Home

Achtergrond 5 reacties

Record na record voor wolprijzen Australië

Australische schapenhouders hebben het beste seizoen ooit achter de rug. De wolprijzen braken record op record, met uiteindelijk een stijging van 20% ten opzichte van het vorige seizoen. De hoge opbrengsten lijken bovendien aan te houden. Niet alleen groeit de vraag uit China, ook het verminderde aantal schapen draagt bij aan de topresultaten. Schapenhouders spreken van een ‘supercyclus’. Nederlandse schapenhouders profiteren niet mee.

Schapenhouders in de staat West-Australië waren de eersten die een recordbedrag van 20 Australische dollar (€ 12,65) ontvingen per kilo wol. Dat gebeurde op een veiling van de regionale wolmarkt Western Indicator. Sinds die doorbraak enkele weken geleden is de prijs op en neer gegaan. De laatste weken was sprake van een lichte correctie, vooral veroorzaakt door koerswijzigingen van de Australische dollar.

Alle hoogterecords verbroken

Voor de Australische schapenhouders was de eerste helft van dit jaar buitengewoon succesvol. Het begon met een eerste prijsrecord van 18,75 Australische dollar (€ 11,86) op 10 januari. Op 8 februari brak de wolprijs de grens van 19 dollar (€ 12,01). Daar volgden records van achtereenvolgens 19,34 dollar (€ 12,23) op 19 april en 19,65 dollar (€ 12,42) op 24 april.

Deze prijzen van de zogeheten Australian Wool Exchange (Awex) zijn gebaseerd op de gemiddelde verkoop van merinowol, fijne en extra fijne wolsoorten. Inmiddels zijn ook in de overige staten in Australië hoge prijzen gehaald, al worden in het oosten ook wat goedkopere soorten wol aangeboden op de veilingen. Alle hoogterecords zijn verbroken. Alleen wol van 19 micron heeft nog een oud record in de boeken staan uit 1988 van 24,99 dollar (€ 15,80) per kilo.

Meer dan 80% van de schapen ‘down under’ zijn merinoschapen. - Foto:  Henk Riswick
Meer dan 80% van de schapen ‘down under’ zijn merinoschapen. - Foto: Henk Riswick

Eenvoudig principe van vraag en aanbod

De enorme stijging van de wolprijzen op de veilingen in Australië veroorzaakte een seizoenomzet in het gebroken jaar 2017-2018 van 3,4 miljard dollar (€ 2,15 miljard); een stijging van 20% ten opzichte van het vorige seizoen. “Ik kan me geen seizoen herinneren dat zo goed verliep als dit”, zegt analist Lionel Plunkett van de Australian Wool Exchange. “Het is allemaal te danken aan het eenvoudige principe van vraag en aanbod. Maar daar moet ik bij aantekenen dat de lage prijs van de Australische dollar tegenover de Amerikaanse dollar ons een handje heeft geholpen. De wol wordt immers verhandeld in Amerikaanse dollars. Dat maakt onze wol aantrekkelijker voor kopers uit China, Europa en India.”

Wolopbrengst van 343.000 ton

Plunkett onderstreept dat er bovendien een ander mechanisme meespeelt. “Je ziet in markten waar een snelle stijging plaatsvindt dat mensen bang zijn om de boot te missen. Ze zijn bereid om meer te betalen omdat het morgen misschien weer duurder is. Als de trend neerwaarts is, zie je het omgekeerde. Kopers wachten af, want morgen kan het weer goedkoper zijn.”

Australië telt volgens de laatste statistieken zo’n 30.000 schapenhouders en zo’n 77 miljoen schapen. In het afgelopen gebroken seizoen 2017-2018, dat eindigde op 30 juni, kwam de wolopbrengst uit op in totaal 343.000 ton, met een totale waarde van 2,75 miljard € . Voor het komende seizoen 2018-2019, wordt een lichte stijging van 2% tot 350.000 ton verwacht. De waarde van de wol stijgt naar verwachting echter met 9% tot bijna € 3 miljard. Meer dan 80% van de schapen ‘down under’ zijn merinoschapen.

