Home

Achtergrond 4 reacties

Boer moet aan de slag met veen

De problematiek rond veenweidegebieden is niet nieuw. Veen oxideert als er lucht bij komt, waardoor de bodem daalt. Ook is de CO2-uitstoot fors in veengebieden. Dit zorgt al jaren voor verhitte discussies.

De discussies worden niet alleen in het veenweidegebied in het Groene Hart gevoerd, maar vooral ook in Friesland. En de boer zit er middenin, want maatregelen om inklinking van veen te beperken raken de boer bijna altijd in de portemonnee.

De discussie wordt minder vrijblijvend. Het nieuwe regeerakkoord geeft al een schot voor de boeg. En de zuivelsector heeft zich geconformeerd aan klimaatdoelstellingen. De landbouw produceert nu nog jaarlijks 13 megaton CO2-equivalenten. Dat moet in 2030 zijn teruggebracht naar 12 megaton. Het kabinet wil dit onder meer bereiken door flexibel waterpeilbeheer en meer onderzoek naar onderwaterdrainage. En daar past de huidige CO2-uitstoot uit de veenweiden niet tussen.

Verreweg de meeste CO 2 wordt vastgelegd door bossen. De landbouw volgt met 21% op gepaste afstand.


Experimentele studie CBS en Wageningen UR

Dat veenweidegebieden fors aan een lagere CO2-uitstoot kunnen bijdragen, blijkt uit een experimentele studie van CBS en Wageningen UR van afgelopen maand. De conclusie: veenweidegebieden stoten jaarlijks 7 megaton CO2 uit en doen de CO2-opname door alle landbouwgebieden samen ruim teniet.

Dat er veel winst valt te behalen, erkent Bouwe Bakker, LTO-vertegenwoordiger van de gezamenlijke Friese landbouw. “Als we onderwater- of peilgestuurde drainage in alle Nederlandse veenweidegebieden toepassen, besparen we al 2 tot 2,5 megaton per jaar.”

Drainage en subsidie

Grof gezegd komen veenweidegebieden alleen voor in Noord- en West-Nederland. Drie provincies springen eruit qua CO2-uitstoot: Friesland, Drenthe en in iets mindere mate Zuid-Holland. Samen zijn ze goed voor 61% van de totale CO2-uitstoot in veenweidegebieden: 4,3 megaton.

De westelijke veengebieden hebben een lagere uitstoot dan die in het Noorden, omdat de waterpeilen er over het algemeen hoger zijn en er meer en bredere sloten zijn. Maar in deze provincies hebben veenboeren en waterschappen niet dezelfde belangen. Waterschappen willen een hoog slootwaterpeil om bodemdaling tegen te gaan, terwijl boeren juist een laag peil willen om de grond bewerkbaar en berijdbaar te houden. Ook spelen (lagere) opbrengsten en een kleinere waterbuffer in geval van extreme regenbuien een rol.

Qua CO2 -uitstoot zijn Friesland en Drenthe samen goed voor bijna de helft van het totaal.

Twee mogelijkheden

Maar een hoger slootwaterpeil is de oplossing niet, zegt Frank Lenssinck van het Veenweiden Innovatiecentrum (lees ook: ‘Veenboer kan niet op oude manier doorgaan’). Bouwe Bakker is het hiermee eens. “De kunst is om veengrond vochtig te houden, terwijl boeren de grond kunnen blijven bewerken.” Om dit voor elkaar te krijgen, zijn er twee mogelijkheden: onderwaterdrainage via slootwater, of peilgestuurde drainage. Bakker: “In dat laatste geval sturen boeren het grondwaterpeil zelf via een verzamelput onder het perceel. Het is dan losgekoppeld van het slootwater.”

Beide opties hebben echter één gemene deler: het is prijzig. Maar Bakker rekent op subsidie van de overheid. “Die heeft hier namelijk veel bij te winnen. Dit soort drainage in veenweidegebieden is een relatief goedkope manier om de CO2-uitstoot sterk te verminderen.” Al tekent Bakker hierbij aan dat sommige veenbodems zo’n slecht doorlatende laag hebben, dat zelfs drainage geen zin heeft. “Daarom kijken we ook naar andere oplossingen, zoals beter bodembeheer; het toevoegen van organische stoffen aan de bodem.”

In Friesland is één (hoger) slootwaterpeil voor alle veengebieden het doel. Dat stuit op boerenverzet. Boeren willen juist maatwerk in veengebieden. - Foto: Anne van der Woude
In Friesland is één (hoger) slootwaterpeil voor alle veengebieden het doel. Dat stuit op boerenverzet. Boeren willen juist maatwerk in veengebieden. - Foto: Anne van der Woude

Fries ‘deltaplan’

In Friesland hebben de provincie en het waterschap vorig jaar al de Friese Veenweidenvisie opgesteld. Daarin is een stevige aanpak voor de dalende veenlaag vastgesteld voor drie soorten gebieden: gebieden met een dun of dik veenpakket, of gebieden die kansrijk zijn qua weidevogels of natuur. Het plan is nog met potlood getekend, maar proeven met onderwaterdrainage, maisstroken en een slootwaterpeilverhoging staan al vast.

Uitgangspunt is 90 centimeter drooglegging voor álle veengebieden en een zomerpeil van 60 centimeter op plekken met dik veen met een kleidek. Vaste peilhoogtes stuiten bij boeren echter op verzet. Bakker: “Waterschappen willen uit kostenefficiëntie minder gemalen en stuwen, maar juist in veengebieden is maatwerk hard nodig.” Ook is er veel discussie over de maisteelt waardoor veen nog harder inklinkt. De provincie wil hier geen verbod op, maar zoekt wel naar oplossingen.

