grondgebonden II

Ook hier is sprake van eenmalig en tijdelijke verpachting van grond die leidde tot een korting op fosfaatrechten. Grond was, behalve tijdens de verpachting, altijd zelf in gebruik. Ook in 2015 werd mest afgezet op de verpachte grond en handelde de boer feitelijk in lijn met grondgebondenheid en heeft de akkerbouwer geen fosfaatrechten gekregen. Voordeel pacht staat niet in verhouding tot nadeel fosfaatrechtenkorting. De veehouder kon niet voorzien dat het verpachten van een deel van de grond zou leiden tot een grote verliespost. Korting in strijd met artikel 1 EP.

Peildatum past niet bij specifieke bedrijfscyclus

In deze uitspraak komt het CBb tot het oordeel dat een jongvee-opfokbedrijf te weinig fosfaatrechten toegekend heeft gekregen. Het systeem van de toekenning van fosfaatrechten, dat uitgaat van een enkele dag als peildatum (2 juli 2015), houdt geen rekening met de bedrijfscyclus, is het oordeel. Bijna alle drachtige dieren, 32 stuks, waren (toevallig) al voor 2 juli 2015 verkocht en van het bedrijf af. Daardoor lijdt de veehouder in kwestie een individuele buitensporige last als gevolg van het fosfaatrechtenstelsel, oordeelt het CBb.

Fout melkveefosfaatreferentie: meer rechten

Volgens het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft een melkveehouder aannemelijk weten te maken dat hij door een fout bij het bepalen van zijn melkveefosfaatreferentie (MFR) op de peildatum een lagere veebezetting in zijn stal had dan hij anders gehad zou hebben. Volgens de boer heeft hij 24 melkkoeien afgevoerd, volgens RVO.nl gaat het om tien dieren. Het CBb stelt dat ook als het maar om tien koeien gaat het een zodanige betekenis heeft voor zijn fosfaatrechten dat daar rekening mee gehouden had moeten worden. Geen compensatie is in strijd met artikel 1 EP.

 


 

Gemengde gevoelens over project

Advocaten die regelmatig boeren bijstaan in fosfaatzaken hebben allemaal wel begrip voor het clusteren van fosfaatzaken. Esther Wijnne, advocaat bij Benthem Gratama: “Deze aanpak zorgt ervoor dat alle zaken binnen een enigszins redelijke termijn aan bod komen en een uitspraak krijgen.” Er is volgens advocaat Marieke Toonders van Linssen Advocaten een groot pluspunt. “Het voordeel is dat veehouders de gedane uitspraken op hun eigen situatie kunnen toepassen, zodat op die manier kan worden ingeschat of er een redelijke kans op succes is in een procedure.”

Over de gedane uitspraken zijn de advocaten niet allemaal even gelukkig. Advocaat Ruud Verkoijen van Goorts+Coppens is het meest uitgesproken. “De suggestie is gewekt dat als je aantoont dat je een individuele disproportionele last hebt, je meer fosfaatrechten krijgt. De drempels zijn echter zo hoog dat het in feite onmogelijk is. Zo moet er een bedrijfseconomische noodzaak aanwezig zijn geweest om het bedrijf uit te breiden, anders dan het wegvallen van het melkquotumstelsel. Dat komt er in feite op neer dat de ondernemer niet anders kon dan uitbreiden omdat anders zijn bedrijf ophield te bestaan.”

Je hebt eerder vrede met een negatieve uitkomst als die begrijpelijk is gemotiveerd en alle beroepsgronden goed worden besproken

Advocaat Jacoline Kroon van A&S Advocaten heeft een vergelijkbaar gevoel. Volgens haar lijkt het erop dat het CBb alle gevallen door precies dezelfde mal probeert te persen. Daardoor is bijna alles ondernemersrisico. Het gevolg is volgens Kroon dat er eigenlijk nooit sprake is van een individuele en buitensporige last (IDL). Tot nu toe geeft het zeer kleine aantal voor boeren positieve uitspraken haar gelijk.

