Boerenleven

Achtergrond 3 reacties

Hakselen zoals vroeger is weer hot

Lang niet alle oudjes zijn verschroot. Er is zelfs een opleving in het gebruik. Hakselen met oldtimers is een feest en hakseldagen zijn ware evenementen geworden.

De mais zit alweer een tijdje onder plastic. Voor velen was de oogst weer een bijzonder moment, want mais is een imposant gewas. Er is veel volume te transporteren én er komt flink wat motorvermogen aan te pas met grote trekkers, grote wagens, brullende motoren en een flinke shovel of een zware trekker op de kuil. Toch zijn de kleinere machines niet afgeschreven. Sterker nog, oldtimers staan juist weer in de belangstelling.

Een maishakselaar van weleer; hakselen zoals het vroeger ging, was dit jaar weer razend populair. - Foto: Michel Velderman
Een maishakselaar van weleer; hakselen zoals het vroeger ging, was dit jaar weer razend populair. - Foto: Michel Velderman

‘Verzamelaars verzamelen hun jeugd’ heet het dan en dat verklaart de vele liefhebbers van oude trekkers uit de periode 1970-1980. Eens per jaar tijdens de maisoogst met die trekker het land op, is dan de kers op de taart. Organisatoren van hakseldagen hebben geen gebrek aan oude trekkers en chauffeurs voor de oude silagewagens. Wat 40 jaar geleden flink bij de tijd was – een hakselaar met 200 pk motorvermogen, en een 100 pk trekker ernaast met een kipper of silagewagen – zijn nu de machines die worden gekoesterd.

De meeste hakselaars van toen zijn al lang verschroot. Maar verrassend genoeg komen er her en der toch nog oude Foxen en Jaguars uit de schuur. En net als bij de trekkers, tikken liefhebbers inmiddels ook oude hakselaars in het buitenland op de kop. Zo komen er ook nog heel wat één- en tweerijertjes voor achter de trekker tevoorschijn. Wat is er mooier dan je Ford 5000 of International 1046 daar nog eens lekker aan te laten werken?

Hakselen in vogelvlucht

De zelfrijdende hakselaar ontstond toen getrokken hakselaars werden voorzien van een zelfrijdend onderstel. Dat gebeurde omdat het vermogen van de beschikbare trekkers aanvankelijk onderdeed voor de potentiële capaciteit van de hakselaars. In het begin waren de getrokken Amerikaanse hakselaars superieur, maar al snel werden ook in Europa hakselaars gebouwd. In Europa, en zeker in Nederland, werd hakselen synoniem voor loonwerk, de zelfrijder was de norm. Verschillende bedrijven maakten ze, maar uiteindelijk groeide Claas uit tot ’s werelds grootste fabrikant van zelfrijdende hakselaars.

Belangrijke ontwikkelingen, naast de steeds grotere capaciteit, waren de metaaldetector en drierijers die vierrijers werden en daarna zesrijers. De rijonafhankelijke maisbek van Kemper bleek een van de grootste verbeteringen die de maishakselaar heeft gekend. En met de komst van automatische smeersystemen en slijpinrichtingen was het eindelijk zover dat je aan het eind van de dag minder tijd aan onderhoud kwijt was dan aan het brandstof tanken.

Een Landini voor een Feraboli-hakselaar en een tot silagewagen omgebouwde mestwagen van Schuitemaker en het is weer net als vroeger. - Foto: Martin Smits
Een Landini voor een Feraboli-hakselaar en een tot silagewagen omgebouwde mestwagen van Schuitemaker en het is weer net als vroeger. - Foto: Martin Smits

Op speciale hakseldagen vermaakt het publiek zich uitstekend wanneer de hakselaar, waar vroeger de loonwerker mee kwam, nog eens voorbijrijdt. Voor de echte liefhebber is het vermakelijk om eens een machine te zien waarvan hij niet of nauwelijks wist dat die óók heeft bestaan. Ooit gehoord van een Farmhand-zelfrijder? Wie weet er nog van de PZ Harvall of van de aparte hakselaar die Laverda ooit bouwde?

