‘Wanneer wordt het ministerie van LNV concreet?’

Jaap van Wenum en Teun de Jong
De minister produceert mooie vergezichten, maar moet de akkerbouw ook handvaten en ruimte bieden.

De ene na de andere visie rolde afgelopen jaar uit de koker van het ministerie van LNV. Neem de Kringloopvisie, de Bodemstrategie, de Gewasbeschermingsvisie en we wachten nog op de Herbezinning mestbeleid. Visies op de toekomst van de sector, met mooie vergezichten waar je nauwelijks tegen kunt zijn.

‘Ja, uiteindelijk willen we daar ook wel uitkomen’, is vaak de reactie van de boer. De terechte vraag die je daarbij als boer vervolgens stelt is: hoe gaan we dat doen in de praktijk en verdien ik dan ook nog een goede boterham?

Spuiten op een perceel aardappelen op een proefboerderij.
Spuiten op een perceel aardappelen op een proefboerderij.

Mooie vergezichten

Het wordt voor overheden erg spannend als deze visies doorbreken in regelgeving. Dan vereisen ze experimenteerruimte buiten de wettelijke kaders, of nog spannender: onderhandelingen in Brussel.

Want laten we maar heel duidelijk zijn. Zonder gebruik te kunnen maken van nieuwe moderne veredelingstechnieken en zonder forse versnelling van de toelating van laag risicomiddelen, worden doelen in de gewasbeschermingsvisie voorlopig niet gehaald.

Dat geldt ook voor bodem en klimaat. Zonder dat er meer beleidsruimte komt voor het gebruik van bodemverbeterende organische bemesting blijven de Bodemstrategie, het Klimaatakkoord en het Actieplan Biodiversiteitsherstel voor ons als akkerbouw mooie vergezichten.

Afhankelijk van innovatie bij andere partijen

Als akkerbouwsector nemen we onze verantwoordelijkheid om toekomstgerichte acties te ondernemen. Als het gaat over plantgezondheid investeren boeren volop in nieuwe driftarme spuitechnieken en precisielandbouw.

LTO Nederland heeft haar toekomstambitie Plantgezondheid 2030 gepresenteerd en de BO Akkerbouw heeft een eigen Actieplan Plantgezondheid opgetuigd met veel aandacht voor gezonde bodems en weerbare gewassen.

De reflex bij de overheid is vooral ge- en verboden

Maar als het gaat om ontwikkeling van nieuwe, milieuvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen en sterke rassen, zijn we toch echt afhankelijk van innovatie bij andere partijen in de keten. En die zijn vaak weer afhankelijk van de ruimte in de regelgeving.

De reflex bij de overheid is vooral ge- en verboden. Gewasbeschermingsmiddelen worden verboden en dat heeft soms zelfs een averechts effect. Zoals het vervallen van de zaadbehandeling bij bieten laat zien.

Tijd van leveren is aangebroken

In het Klimaatakkoord hebben we als akkerbouw onder meer laten opnemen dat ruimte voor bodemverbeteraars nodig is om CO2-vastlegging in de bodem mogelijk te maken. Tegelijkertijd moet dit de rol van de bodem voor plantgezondheid versterken.

Ook is in dat akkoord opgenomen dat dierlijke mestproducten – zoals dunne fracties op gewasniveau boven de 170 kilogram N per hectare – moeten kunnen worden aangewend (gewasderogatie) om daarmee kunstmeststikstof te kunnen vervangen.

Afgesproken is dat daarvoor experimenteerruimte en pilots met akkerbouwers in 2020 moeten starten om in het volgende actieprogramma daadwerkelijk slagen te kunnen maken voor de hele sector.

Ik hoop dat minister Schouten de geschiedenis ingaat als de minister die zorgde voor echte doorbraken

Al maanden spreken we met LNV over deze experimenteerruimte. Er is een lopend actieprogramma waar we binnen zouden moeten blijven. Ook moet de derogatie eind dit jaar verlengd worden en Brussel moet toestemming geven. We zijn in goed overleg, maar de tijd van leveren is aangebroken.

Ik hoop dat minister Schouten niet de geschiedenis wil ingaan als de minister van Landbouw, Natuur en Visies, maar als de minister die zorgde voor echte doorbraken in klimaatvriendelijke bemesting, moderne plantenveredeling en groene gewasbescherming.

Of registreer je om te kunnen reageren.