Boerenleven

Achtergrond

Mansholt bezocht overstroomd gebied

66 jaar geleden. Op 5 en 6 februari 1953 bezocht Sicco Mansholt, destijds Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, de door watersnood getroffen gebieden in Zeeland en West-Brabant.

De schade was enorm, het persoonlijke leed onbeschrijfelijk. Toch zag Mansholt een paar lichtpuntjes, met name op het gebied van ‘aanpakken’. Direct na de ramp, die zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 voltrok, begon Mansholt met de organisatie van het herstel. ‘Wanneer men zo snel mogelijk begint, zullen bepaalde delen van het getroffen gebied, onder andere Zuid-Beveland en grote delen van West-Brabant, vrij snel droog kunnen vallen en nog dit jaar een oogst kunnen opleveren’, zei de nieuwslezer op de radio.

Lees verder onder de foto.

Watersnoodramp. Ongeveer 100 mariniers zijn hier in Den Bommel bezig met het dichten van de dijk. Bij de ramp vielen in Den Bommel 9 slachtoffers. - Foto: ANP
Watersnoodramp. Ongeveer 100 mariniers zijn hier in Den Bommel bezig met het dichten van de dijk. Bij de ramp vielen in Den Bommel 9 slachtoffers. - Foto: ANP

Herstel landbouwgrond

Voor andere overstroomde delen moest echter rekening worden gehouden met een latere aanvang van de herstelwerkzaamheden en met een langduriger proces van herstel van de grond. Mansholt noemde in dit verband Schouwen en Duiveland een tweede Walcheren. Daarmee refereerde hij aan de schade die daar was ontstaan nadat Walcheren in de Tweede Wereldoorlog onder water was komen te staan als gevolg van een bombardement door de geallieerden.

Oogst verloren

Twee weken na zijn bezoek zou Mansholt in de Eerste Kamer aangeven dat de materiële schade zéér groot was voor de landbouw. Onder zeer groot voorbehoud deelde hij mee dat 800 hectare wintertarwe onder water stond. Hiervan was 700 hectare vermoedelijk verloren. Zodra het water weg zou zijn, moest men volgens hem rekenen op 27.000 hectare minder ingezaaide granen, 10.000 hectare minder suikerbieten, 7.000 hectare minder vlas, 5.000 hectare minder peulvruchten en 500 hectare minder uien.

Latere inventarisatie wees uit dat in totaal meer dan 20.000 hectare landbouwgrond was overstroomd met zout zeewater.

Dit artikel is te lezen in Boerderij Vandaag van woensdag 6 februari en is onderdeel van de rubriek Historisch.

Of registreer je om te kunnen reageren.