Home

Achtergrond 4 reacties

Waarom windparken op boerengrond kansrijk zijn

Windparken op boerengrond spreken tot de verbeelding. Honderden boeren proberen voor een stukje van de wind te leven. Dat aantal kan fors groeien.

➤ Aanleg windpark in eigen hand houden  
Kleine windmolens zijn in trek
Aan de slag gaan met windparken

Gemeenten en provincies moeten vanaf 2020 nog heel veel windenergie op land realiseren. Zij staan voor de opgave om in 10 jaar het aantal grote windturbines te verdubbelen. Dat kan overal in het land met windparken. Hier liggen volgens de Windunie, die verschillende boerencoöperaties begeleidt bij windenergie, volop kansen voor nieuwe windboeren.

Op meerdere plaatsen zijn boeren al met wind aan de slag gegaan. Logisch, want inspelen op boerenwind brengt geld in het laatje. In een lijstje dat Boerderij een aantal jaren geleden opstelde, kwam meedoen in een windpark als een van de financieel aantrekkelijkste nevenactiviteit naar voren.

Windpark vergt lange adem en doorzettingsvermogen

Maar het is wel een hele toer om een windpark te realiseren. Het vereist initiatief, durf, geld, een lange adem en doorzettingsvermogen. Als het lukt rolt er jaarlijks een mooi rendement uit van minstens 7% oplopend tot wel 15% en soms meer voor een grote windturbine en 4-5% rendement voor een kleine molen.

Naar schatting 750 boeren zijn inmiddels betrokken bij windprojecten, vooral windparken van grotere aantallen molens. In het verleden zijn ook projecten van 1 of 2 molens gerealiseerd, maar dat is vrijwel verleden tijd. Een flink deel van de windboeren ziet de verdiensten op de bankrekening terugkomen, andere boeren staan te popelen tot de wieken daadwerkelijk gaan draaien.

Tientallen ‘boerenturbines’

De windkaart van RVO.nl geeft aan wat in de periode 2004-2013 de gemiddelde windsnelheid in Nederland was. Bij 7 meter per seconde of meer kan een kleine windmolen financieel interessant zijn. Bepalend is of de gemeente toestemming verleent.

Beweeg over de iconen voor meer informatie

Grote windturbines komen terecht in windparken. De rijksoverheid heeft gebieden aangewezen waar deze parken in de periode tot 2020 gerealiseerd kunnen worden. Daarna is de weg vrij om elders windparken aan te leggen. Strikt genomen kan het overal, op kwetsbare gebieden zoals natuur na. Het is aan de provincies en gemeenten om locaties aan te wijzen.

Windsnelheid speelt nauwelijks een rol. De turbines zijn hoger dan 200 meter en vangen voldoende wind om rendabel te zijn.

Op de kaart staan de grote windparken ingetekend, met daarbij vermeld of er boeren bij betrokken zijn.

Succes niet gegarandeerd

Een boerenwindpark klinkt veelbelovend en dat is het ook. Maar succes is niet gegarandeerd. Zo’n 8 van de 10 initiatieven van boeren, maar ook van burgers en ondernemingen, sneuvelen voor de eindstreep.

Sinds eind jaren 90 is een aantal windparken gerealiseerd, deels door grote partijen zoals de Rotterdamse haven, deels met projecten waarbij boeren rechtstreeks of zijdelings betrokken waren. Vooral in Flevoland, maar ook in Friesland, Zeeland en de Wieringermeer. Bij de laatste, het Windcollectief Wieringermeer, hebben de 32 boeren het park ‘voor een aanbod dat ze niet konden weigeren’ overgedaan aan Nuon.

In Flevoland maken windmolens op verschillende locaties plaats voor moderne exemplaren, die wel 2,5 keer zoveel energie leveren. Boeren investeren hiervoor honderden miljoenen euro’s. In diezelfde provincie is gekrakeel ontstaan over twee boereninitiatiefnemers die tientallen miljoenen euro’s winst behalen met een serie windmolens. Boeren op wiens grond de windmolens staan, eisen via juridische procedures ook een aandeel van die winst op.