Een dreigend probleem in de Australische schapensector is het tekort aan schapenscheerders. De geleidelijke stijging van het aanbod om aan de vraag te voldoen zal op termijn, voorspellen analisten, leiden tot te weinig van deze gespecialiseerd vaklieden. - Foto: AFP
Een dreigend probleem in de Australische schapensector is het tekort aan schapenscheerders. De geleidelijke stijging van het aanbod om aan de vraag te voldoen zal op termijn, voorspellen analisten, leiden tot te weinig van deze gespecialiseerd vaklieden. - Foto: AFP

Trendsetters voor nieuwe prijsrecords

Er zijn circa 6.000 schapenhouderijen gevestigd in de staat West-Australië. Zij gelden als de trendsetters voor de nieuwe prijsrecords, op de veilingen in het westen van het land. Over het algemeen zijn deze bedrijven grootschaliger dan die in het oosten. De markt in deze staat is goed voor 1,07 miljard dollar (€ 680 miljoen).

Jeremy King (47) is een vierde generatie schapenhouder uit Darkan, 200 kilometer ten zuidoosten van Perth. Zijn bedrijf telt 6.000 fokooien en produceert jaarlijks zo’n 45.000 kilo wol. Hij heeft de nodige problemen gehad in het verleden maar ziet de nabije toekomst met vertrouwen tegemoet. “Er zijn tijden geweest dat ik mijzelf afvroeg waarom we nog doorgingen”, erkent King. “Maar mijn vader en grootvader hebben het ook in moeilijke tijden volgehouden met hun merino’s. En ik heb stilletjes gehoopt dat de prijzen weer zouden opkrabbelen. Al had ik nooit durven dromen dat ze het huidige peil zouden bereiken.”

China importeert 80%

De stijging van Australische wolprijzen tot recordhoogte is voor het overgrote deel te danken aan de opkomst van een grotere middenklasse in China. Zij krijgen steeds meer te besteden en waarderen bovendien de kwaliteit van de wol. Inmiddels importeert China bijna 80% van de wol die down under wordt geproduceerd.

‘In Australië is op dit moment sprake van een ongekende vraag naar nieuwe schuren, apparatuur om te scheren, renovaties, hekwerken en dergelijke’

Tim Johnston, voorzitter van de Australische Associatie van Agrarische Consulenten

Prijzen blijven voorlopig hoog

Alle indicatoren wijzen er op dat de hoge prijzen voorlopig nog even voortduren. Er is sprake van een geleidelijke toename van de prijzen en bovendien kan merinowol rekenen op toename van de vraag door het ontstaan van nieuwe markten zoals sportkleding.

Ook zijn er steeds minder schapen, hetgeen eveneens de prijzen stuwt. Voorzitter Tim Johnston van de Australische Associatie van Agrarische Consulenten verwacht dat het lagere aantal schapen in Australië een blijvend verschijnsel is. Sinds een piek in 1992 van 180 miljoen schapen, is de landelijke kudde gedaald tot 77 miljoen schapen nu.

“Sowieso duurt het jaren om een kudde op te bouwen”, beklemtoont Johnston. “Daar komt bij dat met hoge prijzen voor schapenvlees zoals nu ook de verkoop van merino’s voor vlees blijft doorgaan.” Verder wordt over het algemeen aangenomen dat de Australische dollar zijn zwakke positie tegenover de Australische dollar blijft behouden voor langere tijd. Ook dat houdt de prijzen op het Australische continent hoog.

Investeringshausse

Ondertussen hebben schapenhouders down under weer genoeg geld om te investeren in hun bedrijf. Volgens Johnston is sprake van een ongekende vraag naar nieuwe schuren, apparatuur om te scheren, renovaties, hekwerken en dergelijke. Ook schulden aan banken worden versneld afbetaald.

Bankprognoses geven aan dat het inkomen van schapenhouders in het zojuist afgesloten seizoen gemiddeld met 35% is gestegen in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. En het vorige seizoen leverde ook al een record-opbrengst op voor de boeren.

Een donkere wolk aan de hemel voor de schapenhouders vormt echter de afschaffing van de export van levende schapen. Recent heeft de West-Australische regering deze transporten per schip voor ongepaalde tijd opgeschort.

