Home

Achtergrond laatste update:23 feb 2017

Meer dan schaalvergroting alleen

Er is meer dan schaalvergroting alleen. Tijdens een seminar in Friesland kwamen verschillende bedrijfsscenario’s aan de orde.

Bij de ontwikkeling van het bedrijf bestaan er voor een agrarisch ondernemer meer keuzes dan alleen die van de schaalvergroting. Bij alle veranderingen in de wereld moeten ondernemers keuzes maken. Maar wat is de goede keuze? En welke past het best bij de individuele ondernemer? Aan de hand van praktijkvoorbeelden brachten AB Vakwerk en Rabobank Heerenveen-Zuidoost Friesland dit onderwerp in een seminar ‘De spiegel voor ondernemerschap’ in Wolvega onder de aandacht. Uit het hele land kwamen de ‘voorbeeldboeren’. Aan de orde kwamen ‘de starter’, ‘de schaalvergroter’, ‘de omschakelaar’, ‘de spijtoptant’ en ‘de stopper’.

De starter: ‘Ik miste iets’

De drang om boer te worden is bij sommigen zo groot, dat het ook mogelijk blijkt een eigen bedrijf te starten. Sinds het jaar 2001 heeft Nico Verduin, samen met zijn vrouw Irma een melkschapenhouderij in Andijk. Ze hebben nu zo’n 700 ooien. Zeventien jaar geleden begonnen de Verduins met, naar eigen zeggen, letterlijk niets. Ze kochten twee hectare grond waar, behalve bloemkool, helemaal niets op stond.

Als zoon van een melkveehouder miste Nico het zelf runnen van een bedrijf. Voor de overname van het ouderlijk bedrijf kwam hij niet in aanmerking, dat ging naar zijn oudste broer. Wel bleef Nico na zijn agrarische opleiding altijd in de sector werkzaam. Hij was bedrijfsleider op verschillende melkveebedrijven in Portugal en Nederland. Verduin: “Maar ik miste toch iets, het zelf eindverantwoordelijk zijn. Ik heb ontdekt dat als je plezier in je werk hebt, je een dergelijke stap durft te zetten.”

‘We hebben de afgelopen jaren aan de grens van onze financiële mogelijkheden gezeten’

Het van nul af aan beginnen heeft ook voordelen, ontdekte Verduin. “Daardoor hebben we het bedrijf kunnen bouwen en inrichten volgens de nieuwste maatschappelijke eisen, met veel ruimte voor de schapen. Een stressvrije ruimte met veel licht. Daar hebben we nu veel voordeel van.”

Financieel was het wel erg zwaar, geeft Nico toe. “We hebben de afgelopen jaren aan de grens van onze financiële mogelijkheden gezeten. Gelukkig krijgen we nu langzamerhand wat ruimte om meer financiële veiligheid te creëren.” Het ondernemersmotto van Verduin is: zorg voor plezier in je werk, doe wat bij je past. Dat geeft energie, maakt het werk leuker en zorgt voor drive.

Net zo afwisselend als het Nederlands landschap, zijn de visies van boeren op de manier waarop ze hun bedrijf toekomstbestendig willen houden. - Foto: Aerophoto-Schiphol
Net zo afwisselend als het Nederlands landschap, zijn de visies van boeren op de manier waarop ze hun bedrijf toekomstbestendig willen houden. - Foto: Aerophoto-Schiphol

De schaalvergroter: ‘Risico’s als uitdaging’

Groeien was eigenlijk altijd wel het uitgangspunt, maar soms loopt dat anders dan gedacht. Bij Klaas van Weperen en zijn zoon Jan uit Oosterwolde speelde het toeval een belangrijke rol bij de ontwikkeling van hun melkveehouderij. Ze waren op zoek naar extra grond voor hun bedrijf, maar kwamen in die zoektocht onverwacht een compleet bedrijf tegen. Ze kochten dat bedrijf. Klaas van Weperen over die stap: “Mijn visie is dat je moet handelen als anderen het niet doen. Het was een andere kant dan waar we eerst aan dachten, maar wel zeer welkom. Je moet geen angst hebben, anders doe je niets. Ook moet je niet te lang nadenken; maak een keuze, ja of nee. Ik hou van tempo. Ik zie risico’s als een uitdaging”.

Van Weperen koos ervoor om ook al het personeel over te nemen. Hij heeft nu negen medewerkers op de beide melkveehouderijen. Dat is een bewuste keuze. Volgens de melkveehouder uit Oosterwolde leidt het werken met mensen tot nieuwe initiatieven. “Je moet je grenzen verleggen, verder kijken dan je werk alleen. Praat met mensen en leer daarvan. Ik heb nooit meer geleerd dan van een rondleiding op het bedrijf voor mensen van milieudefensie. Zoiets prikkelt je brein enorm.” Klaas’ motto als ondernemer is: ga uit van je eigen kracht, maar doe het wel zo dat anderen – je gezin – je kunnen volgen.

