Home

Achtergrond 3 reacties

Regie nodig in mestsector, adviesrapport ligt klaar

Wat is het recept voor verantwoorde mestafzet? De sector broedt op een plan. Maar het recept is al lang bekend. Adviesrapport over mestfraude ligt klaar.

Alleen verwerkte mestproducten exporteren. Meer controles. Strengere aanpak van bedrijven die over de schreef gaan. Omkering van bewijslast bij verdachte mestmonsters. Dat is nog maar een greep uit de vele mogelijke maatregelen die kunnen helpen om de mestsector gezond te krijgen. Ze zullen ongetwijfeld deel uitmaken van het plan van aanpak dat sectororganisaties op dit moment aan het maken zijn. Vertegenwoordigers van LTO Nederland, Cumela, Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en Rabobank kregen daartoe op 13 november opdracht van minister Carola Schouten. Medio december moeten ze het plan af hebben.

De betrokken organisaties zeggen zelf nog niks, maar de ingrediënten voor dit plan liggen eigenlijk al panklaar. Over de aanpak van mestfraude heeft het ministerie al een uitgebreid rapport in huis vanaf mei 2016. Het rapport met de titel ‘Mest nader onder de loep genomen’ bevat tientallen adviezen over de aanpak van mestfraude en is opgesteld door oud-VVD-politicus Piet Blauw en voormalig accountant Marco Korff. De inhoud is voorlopig nog geheim, maar mede op basis van tal van andere adviezen en gesprekken zijn wel maatregelen te voorspellen.

Mogelijke maatregelen om mestsector op orde te krijgen

Uit talrijke bestaande adviezen en gesprekken met deskundigen komen concrete maatregelen naar voren die de mestsector gezond kunnen maken.
  • Er is een regisseur nodig die boven de partijen staat in de mestsector. De betrokken partijen kunnen de mestfraude niet zelf oplossen.
  • Bij export en import moeten de gehaltes en hoeveelheden overeenstemmen aan beide kanten van de grens.
  • Certificeren van mestverwerkingsproducten;
  • Afwijkende monsters met extreme gehaltes stikstof en fosfaat alleen accepteren met omkering van bewijslast.
  • Standaardgehaltes in mest (forfaitaire normen) moeten aansluiten bij werkelijkheid of anders niet gebruiken.
  • Gebruik maken van tegengestelde belangen. Aan- en afvoer moet overeenstemmen en verantwoord kunnen worden.
  • Op langere termijn aanscherping van definitie mestverwerking, mogelijk inclusief stoppen met export van onverwerkte mest.
  • Verder professionaliseren van bedrijven en organisaties in mestexport- en verwerking, inclusief certificering en afzetbevordering.
  • Waar mogelijk regels beter laten aansluiten op praktische mogelijkheden;
  • Het heersende gevoel dat sjoemelen loont moet in ieder geval weggenomen worden, het ondermijnt bedrijven die wel volgens de regels werken.
  • Aanscherping van eisen voor registratie als erkende transporteur en verwerker, sneller bedrijven schrappen en voorkomen dat fraudeurs onder een andere naam weer actief worden.
  • Leren van succesvolle aanpak in andere sectoren, bijvoorbeeld riool- en huishoudelijk afval.
  • Overheid moet de grenzen en doelen vaststellen en gemaakte afspraken bewaken en controleren.

Complexe wetgeving en handhaving rondom mest

Het rapport is opgesteld op basis van een groot aantal gesprekken met personen en organisaties die betrokken zijn bij mest. Van boeren tot verwerkers. Piet Blauw wil over de inhoud niets zeggen: “Dat is aan de opdrachtgever, dus het toenmalige ministerie van Economische Zaken.” Wel zegt Blauw dat er in de recente verhalen van NRC over de mestfraude ‘geen letter nieuws stond’. Blauw wijst op het dilemma waarmee de mestsector en overheid te maken hebben. “De wetgeving is zo complex geworden en dat maakt ook de controle en handhaving complex”. Duidelijk is in ieder geval dat er al lang signalen worden afgegeven over misstanden, door bedrijven en organisaties. Blauw wil verder alleen bevestigen dat het rapport in mei 2016 is opgeleverd aan toenmalig directeur-generaal Hans Hoogeveen van Economische Zaken en dat het ook naar de toenmalige topman van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Harry Paul, is gestuurd. Die is volgens Blauw ‘volledig op de hoogte van de inhoud’.

