Boerenleven

Achtergrond

1949: bijenvolk huren kostte € 2,70

De foto is uit 1949. Toen was het houden van bijen nog big business.

Boeren bestelden volken voor het bestuiven van hun gewassen. Vooral zij met een boomgaard, hadden veel bijen nodig.

In het Maandblad ter Bevordering der Bijenteelt stonden de afspraken voor de bijen(ver)huur. De imker moest zorgen dat er een bevruchte leggende koningin bij elk geleverd volk zat. - Foto: Misset
In het Maandblad ter Bevordering der Bijenteelt stonden de afspraken voor de bijen(ver)huur. De imker moest zorgen dat er een bevruchte leggende koningin bij elk geleverd volk zat. - Foto: Misset

Er zat een hele organisatie achter die vraag en aanbod bij elkaar bracht: het Bijenhuis in Wageningen. Wie een volk bestelde, moest verklaren dat hij of zij geen gif in de gewassen zou gebruiken zolang de korven of kasten er stonden.

Vrees voor bijenmijt

De imker op zijn beurt moest zorgen voor gezonde volken. Zij vreesden altijd bijenmijt, een ziekte die jarenlang onzichtbaar aanwezig kon zijn en dan ineens een heel volk kon platleggen. Import van buitenlandse volken werd daarom serieus afgeraden maar niet elk imker volgde dit advies.

Dan de vergoeding. Die werd vastgesteld door de Bedrijfsraad voor de Bijenhouderij. Een kastvolk kostte 6 gulden per kast, een korfvolk 5,5 gulden per korf. Omgerekend zou dat nu rond de € 2,70 zijn. De kosten voor het vervoer van en naar de betreffende locatie, moesten boer en imker zelf maar overeenkomen.

Ook vroeger waren er al buren en omwonenden die zich bemoeiden met boeren. Zo zette in de zomer van 1951 een man een bijenkorf op een vuurtje om zo de voor hem hinderlijke insecten te doden. ‘Dierenmishandeling’ oordeelde de rechter en legde 10 dagen celstraf op.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 38 van dinsdag 19 juni en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen.

Of registreer je om te kunnen reageren.