Akkerbouw

Achtergrond

Geersing: focus op phytophthora-resistentie in aardappel

Het pootaardappelbedrijf Geersing Potato Specialist is net opgericht. Jan-Eric Geersing ziet dat het verduurzamen van de aardappelteelt steeds belangrijker wordt. Daar wil hij op inspelen.

Nederland is een pootaardappelbedrijf rijker. Na 16 jaar aardappelrassen te hebben verhandeld voor het Schotse pootgoedbedrijf Caithness, begint Jan-Eric Geersing voor zichzelf. Geersing blijft de rassen van Caithness aan de man brengen, want hij is mede-eigenaar van de Caithness-holding, die het kwekersrecht op de Caithness-rassen heeft. Maar Geersing wil meer. Hij ziet dat het verduurzamen van de aardappelteelt steeds belangrijker wordt en daar wil hij op inspelen met zijn nieuwe bedrijf Geersing Potato Specialist.

Jan-Eric Geersing heeft een eigen pootaardappelbedrijf opgericht: Geersing Potato Specialist. Hij wil inspelen op het verduurzamen van de aardappelteelt. “Planet Proof wordt de nieuwe standaard in de aardappelteelt.” - Foto's: Ruud Ploeg
Jan-Eric Geersing heeft een eigen pootaardappelbedrijf opgericht: Geersing Potato Specialist. Hij wil inspelen op het verduurzamen van de aardappelteelt. “Planet Proof wordt de nieuwe standaard in de aardappelteelt.” - Foto's: Ruud Ploeg

Bekende naam

Geersing was aardappelveredelaar bij kweekbedrijf Den Hartigh en heeft gewerkt in de gewasbescherming. In 2003 maakte hij de overstap naar Caithness Potatoes. Geersing is een van de vijf aandeelhouders van de Nederlandse tak van het Schotse bedrijf. Nederland werd de springplank voor de Caithness-rassen naar de rest van Europa. Geersing: “Caithness had vooral rassen voor de Britse markt en de bestemmingen in Noord-Afrika. Caithness is een bekende naam, vooral in Egypte, Canada, Zuid-Afrika en Australië.”

Voorbereiden op brexit

Nu gaat Geersing zelfstandig verder, onder andere met de rassen die samen met Nederlandse kwekers zijn ontwikkeld bij Caithness. Hij heeft zich voorbereid op een brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. “Alle Caithness-rassen die in het Verenigd Koninkrijk zijn geregistreerd blijven via de Nederlandse tak op de Europese rassenlijst staan. Die registratie heeft € 15.000 gekost.”

Resistenties

Geersing Potato Specialist focust zich op aardappelrassen met een hoge resistentie tegen phytophthora. Geersing: “PlanetProof wordt de nieuwe standaard in de aardappelteelt. Die eisen komen vanuit de supermarkten, of telers dat willen of niet. In een groeiseizoen met een hoge phytophthoradruk is het echter bijna onmogelijk om te voldoen aan de eisen van PlanetProof wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarom zal de vraag naar phytophthora-resistente rassen toenemen. De biologische sector sloot in 2017 met een aantal supermarkten het convenant robuuste aardappelrassen, met als doel om in 2020 alleen nog rassen te telen die goed bestand zijn tegen phytophthora.”

Jan-Eric Geersing blijft de rassen van Caithness aan de man brengen, want hij is mede-eigenaar van de Caithness-holding, die het kwekersrecht op de Caithness-rassen heeft.
Jan-Eric Geersing blijft de rassen van Caithness aan de man brengen, want hij is mede-eigenaar van de Caithness-holding, die het kwekersrecht op de Caithness-rassen heeft.

Focus op gangbare teelt

Maar de afzetmarkt voor biologische pootaardappelen met een phytophthora-resistentie is klein, zegt Geersing. “Daarom richt ik me ook op de gangbare aardappelteelt. Want ook de gangbare sector zal meer resistente rassen gaan telen, omdat de eisen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen steeds strenger worden. Bovendien kunnen telers geld besparen met resistente aardappelen. Een derde van alle kosten voor gewasbescherming zit in de bespuitingen tegen phytophthora.”