Deze windparken zijn in ontwikkeling

Een aantal grote projecten is nog in ontwikkeling zoals in West-Brabant (Zonzeelse Wind), de Eemshaven (Windpark Oostpolder) en in de Veenkoloniën. Daar hebben 3 partijen de handen ineengeslagen: de boerencoöperaties Duurzame Energieproductie Exloërmond bv, Windpark Oostermoer Exploitatie bv en de Raedthuys Windenergie bv uit Enschede gaan gezamenlijk 45 molens plaatsen. Goed straks voor zo’n 13 miljoen kWh per molen per jaar aan stroom – omgerekend stroom voor ruim 167.000 huishoudens.
Artikel gaat verder onder de foto‘s

Cor de Graaf, bestuursvoorzitter van coöperatie Windunie, heeft bij zijn eigen bedrijf in Sint Maartensvlotbrug windmolens staan. Windunie zorgt zelf en via leden voor voldoende windenergie voor 200.000 huishoudens. - Foto: Bob Eshuis
Cor de Graaf, bestuursvoorzitter van coöperatie Windunie, heeft bij zijn eigen bedrijf in Sint Maartensvlotbrug windmolens staan. Windunie zorgt zelf en via leden voor voldoende windenergie voor 200.000 huishoudens. - Foto: Bob Eshuis

Al die grote windparken haken in op het structuurbeleid van de rijksoverheid om windenergie op land zo veel mogelijk te concentreren in daarvoor geschikte gebieden van nationaal belang (100 megawatt+-parken). Enerzijds, omdat zo’n groot windpark met grote turbines het meest rendabel is en de meeste energie oplevert. Anderzijds om zo verdere verrommeling van het landschap te voorkomen, doordat overal in het land enkelvoudige windmolens of kleine groepjes zouden verrijzen.

Op die geschikte plaatsen met de (meest) gunstige windvang zijn die parken in ontwikkeling of gerealiseerd. Dat argument van de gunstige windvang speelt tegenwoordig een veel minder grote rol. De turbines hebben wieken die ruim boven de 200 meter uitkomen. In die hogere luchtlagen is er altijd voldoende wind, zegt Windunie.

Niet langer dominante positie Rijk bij aanwijzen locaties

Het nieuwe beleid dat in 2020 ingaat, haalt de dominante positie van het Rijk van tafel bij het aanwijzen van plekken voor windparken. Veel meer komt de keuze te liggen bij provincies in samenspraak met gemeenten. Hoe dat precies gaat uitkristalliseren is nog onduidelijk. Voor boeren met interesse in windenergie is het zaak om op het vinkentouw te zitten. De meeste provincies hebben al wel aangegeven in welke richting ze denken met de hoeveelheid windenergie. De vraag is dan op welke plek?

Weerstand omwonenden tegen windmolens

Wie eraan begint moet zich realiseren dat het een kwestie is van lange adem. Enerzijds door de ellenlange ambtelijke procedures met een omgevingsvergunning, natuurbeschermingswet, de MER, adviezen, bezwaren en juridische zaken, anderzijds vooral doordat omwonenden en actiegroepen zich verzetten tegen de komst vanwege overlast en de aanblik. De plaatselijke politiek roert zich dan ook. Zet ze maar op zee is dan het meest gehoorde argument.

Protest tegen het windmolenpark in de Veenkoloniën was er al in 2014. - Foto: ANP/Novum
Protest tegen het windmolenpark in de Veenkoloniën was er al in 2014. - Foto: ANP/Novum

Het verzet tegen windparken kan felle vormen aannemen. In de Veenkoloniën hebben de boeren dat aan den lijve ondervonden. De tegenstand ging zelfs zover, dat actievoerders ijzeren kettingen en staven in maisland hingen met het doel om maiskneuzers kapot te krijgen en zo de windparkboeren te duperen. € 10.000 schade, de dader(s) zijn nooit gevonden.