Harde kern mestfraudeurs

“Er is een grote groep die gewoon volgens de regels werkt, maar ook een harde kern die de boel vernietigt voor de rest. In die zin is het goed dat mestfraude nu weer in het nieuws is.” Dat stelt Oene Oenema, voorzitter van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. “5% probeert de boel te flessen, 80% houdt zich aan de regels. 15% zit daar een beetje tussenin, die kijkt hoe die 5% aangepakt wordt. Eigenlijk is het net als in het verkeer. Als overtreders niet beboet worden, gaan anderen ook de rand opzoeken.” Hij pleit er dan ook voor dat de aanpak zich richt op die kleine groep. “Die moeten bekend zijn bij RVO.nl en de NVWA, want daar is de aanpak nu ook al op gericht.”

Binnen de sector is de frustratie groot bij intermediairs en boeren die volgens de regels werken. Ze moeten opboksen tegen concurrenten die scherpere tarieven kunnen hanteren omdat ze (deels) werken met sluiproutes.

Aangescherpte regels tegen mestfraude

In de laatste jaren zijn al verschillende maatregelen genomen om de kans op fraude met mest te verkleinen.

Sinds 1 januari 2016 is een verbeterde registratie van mestopslagen doorgevoerd:

  • alle nieuwe intermediairs die zich aanmelden bij RVO.nl moeten een zogenoemde Bibob-toets doorlopen om te kijken of ze geen frauduleus verleden hebben;
  • verscherpte aandacht voor aan- en afvoer van dierlijke mest met extreem hoge waarden stikstof en/of fosfaat;
  • sinds 1 januari 2017 moet bij de export van vaste mest het transportmiddel zijn voorzien van AGR/gps-apparatuur;
  • per 1 oktober 2017 verplichte onafhankelijke monsternemers voor vaste mest.

CDM: we moeten af van de export van onbewerkte mest

Voor de komende jaren moet de aanpak van het mestoverschot zich richten op export van verwerkte mestproducten. “Goede producten waarvan duidelijk is wat er in zit, geven veel meer verbinding met de afnemers in het buitenland. We moeten af van de export van onbewerkte mest.” Dat zegt Oene Oenema, voorzitter van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM).
In een recent advies voor het vaststellen van forfaitaire gehaltes in mest noemt het CDM de gehaltes in 20% van de monsters van dikke fracties uit rundveemest en varkensmest hoger dan technisch mogelijk. Om dat aan te pakken zouden dergelijke monsters niet geaccepteerd moeten worden, vindt Oenema. “Of ze moeten aantonen dat het kan.” Door de invoering van de onafhankelijke monstername van vaste mest neemt de kans op foute monsters waarschijnlijk al af, verwacht hij.

50% van de monsters van dikke fractie rundveemest ligt boven 10 kilo fosfaat per ton. Bij dikke fractie van varkensmest bevat 50% meer dan 23,7 kilo fosfaat.

Cumela introduceert Mestscan

Cumela, de koepel van loonwerkers en mestdistributeurs, werkt volgens eigen zeggen al geruime tijd aan de aanpak van mestfraude. Eind november wordt de Mestscan in gebruik genomen. Met de Mestscan worden met een deskundig adviseur van Cumela de meststromen en de administratie bij mestdistributeurs in beeld gebracht. Zo wordt duidelijk of alles aan de huidige complexe wetgeving voldoet. De versnelde invoering van de Mestscan is een van de acties die Cumela neemt na het gesprek met minister Schouten.

Cumela werkt verder aan een certificeringssysteem voor mestintermediairs, waarbij daadwerkelijk controle plaatsvindt op de werkwijze en niet alleen papieren controles gedaan worden. Naar aanleiding van de kritiek dat ook bestuurders van Cumela betrokken zouden zijn bij mestfraude, komt er een gedragscode voor leden en bestuursleden van de organisatie. Bij Cumela zijn ongeveer 650 mestdistributeurs aangesloten.

Fraudeberichten mest doen derogatieonderhandelingen geen goed

De publicatie over mestfraude komt op een zeer ongelegen moment. Nederland is volop in onderhandeling met de Europese Commissie over het nieuwe mestbeleid en een nieuwe derogatie per 1 januari 2018.

Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, blijft vertrouwen houden in een goede afloop. In de Eerste Kamer zei ze ‘hoopvol’ te zijn dat Nederland opnieuw verruimde mestnormen krijgt. “Maar uiteraard is dit wel iets dat we met zijn allen moeten realiseren. Dat vergt een inspanning. Niet alleen van de overheid, maar ook van de boeren”, aldus Schouten.

Op zich zijn er heel wat argumenten voor derogatie: de milieuresultaten op bedrijven met de verruimde mestnormen zijn goed. Derogatie gaat over rundveemest en de onrust over mestfraude gaat vooral over varkensmest, erkende ook Schouten in de Eerste Kamer. Ze omschreef het tactisch: “De sterkste prikkels om te frauderen zijn verbonden aan varkensmest, vooral in veedichte gebieden zoals Noord-Brabant en Limburg.”

Het is aan het Nitraatcomité van de EC om uiteindelijk een oordeel te vellen over het Nederlandse derogatieverzoek. Dit hangt af van het totale actieprogramma nitraatrichtlijn. Hierin moeten voldoende maatregelen worden genomen om de milieudoelen te halen. De resultaten zijn in veel gebieden goed, maar in het zuidelijk zandgebied worden de normen nog steeds overschreden. De verwachting is dat het nitraatcomité in het voorjaar stemt over het Nederlandse verzoek, eerst is in december nog een presentatie van de Nederlandse plannen. De aanpak van fraude zal dan duidelijk moeten zijn.

Op basis van de argumenten zijn er goede redenen voor derogatie. Maar uiteindelijk gaat het om een politiek besluit, waarin andere lidstaten dit Nederland ook moeten gunnen. De berichten over mestfraude en bijvoorbeeld de brief van GroenLinks aan de Commissie met de vraag om Nederland strenger aan de milieunormen te houden, zullen deze gunfactor geen goed doen.

PBL: meer draagvlak nodig voor effectief mestbeleid

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) noemt een aantal fundamentele oorzaken voor mestfraude: de combinatie van lage inkomens en hoge mestafzetkosten in de veehouderij, met name in de varkenshouderij, en het gebrek aan vertrouwen bij boeren in overheden. “Uit onderzoek blijkt dat boeren niet het gevoel hebben dat de overheden aan hun kant staan, wat volgens de gedragstheorie een belangrijke hindernis is voor effectief mestbeleid”, concludeert PBL. Boeren twijfelen aan milieudoelen en vinden een beter milieuresultaat vaak minder belangrijk dan de bodemvruchtbaarheid, gewasopbrengsten en het bedrijfsresultaat. Daarnaast ervaren veel boeren de huidige mestregelgeving als complex, onduidelijk en star. “Wanneer meer beleidsruimte voor maatwerk niet leidt tot een verbeterd draagvlak, kan meer ruimte voor maatwerk ten koste gaan van de naleving en handhaafbaarheid”, aldus PBL.

Een meer indirecte maatregel is het verminderen van de veestapel in bepaalde regio’s. Die optie kan volgens het PBL bijdragen aan een oplossing van het mestprobleem. Volgens het PBL zou de geplande sanering van de varkenshouderij in dat spoor passen.

Mede-auteurs: Lydia van Rooijen en Mariska Vermaas

Laatste reacties

  • kuiken007

    cumela zal er wel weer een ingewikkeld systeem van willen maken, zodat ze weer hoge marges kunnen pakken omdat er een groot gedeelte van de handelaren mee zal stoppen

  • Tinus1

    Goed dat er nu onafhankelijke monsternemers zijn. Komen ze er waarschijnlijk achter dat er grote variatie zit in gehaltes, en dat vaste varkensmest nadat het een tijdje heeft gelegen best meer als 24 kg P2o5 kan bevatten. Deze grote variatie is al meerdere leren door NVV aangetoond.
    Misschien een voorbeeld aan België nemen, lijken hun problemen beter op te lossen.

  • John*

    " Boeren twijfelen aan milieudoelen en vinden een beter milieuresultaat vaak minder belangrijk dan de bodemvruchtbaarheid, gewasopbrengsten en het bedrijfsresultaat. " en dan ondertussen de schuld bij de mestproducenten leggen. Zeer hypocriet van het PBL.

    Maargoed de POV heeft het plan geopperd om met mestregio's te werken, waar centraal alle mest aangemeld wordt en de verwerking en afzet geregeld wordt. Ik denk dat dat uiteindelijk wel de weg wordt waar we naar toe gaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.