Ook buiten Europa

Deze trend naar aardappelrassen die duurzaam geteeld kunnen worden, beperkt zich niet tot Europa. “De afnemers in Noord-Afrika hebben lang een focus gehad op alleen maar grove aardappelen met hoge kilo-opbrengsten. Bakkwaliteit voor de fritesproductie is daar nu bijvoorbeeld een duidelijke plus.”

Cammeo bestand tegen phytophthora

Geersing is betrokken bij Bioimpuls, het veredelingsprogramma van biologische aardappelen. Hij heeft al een aardappelras in zijn assortiment dat bestand is tegen phytophthora: Cammeo. “Dit ras wordt biologisch geteeld van Nederland tot Frankrijk. In Zuid-Europa en in Israël wordt het zowel gangbaar als biologisch geteeld. In Israël telen ze uit gangbaar pootgoed dat niet is behandeld biologische tafelaardappelen die bestemd zijn voor Europa. Voor de biologische afzetmarkt zijn wel tafel- en exportaardappelen beschikbaar, maar nog geen goed fritesras. Daar zie ik een grote markt voor.”

Andere rassen die Geersing onder eigen vlag afzet, zijn Messi en Elata. “Deze hebben niet een resistentie tegen phytophthora. Elata is wel erkend als een ras voor de bestrijding van een pallida-besmetting. Elata is een tafelaardappel, Messi is geschikt voor de export en de fritesindustrie.”

Mogelijkheden voor goede concepten

Naast phytophthora-resistente rassen ziet Geersing mogelijkheden voor goede concepten. “Maar dat moet dan wel meer zijn dan een marketingverhaal. Ik zie mogelijkheden voor een mix van schilkleuren in één verpakking. Met verschillende rassen is dat een onmogelijke opgave, vanwege verschil in kooktype en vleeskleur. Daartoe heb ik schilkleurmutanten geselecteerd die genetisch identiek zijn op de schilkleur na. Op die manier is het mogelijk om rode, witte en blauwpaars gekleurde aardappelen in hetzelfde zakje te doen. Het concept heeft daarom de werknaam ‘Flag’ gekregen.”

Geersing ziet ook een toenemende belangstelling voor streekproducten. Daarom promoot hij voor een Maltese coöperatie primeuraardappelen van Malta onder de naam ‘Tal Bidwi’. Dat betekent ‘Van de boer’. Verder ziet Geersing toekomst voor het doorontwikkelen van biologische fritesaardappelen.

Vrije kwekers

De grootste uitdaging voor zijn nieuwe bedrijf is het opbouwen van een rassenassortiment dat de markt vraagt. Daarvoor heeft hij contact met vrije kwekers en met instituten die zich bezighouden met de aardappelveredeling. Geersing: “De tweede uitdaging is om het volume aan te passen aan de marktvraag. Daar ligt een groot risico.”

Uiteindelijk wil je toch aardappelen telen uit knollen om die constante kwaliteit te kunnen leveren die afnemers vragen

Bedrijven als Solynta en Aardevo richten zich op de hybride veredeling van diploïde aardappelen. Ze hopen uiteindelijk in onze klimaatstreken aardappelen uit zaad te kunnen telen. Dat ziet Geersing er niet van komen. “Zaad is niet 100% homogeen. Dat heb je wel nodig voor de vermarkting van je aardappelen. Het kan niet zo zijn dat een deel van de aardappelen van hetzelfde ras een afwijkende bruinverkleuring heeft bij het bakken. Of dat de ene aardappel bij het koken sneller gaar is dan de andere. Zaad is bruikbaar in de beginfase van de veredeling of op verre afzetmarkten die geen hoge eisen stellen aan uniformiteit en waar hoge transportkosten worden gemaakt voor het pootgoed. Wellicht kan aardappelzaad op termijn miniknollen vervangen. Maar uiteindelijk wil je toch aardappelen telen uit knollen om die constante kwaliteit te kunnen leveren die afnemers vragen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.