Zout water speelt steeds belangrijkere rol

In Zuid- en Noord-Holland is de koers gematigder. “We hebben hier 180.000 hectare veenweidegebied, we kunnen niet zonder boeren. We proberen bodemdaling te rekken en onderzoeken onderwaterdrainage. De drooglegging is daarbij onveranderd; 50 tot 60 centimeter”, zegt Gerbrant Corbee van waterschap Rijnland.

Zout water speelt er in de diepe polder – die 6 meter onder zeeniveau ligt – wél een steeds belangrijkere rol. “We halen nu al 180.000 ton zout per jaar op. Dat wordt alleen maar meer als er straks een grote zeesluis in IJmuiden komt.”


‘Iedereen praat mee, maar alle kosten zijn voor de boer’

Kees Bakker is al decennia veenweideboer en werkt nu bij zijn zoon Thomas op het bedrijf. Ook zit hij bij Polderbelangen De Lege Wâlden. Hij kent het Zuidwest-Friese gebied op z’n duimpje. “We hebben hier lange, goed ontwaterde kavels. Maar er zijn ook veel brede sloten. De toplaag van de bodem – 30 centimeter – bestaat uit klei, maar daaronder ligt een veenpakket dat gemiddeld 2 meter diep is. Daarna begint het zand.”

<strong>Naam:</strong> Kees Bakker (62). <strong>Woonplaats:</strong> Terkaple (Friesland). <strong>Bedrijf:</strong> 130 melkkoeien, 100 stuks jongvee, 60 hectare grasland en 35 hectare natuurland (Staatsbosbeheer).
Naam: Kees Bakker (62). Woonplaats: Terkaple (Friesland). Bedrijf: 130 melkkoeien, 100 stuks jongvee, 60 hectare grasland en 35 hectare natuurland (Staatsbosbeheer).

Bakker ziet een jaarlijkse inklinking van het veen van 1 centimeter. Maar op sommige plekken gaat het harder. “De helft van onze huiskavel is ingepolderd boezemland. Daar is de inklinking zeker 2 centimeter per jaar. Dat gold ook voor de percelen waar we mais teelden. Maar daar zijn we mee gestopt, vanwege de lage opbrengsten op veen en het risico op slecht weer tijdens de oogst. Hier staat nu weer gras, mais kopen we aan.”

‘Een 30 centimeter hoger peil in een gemiddeld jaar geeft al 6% minder opbrengsten’

De vorig jaar geïntroduceerde veenweidevisie van de provincie Friesland krijgt ook gevolgen voor dit bedrijf. Deels krijgt Bakker te maken met een slootwaterpeilverhoging van 30 centimeter. Dan is de drooglegging van maaiveld tot waterrand 70 centimeter. “Daar is nog mee te werken, maar het peil moet niet hoger worden. Uit eerdere onderzoeken zagen we dat een 30 centimeter hoger peil in een gemiddeld jaar al 6% minder opbrengsten geeft. In een nat jaar kan dat zelfs 14% zijn.”

Prijzige onderwaterdrainage voor wateraan- en afvoer in het veen ziet Bakker minder zitten. En niet alleen vanwege de hoge kosten. “Greppels blijven toch nodig. Bij extreme stortbuien – die steeds vaker voorkomen – moet water snel worden afgevoerd. Bij een hoger slootwaterpeil wordt onze buffer ook kleiner.”

‘We zijn best bereid om maatregelen te nemen, maar het is nu onevenredig verdeeld’

Bakker stelt dat het steeds lastiger balanceren wordt. Ook omdat hij weidegang toepast en koeien buiten op de toch al gevoelige veengrond lopen. “We zijn best bereid om maatregelen te nemen om bodemdaling tegen te gaan, maar het is nu onevenredig verdeeld. Het boerengeluid mag sterker. Iedereen praat nu mee, maar alle kosten zijn voor de boer. Dan denk ik aan lagere hectareopbrengsten, of grasland dat niet meer mag worden geploegd waardoor percelen niet goed worden vernieuwd. En alternatieven zoals natte teelten hebben ook een prijskaartje. Het hoeft niet allemaal van één kant te komen.”

Bakker breekt nog wel een lans voor de sleepvoet als alternatief voor een gewone bemester. “Een sleepvoet voorkomt extra uitdroging van veengrond. Een bemester snijdt door de grond en dat is funest voor veen. Met een sleepvoet ontstaan er geen scheuren die gaan openstaan.”

Laatste reacties

  • koestal

    De sleepvoetbemester zou een goede oplossing zijn,maar dat mag zeker weer niet van de minister. Wel veel gezeur ,maar een goede oplossing mag toch niet,omdat de boer het heeft bedacht.

  • deB.


    Kom toch op mensen, die gronden liggen er al eeuwen eeuwenlang!!

    Het probleem ligt ergens anders....bomvol land met verkeer, honderden vliegtuigen per dag stijgen op over die veengronden, waar een boertje voor afgerekend wordt.

    Hou op schei uit, manmanman

  • ghsmale

    Sommige elementen in de natuur scheiden nu eenmaal co2 uit
    dat is al miljoenen jaren zo op deze aardbol.

  • koestal

    Zodebemesten is funest voor veengronden ,de grond droogt enorm uit door zodebemesten en klinkt dan in ,maar dat wil de overheid niet zien ,omdat de boeren dat wel weten.De zgn ,,deskundigen'' willen hier niets van weten

Of registreer je om te kunnen reageren.