De export van levende schapen. De West-Australische regering heeft deze transporten per schip voor ongepaalde tijd opgeschort. - Foto: EPA
De export van levende schapen. De West-Australische regering heeft deze transporten per schip voor ongepaalde tijd opgeschort. - Foto: EPA

Tekort aan schapenscheerders

Een ander dreigend probleem is het tekort aan schapenscheerders. De geleidelijke stijging van het aanbod om aan de vraag te voldoen zal op termijn, voorspellen analisten, leiden tot te weinig van deze gespecialiseerd vaklieden. De Schapenscheerders Associatie van Australië neemt een stagnatie van de groei van het aantal scheerders waar. De belangenorganisatie denkt dat het niet zo zeer om het geld gaat.

‘Scheerders gaan bepalen wanneer ze het werk doen en niet de boeren’

Jason Letchford, secretaris van de Schapenscheerders Associatie van Australië

Secretaris Jason Letchford van de Associatie benadrukt dat jonge mensen vooral afzien van een loopbaan als schapenscheerder omdat het werk een slechte reputatie heeft. “Er is een gebrek aan veilige werkomstandigheden en zelfs de basisfaciliteiten op het gebieden van hygiëne ontbreken vaak”, beklemtoont Letchford. “We spreken scheerders die naar boerderijen gaan waar nog niet eens een toilet of een kraan om hun handen te wassen is.”

Letchford hoopt dat de goede tijden van het moment schapenhouders aanzetten tot investeringen die voor scheerders van belang zijn. Hij benadrukt dat verbeteringen ook in het belang zijn van de boeren zelf. Volgens de laatst bekende gegevens is het aantal schapenscheerders gezakt van 4.000 in 2006 tot 2.850 in 2016.

Letchford verwacht dat schapenscheerders, die 120 tot 180 dieren per dag van hun wol kunnen ontdoen, eerder gaan kiezen voor grotere boerderijen. “Kleinere bedrijven gaan het nog moeilijk krijgen”, vreest hij. “Scheerders gaan bepalen wanneer ze het werk doen en niet de boeren.”

‘Lamsvlees was koning en wol was het arme neefje’

Schapenhouders richten zich veelal op wolproductie, nu de prijzen zo hoog liggen. Ook bij het fokken van schapen ligt de nadruk daarop. “De laatste 5 jaar was de aandacht vooral gericht op de vleesproductie”, maakt genetisch deskundige Ben Swain van de belangenvereniging voor merinoschapen duidelijk. “Lamsvlees was koning en wol was het arme neefje.”

Die situatie is voorbij. Swain: “Schapenhouders gaan voor de hoogste wolproductie maar ze moeten ervoor zorgen dat die geweldige verbeteringen in vleesproductie niet verloren gaan. Het heeft ons 15 tot 20 jaar gekost om het huidige peil te bereiken.”

De opleving van de wolmarkt heeft ervoor gezorgd dat ook jongere boeren weer interesse krijgen in het houden van schapen. Enkele decennia was de aanwas in de sector minimaal. Swain ziet de nieuwe generatie nu weer opdagen bij merino-evenementen. “Jonge boeren zagen meer in rundvee. Dat is nu wel anders.”

'We moeten vaak blij zijn dat we het kwijt kunnen'

De opleving van de wolmarkt in Australië gaat aan Nederland voorbij. Net als andere Europese schapenhouders, worstelen de Nederlandse schapenhouders met de afzet van de wol. “We moeten vaak blij zijn dat we het kwijt kunnen”, concludeert Jan Pijl, eigenaar van de Friese Wolhandel in Drachten en al 30 jaar werkzaam in de wol. Nederland telde op 1 april dit jaar circa 810.000 schapen, bijna evenveel als in 2017. Dat jaar waren er zo’n 8.400 schapenhouders. Het gaat hier om bedrijven ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, hobbybedrijven neemt het CBS niet meer mee in de telling.


Nederlandse wolmarkt beleeft dieptepunt

In tegenstelling tot de situatie in Australië beleeft de Nederlandse wolmarkt een dieptepunt. Pijl: “De wol is een ondergeschoven kindje. Men wil gewoon lammeren. Als gevolg daarvan vind je alleen maar kruisingen in Nederland. Het gaat om het vlees.”