Peter Goumans, advocaat bij Hekkelman Advocaten, is kritisch op de manier van rechtspraak. “In veel zaken is de motivering van het CBb wel mager. Dat is niet goed voor het begrip voor een uitspraak. Je hebt eerder vrede met een negatieve uitkomst als die begrijpelijk is gemotiveerd en alle beroepsgronden goed worden besproken.” Goumans pleit daarom voor ‘overzichtsuitspraken’. “De CBb-uitspraak van 23 juli 2019 is wat dat betreft relevant, daarin wordt een nadere motivering gegeven van de IDL-toets. Zo’n motivering ontbrak in eerdere zaken. Het zou een goede zaak zijn als het College van Beroep voor het bedrijfsleven op gezette tijden ‘overzichtsuitspraken’ geeft, zoals de Raad van State dat wel doet. Dat maakt het duidelijk of het instellen van beroep wel of niet zinvol is.”

Een grote nieuwe stal met maar heel weinig koeien er in. Een situatie die voor een aantal melkveehouders werkelijkheid is geworden door de peildatum. - Foto: Fotopersburo Dijkstra
Een grote nieuwe stal met maar heel weinig koeien er in. Een situatie die voor een aantal melkveehouders werkelijkheid is geworden door de peildatum. - Foto: Fotopersburo Dijkstra

Nadruk op voorzienbaarheid

Het hoge percentage afgewezen zaken verbaast de advocaten eigenlijk niet. Peter Goumans constateert dat de uitleg van het begrip ‘voorzienbaarheid’ doorslaggevend is in de CBb-uitspraken. Volgens de uitspraken van het CBb hadden veehouders kunnen verwachten dat voor het verdwenen melkquotum een andersoortige regeling in de plaats zou komen. “Het CBb is streng in de leer”, oordeelt Goumans. Zo’n harde aanpak is volgens Goumans niet nodig. “Ook een aanpak met meer oog voor de situatie van de melkveehouders is juridisch goed verdedigbaar.”

Volgens Ruud Verkoijen is de uitleg van het begrip ‘voorzienbaarheid’ door het CBb veel te rigide. “Ik vind het zonder pardon tegenwerpen van voorzienbaarheid veel te ver gaan. Er wordt daarbij totaal geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende zaken. Iemand die al in 2011 een stal heeft gebouwd, wordt net zo goed voorzienbaarheid verweten als iemand die in 2014 een stal heeft gebouwd. Hetzelfde geldt voor het niet meenemen van de niet gerealiseerde groei. Veel ondernemers hebben te maken met een bijzondere omstandigheid, al dan niet vallende onder de knelgevallenregeling, en hebben daarom de stal niet vol kunnen zetten.”

Er is eigenlijk geen redelijke kans op succes met artikel 1 EP om meer fosfaatrechten te krijgen

Ook advocaat Esther Wijnne hikt aan tegen de manier waarop het CBb van oordeel is dat boeren konden weten dat er regelgeving aan zat te komen. “Het CBb is van oordeel dat productiebeperkende maatregelen al lange tijd voorzienbaar waren en dat deze voorzienbaarheid melkveehouders alleen niet kan worden tegengeworpen als hun uitbreiding noodzakelijk was. Er zijn maar weinig melkveehouders die aan een dergelijk criterium kunnen voldoen. Ik vind het oordeel van het CBb voor wat betreft de voorzienbaarheid wel ver gaan.”

Marieke Toonders is eveneens van mening dat het CBb de lat wel heel erg hoog legt. “Er is eigenlijk geen redelijke kans op succes met artikel 1 EP (recht op ongestoord genot van eigendom) om meer fosfaatrechten te krijgen. Ook de knelgevallenregeling wordt wel heel beperkt uitgelegd. Zeer teleurstellend. Een boer moet bewijzen dat de continuïteit van het bedrijf daadwerkelijk in gevaar komt en dat zijn bedrijf in feite als gevolg van de fosfaatrechten op omvallen staat en dat hieraan niet tegemoetgekomen kan worden door bijvoorbeeld het verkopen van bedrijfsonderdelen, zoals grond of vee.”