De omschakelaar: ‘Rentmeesterschap is belangrijk’

Het bedrijf overnemen van je ouders, maar wel meteen het roer omgooien om een beter gevoel te krijgen en een goed inkomen te genereren. Dat deden Marten Dijkstra en zijn vrouw Linda. Marten is de zesde generatie melkveehouder op het bedrijf ‘De Schans’ in Aldeboarn. Toen Marten het bedrijf overnam besloot hij meteen over te stappen op biologisch; het milieu gaat hem aan het hart. Marten: “Ik wil de maatschap gezond overdragen”. Tot september was het nog een gangbaar bedrijf. De overstap was niet erg moeilijk volgens Dijkstra, want het bedrijf zat al dicht tegen biologisch aan. “Maar iedere keer hield een op dat moment goede melkprijs ons tegen de definitieve stap te zetten. Bij de overname van het bedrijf kwam de kans.”

Marten is overigens niet alleen ideologisch gedreven, de overstap biedt hem ook meer kansen. “We kunnen nu een toegevoegde waarde met onze producten realiseren, door eigen verkoop. Omdat het bedrijf dichtbij het dorp ligt, waren er mogelijkheden. De eigen verkoop levert een beter inkomen op. Ik word wel gedreven door een ideologie, maar de kachel moet ook branden.”

‘De afstand tussen boer en consument moet veel kleiner’

Door zelf zijn producten te verkopen komt Dijkstra rechtstreeks in contact met de consument, iets wat hij heel belangrijk vindt. “De afstand tussen boer en consument moet veel kleiner. Daarom zijn we ook een kinderopvang begonnen. Ik wil de consumenten bewustwording bijbrengen; je moet ze meenemen in je verhaal. Deze aanpak ligt dichtbij ons hart.”

Dagvoorzitter Victor Mids (l.) in gesprek met de boeren over de keuzes voor hun bedrijf. Naast Mids staan v.l.n.r. Klaas van Weperen, Nico Verduin, Marten Dijkstra, Arwin Bos en Gerben Douma. - Foto: Rens Hooyenga
Dagvoorzitter Victor Mids (l.) in gesprek met de boeren over de keuzes voor hun bedrijf. Naast Mids staan v.l.n.r. Klaas van Weperen, Nico Verduin, Marten Dijkstra, Arwin Bos en Gerben Douma. - Foto: Rens Hooyenga

De spijtoptant: ‘Zelf produceren is zoveel positiever’

Terugkomen op een eerder besluit en een zeker inkomen loslaten; de keuze van Arwin Bos. Als zoon van een akkerbouwer in Zwanenburg zag Arwin zichzelf niet het stokje overnemen. Hij koos voor een rechtenstudie in Leiden. Na zijn studie belandde hij als advocaat op een kantoor in de Zuidas van Amsterdam. Zijn toekomst was gegarandeerd; goed inkomen, eigen kantoor en secretaresse.

Toch begon het te knagen. Als advocaat was Arwin vooral bezig met de problemen van anderen in een wel heel commerciële omgeving. Het vrije leven als zelfstandig agrarisch ondernemer trok hem steeds meer aan. “Zelf producten maken is zoveel positiever, dan alle problemen die een advocaat op zijn bureau krijgt en moet oplossen.” Nu is Arwin de vierde generatie akkerbouwer op het bedrijf.

‘Hoe kon ik nu zo’n goed betaalde baan loslaten om boer te worden?’

Het was een spannende stap, volgens Arwin. “Maar de vrijheid en het buiten kunnen zijn compenseerde alles.” Opvallend vond hij het onbegrip over de stap. Die kwam vooral uit de agrarische wereld. “Hoe kon ik nu zo’n goed betaalde baan loslaten om boer te worden? Ze vonden het maar raar. Mijn advocatuurcollega’s begrepen het in eerste instantie ook niet, maar vonden het later wel een hele leuke carrièremove”.

Arwin ziet alleen maar voordelen met zijn achtergrond. “Wel een prettig idee is dat ik altijd nog weer terug kan naar de advocatuur. Het voelt als een vangnet dat ik hopelijk nooit nodig heb”, zegt hij lachend, om daar wat serieuzer aan toe te voegen: “Voordeel van de opleiding is ook dat ik me beter kan verweren tegen de druk op de ruimte die hier in de omgeving heel hoog is. Ik heb mijn eigen procedures al gevoerd.”

De stopper: ‘Het werd financieel te zwaar’

Als de financiële druk te groot wordt, kan bedrijfsbeëindiging een bevrijding zijn. Voor Gerben Bouma was dat het scenario. Tot afgelopen zomer was hij nog melkveehouder met 100 melkkoeien in Gorredijk. Bij het bedrijf hadden hij en zijn vrouw een mini-camping. Nu is Gerben leraar aan het Nordwin college in Leeuwarden. Volgens Bouma werd het financieel steeds moeilijker om rond te komen. “Ik had ook niet het idee dat het beter zou worden. Mijn verwachtingen over de toekomst waren negatief. Dat maakte de beslissing te stoppen iets gemakkelijker.”

Toch zit Gerben voor zijn gevoel nog in een ‘tussenfase’, hij mist de koeien enorm, hoe leuk hij het werken op school ook vindt. Als hij de kans zou krijgen weer te gaan boeren, zal hij waarschijnlijk geen nee zeggen.

Of registreer je om te kunnen reageren.