Maar de boeren hebben zich hierdoor niet uit het veld laten slaan. Bij hen ging dit voorjaar de vlag uit. De Raad van State veegde de bezwaren tegen de komst van windturbines van tafel. De belangrijkste hindernis op weg naar een park is daarmee verdwenen. Het moet nu heel raar lopen als de moderne energiemolens er niet zouden komen. Het is een kwestie van het kiezen van welke turbine, de aanleg van toegangswegen en het plaatsen van de windmolens. In 2020 draaien ze. In totaal 45 stuks, waarvan 33 in boerenhand. Het heeft dan 10 jaar geduurd tussen de eerste gesprekken van boeren om samen energie te winnen tot de daadwerkelijke uitvoering.

➤ Aanleg windpark in eigen hand houden

“Boeren moeten het aanleggen van een windpark in eigen hand houden”, betoogt Harbert ten Have.

Voor hem geldt dat de inkomsten uit wind bijdragen aan de toekomst van zijn bedrijf, zoals dat ook voor de andere deelnemers geldt. “Zo kunnen we in onze eigen regio levensvatbare landbouwbedrijven in stand houden. Dat is goed voor de hele economie in het gebied. Zonder boeren kan bijvoorbeeld ook een Avebe niet draaien.”

Harbert ten Have (68) heeft in Eerste Exloërmond (Drenthe) 56 hectare met fabrieksaardappelen, bieten, cichorei, uien en graan. Hij is coördinator van de boerencoöperaties Duurzame Energieproductie Exloërmond bv, 1 van de 3 partijen in windpark Drentse Monden en Oostermoer. - Foto: Hans Banus
Harbert ten Have (68) heeft in Eerste Exloërmond (Drenthe) 56 hectare met fabrieksaardappelen, bieten, cichorei, uien en graan. Hij is coördinator van de boerencoöperaties Duurzame Energieproductie Exloërmond bv, 1 van de 3 partijen in windpark Drentse Monden en Oostermoer. - Foto: Hans Banus

Wind als ‘4de gewas’

Al in 2009 gingen de boeren rond de tafel om te zien of zij neveninkomsten konden halen uit wind. Ten Have duidt het aan als een soort 4de gewas. “Het past heel goed: weinig arbeid, het kost weinig grond en je haalt een rendement. Door minder subsidie via het GLB valt € 300 per hectare weg, voor ons bedrijf in totaal € 15.000. We hebben het geluk dat we dat met windenergie kunnen compenseren.”

Het was een avontuur, met hindernissen, protesten en acties. Boeren werden afgeschilderd als zakkenvullers. De akkerbouwer stoorde zich daarbij aan de politici: “Die roepen aan de ene kant dat er alternatieve energie moet komen, maar houden de rug niet recht.”

‘48% van de nu gerealiseerde duurzame energie op land, zoals wind, zon en biovergisting, komt van de agrarische sector’

Net als de andere 22 boeren in de coöperatie stopte hij veel tijd en periodiek geld in een pot voor het project. Overigens heeft de lange duur van het traject financieel voordelig gewerkt. Ontwikkeling van betere windturbines ging gepaard met lagere prijzen; nu rond de € 1 miljoen per megawatt. Aanvankelijk rekende Ten Have voor 17 windmolens op € 100 tot 120 miljoen. Dat wordt zo’n € 20 miljoen voordeliger. De boeren leggen zelf 20% op tafel. De rest komt van de bank, die weinig risico loopt dankzij de garantie van SDE-subsidie die 15 jaar lang een vaste energieprijs garandeert.

Als de molens er staan, hebben de boeren een steentje bijgedragen aan de nieuwe energie voor Nederland, benadrukt Ten Have: “48% van de nu gerealiseerde duurzame energie op land, zoals wind, zon en biovergisting, komt van de agrarische sector. Een prestatie om trots op te zijn. Wij zijn rentmeester van de grond, maar ook van duurzame energie.”

➤ Kleine windmolens zijn in trek

Boeren mogen in verschillende gemeenten op hun eigen bouwblok een kleine windmolen bouwen. Dat heeft financieel alleen zin als er in het gebied voldoende wind staat: gemiddeld 7 of meer meter per seconde.