Hakselen met oldtimers is een feest. Individueel zijn er vriendengroepjes die af en toe een dagje hakselen; verder tekent zich een aantal georganiseerde evenementen af, onder meer in Espelo, Dalen en Haksel’n in de Heide in het Achterhoekse Halle-Heide.

Tekst gaat verder onder de video

Zo zijn er nog wel een paar, zoals Spektakel bij Van Bakel. Wat enkele jaren geleden uit liefhebberij aan het eind van de oogst begon bij Van Bakel in Vredepeel (L.), heeft inmiddels de status van een evenement.

Oldtimerhakselen is niet alleen een Nederlands feest. In Frankrijk hebben ze al langer de smaak te pakken, en in België was Oostwinkel onlangs voor de tweede keer het toneel van een behoorlijk evenement. Neem mais en een geschikt perceel, en succes is eigenlijk verzekerd.

Van één-rijer naar zelfrijder en weer terug

Hakselteam De Tukkers uit Ambt Delden (Ov.) bestaat uit een groepje enthousiastelingen die wekelijks een avond bij elkaar komen om aan oude hakselaars en al wat erbij hoort, te sleutelen. De drijvende kracht is Gerrit van de Riet, die het maishakselen met de paplepel kreeg ingegoten. Omstreeks 1957-1958 verbouwde zijn vader in Twente al de eerste mais. Die werd nog met de hand afgehakt en ook wel met de maaibalk gemaaid, op wagens geladen en thuis met een stationaire hakselaar in een ronde betonnen silo met opzetranden geblazen. In 1959 importeerden ze een Lundell-machine uit Engeland waarmee je een hectare per dag kon hakselen.

In 1970 begon de toen 16-jarige Gerrit als loonwerker in de mais met een getrokken tweerijige hakselaar, een jaar later kwam er een zelfrijder van Fortschritt. In het begin was het evenveel sleutelen als hakselen, al gauw stond de bankschroef permanent achterop de hakselaar om ter plekke te kunnen repareren. Kettingen inkorten en vervangen was dagelijks werk. Eigenlijk ging alles dat kapot kon gaan wel een keer kapot.

Zowel de maisteelt als de techniek ontwikkelden snel. In 1987 kwam de eerste zesrijer op het bedrijf, in 1998 ruilde Gerrit twee zesrijers voor één achtrijer en zo ging het maar door. In 2004 stopte de loonwerktak, maar 4 jaar geleden wilde Gerrit toch weer een hakselaar hebben. Gewoon om weer eens een keer een dagje te hakselen, net als vroeger. In Frankrijk vond hij een leuke getrokken tweerijer, precies wat hij zocht. Gaandeweg kwam er van alles en iedereen bij waarna hakselteam ‘De Tukkers’ was geboren. Dit jaar hakselden ze voor de vierde keer.

Onder andere vanwege wettelijke aansprakelijkheid en regelgeving organiseren De Tukkers geen hakselevenement. Dus geen uitnodigingen, geen biertent en ook geen catering; kort voor ze beginnen melden ze op Facebook wanneer ze gaan hakselen en – je snapt het niet – ‘dan staat er ineens een hele hoop volk op de dam’. Gerrit: “Er zijn er dus meer die het mooi werk vinden.”

Geïnteresseerd in het jaarboek van trekker? Ga naar de webshop van Trekker.

Laatste reacties

  • DIVA

    is straks wel over door de kentekenplicht!

  • xw

    Die spullekes van toen waren in ieder geval wel veel vriendelijker voor de bodem.
    Da's nogal een verschil met die mega zware "troep" van nu. Helaas, er is, of het kan niet anders meer.

  • m.en.mh.miedema

    Het spul van toen was inderdaad wel bodemvriendelijker. En het aanrijden van de kuil ging toen ook wel beter. Een vier rijige hakselaar met zo n 200pk, silagewagens van 10 ton en een shovel van 14ton op de bult. Nu zomaar 8 rijen, 500 of nog meer pk, wagens van 20 ton en de shovel nog steeds 14 ton. Vandaar de handel in broeiremmers. Je bent met al dat haksel geweld al genoodzaakt om 2 kuilen tegelijk te maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.