 

30 jaar geleden was nog 95% van de schapen in Nederland een Texelaar. Nu vind je nog misschien 5% aan Texelaars, vaak bij hobbyisten. - Foto: Wick Natzijl
30 jaar geleden was nog 95% van de schapen in Nederland een Texelaar. Nu vind je nog misschien 5% aan Texelaars, vaak bij hobbyisten. - Foto: Wick Natzijl

Voor Nederlander is wol vaak wol

De variatie in de wol is door al de kruisingen groot en dat is juist het probleem, onderstreept Pijl. “De wol is van alles wat. Je hebt verschillende kleuren haren. Het is lang, het is kort. Het is fijn, het is grof. Alles zit door elkaar. Het is eigenlijk niet te vergelijken met Australië. Er is hier geen enkel merinoschaap te vinden. Maar ja, voor de Nederlander is wol vaak wol.”

Texelaar vroeger populairste schaap

Toen Pijl in de wolmarkt verzeild raakte, 30 jaar geleden, was nog 95% van de schapen in Nederland een Texelaar. “Daar stond men voor in de rij. De wol was uniform van kleur. De lengte was redelijk en de micronage was fijn. We kregen 5 gulden per kilo wol. Het ging veel in de breigarens onder andere. Maar ja, dat segment is bijna helemaal verdwenen. Nu vind je nog misschien 5% aan Texelaars, vaak bij hobbyisten. ”

De Nederlandse schapen vallen onder de zogeheten European crossbreds, geeft Bijl aan. Alle Nederlandse wol is bestemd voor export. Pijl verkoopt de wol aan grote handelshuizen in landen als Engeland en van daar uit gaat het vooral naar China. “Dat gebruikt men niet voor kleding. Van onze wol maken ze dekbedden, tapijten en nog wat breigarens. Dat is onze markt. En die markt ligt al jaren op zijn gat. ”

‘Ik heb in de afgelopen tijd heel wat boze telefoontjes gehad van schapenhouders die vonden dat ik een dief was’

Die niet al te positieve marktpositie is terug te vinden te vinden in de prijzen die schapenhouders ontvangen. “Ze krijgen in Australië voor hun mooie wol nu 12 of 13 € per kilo. Maar hier vangen de schapenhouders als ze geluk hebben 50 cent per kilo. In de winter is de prijs gestegen tot 80 cent maar vorig jaar hadden we een prijs van 30 cent. Ik heb in de afgelopen tijd heel wat boze telefoontjes gehad van schapenhouders die vonden dat ik een dief was.”

De inkomende kwaliteit is al laag

Pijl beklemtoont dat schapenhouders wel hoge prijzen krijgen voor hun lammeren. “De vleesprijzen zijn op het moment goed. Maar de wol zien ze een beetje als afval af en toe. Ik vind soms bekertjes en blikjes tussen de balen. Men let niet meer op de stront. Het zit vol met stro. De inkomende kwaliteit is dus al laag. Schapen moeten worden geschoren maar het scheren is nu duurder dan de wol die het oplevert. Maar goed: als wij naar de kapper gaan, moeten we er ook voor betalen…”

De merinomarkt is iets op zich, legt Pijl uit. “Dat kun je niet met onze markt vergelijken. Dat zijn appels en peren. Er zijn tijden geweest dat de crossbreds in prijs meegingen met de merino’s, maar dat is nu niet zo. Het heeft te maken met een overaanbod in de wol van de crossbreds. Het duurt nog jaren voordat onze wolmarkt weer gezond is. Ik heb geen hoge verwachtingen.”

Laatste reacties

  • husky007

    Mooi toch voor de australische schapenhouder dat men een keer een mooie cent verdient.

  • agpros

    De Australische $ zwak ten opzichte van Australische $ ???

  • farmerbn

    Kijk, dit is het duidelijke bewijs dat je soms enkele magere jaren hebt voordat het weer goed komt. Een mooie les voor FC.

  • wmeulemanjr1

    @farmerbn, als FC zijn lesje(luie handel) heeft gehad is het al te laat voor de veehouder, maar dan hebben we daar toch alweer nieuwe stuurlui/zakkenvullers met weeer een nieuwe visie, let maar op!

  • kleine boer

    Farmerbn dat zegt Alco ook telkens zoiets denk jullie beiden een goed punt hebben👍

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.