Naar schatting staan er in Nederland nu meer dan 150 kleine, moderne windmolens, vooral bij melkveehouders, die zo hun energiekosten drukken. Ze zijn in trek, vertelt Stijn Haarhuis van DLV Advies. Hij adviseert om er in ieder geval een te kiezen die aan alle wettelijke eisen voldoet. Lang niet alle gemeenten en provincies staan een molen toe.

Plaatsing van een kleine windmolen bij een boerderij in het Groningse Nieuwolda. - Foto: Koos van der Spek
Plaatsing van een kleine windmolen bij een boerderij in het Groningse Nieuwolda. - Foto: Koos van der Spek

Belangrijkste voordeel

De moderne zijn tussen de 15 en 20 meter hoog. Met een capaciteit van 30.000 kWh kosten ze ongeveer € 40.000 inclusief aansluiting op de meterkast. Pluspunt is dat de boer de huidige hoofdzekering – meestal 3 x 50 ampère – niet hoeft te verzwaren. Voor het vergunningen- en bouwtraject staat circa 6 maanden.

Stijn Haarhuis rekent bij een gemiddelde windsnelheid van 7 meter per seconde op een haalbaar rendement van 4 tot 6%. Dat is inclusief een SDE-subsidie. Het belangrijkste voordeel zit ’m in het niet hoeven betalen van energiebelasting van ruwweg 11 cent per kWh voor eigen gebruik. Dat kan dankzij intern salderen. Mogelijk komt dat voordeel in 2023 te vervallen.


➤ Aan de slag gaan met windparken

Er liggen nog volop kansen voor boeren om met windenergie aan de gang te gaan, zegt algemeen directeur Axel Posthumus van Windunie. Deze coöperatie met 250 voornamelijk boerenleden is betrokken bij veel grote boerenwindparken.

Tot 2020 heeft de rijksoverheid aanleg van grote windparken geconcentreerd in 11 verschillende gebieden. Daarna zijn provincies en gemeenten aan zet om op grote schaal duurzame energie te realiseren. Op basis van de doelstellingen van de regering komt er volgens Posthumus in de periode tot 2030 nog zo’n 9 gigawatt aan windenergie op land bij. Dat is meer dan het dubbele van wat er nu aan grote windturbines staat. Dat kan in heel Nederland. “De moderne 200 meter hoge windmolens vangen overal op die hoogte voldoende wind.”

Omgeving betrekken bij maken plannen

Voor (boeren)initiatiefnemers is het essentieel dat ze in een zo vroeg mogelijk stadium de omgeving bij de plannenmakerij betrekken, adviseert de Windunie-directeur. Niet een kant-en-klaar plan neerleggen, maar juist samen met de omwonenden een plan ontwikkelen. Daarbij helpt het als de omwonenden ook de kans krijgen om van de verdiensten te profiteren (mogelijk een abonnement op de afname van energie van de molen) of om deels eigenaar te worden.

Boeren die de draad willen oppakken, moeten aankloppen bij hun landbouworganisatie of bij bureaus zoals Windunie, betoogt de directeur. “Meedoen met duurzame energie is aanlokkelijk. Boeren met windmolens doen het financieel beter dan boeren zonder. Het is een andere manier van bewerken van de grond.”

Laatste reacties

  • koestal

    Zet ze maar op zee !

  • j.h.vonk@home.nl

    Windmolens op zee . En de daken van schuren, woonhuizen, industrie gebieden. Benutten voor zon energie.
    En geen landbouw grond aan verspillen.

  • Peerke1

    Er zullen weer veel jongeren boer willen worden, als de nieuwe generatie kan leven van de zon en van de wind. Bovendien lekker genieten van de zon en zeilen met de wind mee.

  • Jaap39

    Precies @Peerke, en als de verdiensten aan alternatieve energie voldoende zijn stoppen ze allemaal vanZelf met veehouden. Dan jagen ze nog wat jongvee of weidekoeien in het land tussen de windmolens door. Toekomstbeeld platteland.

Of registreer je om te kunnen reageren.