Onzichtbare ‘successen’

Toch wil dit niet zeggen dat er slechts in zes zaken succes is geboekt. Voordat het tot een rechtszitting komt, kan ook iets tussen partijen overeengekomen zijn waardoor de rechtszaak niet doorgaat. Verkoijen: “In een aantal zaken wordt net voor de zitting het beroep ingetrokken, omdat RVO.nl met een herstelbesluit komt waarbij toch aan de individuele bezwaren tegemoet is gekomen. Die zaken komen niet bij het CBb, maar leiden in feite wel tot succes, alleen zie je die niet voorbij komen in de rechtspraak.”

Of een dergelijke experiment met geclusterde aanpak van zaken moet worden voortgezet daarover verschillen de advocaten van mening. Volgens Ruud Verkoijen niet. “Ik ben van mening dat bij dit soort ‘bulkzaken’ weinig aandacht is voor de individuele zaak en dat met de voorzienbaarheid wel heel erg gemakkelijk de schuld in de schoenen van de ondernemer wordt geschoven.” Verkoijen verwacht daarom ook dat veel lopende zaken zullen worden ingetrokken. “Zeker de zaken waarbij op 2 juli 2015 niet wordt beschikt over alle vergunningen, inclusief de natuurvergunning.”

Gelet op de capaciteit van het CBb blijft een geclusterde aanpak zinvol

Esther Wijnne staat niet negatief tegenover voortzetting van een dergelijke aanpak. “Op zichzelf sta ik niet negatief tegenover het voortzetten van het project, omdat de zaken dan wel binnen een enigszins redelijke termijn worden afgehandeld en de melkveehouders de gewenste duidelijkheid krijgen.” Ook Peter Goumans ziet voordelen in een verdergaande geclusterde aanpak. “Het aantal beroepszaken is schromelijk onderschat. Gelet op de capaciteit van het CBb blijft een geclusterde aanpak zinvol.”

Over het onderwerp (onverwachte) overheidsmaatregelen, zoals de invoering van de fosfaatrechten, en hoe daar als ondernemer mee om te gaan, heeft advocaat Daniël van Genderen van Leeman Verheijden Huntjens Advocaten een artikel geschreven. In dit artikel worden, naast de systematiek van wet- en regelgeving, ook de kansen op een succesvol juridische procedure voor boeren toegelicht.

Laatste reacties

  • kanaal

    artikel 1 e p geld voor alle burgers in dit land behalve voor boeren die zijn vogelvrij verklaart.

  • egbert

    Ja en nog even en ze verklaren boeren dicht bij natuurgebieden tot staatseigendom is in algemeen belang van de landbouwwet anno 1900 en nog wat .
    Het communisme regeerd.

  • Hilhorst100

    f timmermans en d samsong nemen het wel op voor de nederlandse boer, dan zullen we toch uit de eu moeten

  • Alco

    Afwijzingen gaan allemaal onder het mom van. Ze hadden het kunnen weten.
    Weten ze dan niet wat Tjeerd de Groot schreef ( 20% uitbreiding moest mogelijk zijn)
    Wat de LTO zei. ( Grond onder het bedrijf zou bepalend zijn)
    En de RFC ( We verwachten 12 % meer melk)

  • Die Tjeerd de Groot moeten ze opsluiten!

  • gjh

    Tjeerd de Groot kunnen we niet voor vol aanzien totaal gestoord en dwaas. Die man doet me denken aan de oorlog.

  • Henk.visscher

    De stikstofcrises was ook te voorzien, dus de overheid lost het nu maar op

  • Mbmb

    In het algemeen zie je dat de rechters erg streng zijn voor de boeren en laten meewegen dat het ministerie niet op grote schaal op zijn bek mag gaan met alle financiële gevolgen van dien. Zet dat af tegen de extreme uitspraak van de Rv St over stikstof, gingen allemaal over veehouderijen, dan is het voor mij duidelijk dat de framing van boeren en de ruime aanwezigheid van rechters met linkse en groene en stadse opvattingen, de rechtspraak beïnvloedt. In negatieve zin voor ons welteverstaan.

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.