Akkerbouw

Achtergrond

EU loopt achter op nieuwe gentechnieken

Nieuwe gentechnieken kunnen leiden tot veel betere gewassen. De discussie over de toelating in Brussel duurt eindeloos.

De ontwikkelingen in de biotechnologie gaan zo snel dat zelfs deskundigen moeite hebben die bij te houden. Nieuwe technieken zijn beloftevol voor de land- en tuinbouw. Mogelijk komen gewassen binnen handbereik die resistenter zijn tegen ziektes, hogere opbrengsten halen en beter zijn afgestemd op de wensen van de eindgebruiker. Maar de nieuwe technieken zijn nauwelijks te beoordelen op basis van de bestaande EU-regels. In juni 2016 concludeerden de Gezondheidsraad en Cogem (commissie genetische modificatie) in een advies aan de regering dan ook dat de regels gemoderniseerd moeten worden. Sinds 2001 gelden in de EU regels voor genetische modificatie van planten.

Nieuwe techniek onder oude regels

Staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam bepaalde in april dat ook de na 2001 ontwikkelde technieken onder de huidige regels vallen en dus niet mogen worden toegepast, zolang de EU daar geen expliciete toestemming voor heeft gegeven.

De Europese voedselveiligheidsautoriteit Efsa stelde in een studie uit 2012 dat er geen extra risico’s zijn voor toepassing van enkele van deze methoden. Ondanks de Efsa-conclusie blijft de Commissie om de hete brij heen draaien. Op 28 september organiseert de Commissie in Brussel een ‘high level conference’, onder de titel Modern Biotechnologies in Agriculture – Paving the way for responsible innovation. Daar kunnen belanghebbenden hun zegje doen over moderne biotechnologische technieken.

Europese Commissie wacht op uitspraak Hof

Beleidsmedewerker Tim Lohmann van Plantum, de brancheorganisatie van veredelingsbedrijven, denkt dat het meerdere jaren kan duren voor de Commissie met een voorstel komt welke gentechnieken onder de EU-wetgeving voor genetische modificatie moeten vallen.

“De Commissie lijkt te wachten op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Die buigt zich over een rechtszaak die in 2014 in Frankrijk is aangespannen door een aantal maatschappelijke organisaties tegen de Franse staat. De ngo’s vinden dat de Franse staat het voorzorgsprincipe niet goed heeft opgenomen in de regels voor genetische modificatie. De Franse raad van state heeft de zaak doorverwezen naar het Hof van Justitie van de EU. Die komt naar verwachting in de zomer van 2018 met een uitspraak”, zegt Lohmann.

Technieken lijken op natuurlijke mutaties

De EU kent zeer strenge regelgeving voor alle technieken die het DNA van planten veranderen. Een uitzondering geldt voor technieken waarbij de DNA-wijziging ook in de natuur had kunnen plaatsvinden. Daarom zijn mutagenese en protoplastfusie wel toegestaan.

‘Een veredelaar haalt de onbruikbare mutaties er altijd weer uit. Net zoals de natuur dat zelf ook doet’

Deze technieken worden al meer dan 80 jaar toegepast, zegt directeur Niel Louwaars van Plantum. “Dat heeft nooit nadelige gevolgen gehad voor de voedselveiligheid of het milieu. Mutaties vinden ook in de natuur plaats. Bovendien selecteert een veredelaar de onbruikbare mutaties er altijd weer uit. Net zoals de natuur dat zelf ook doet in de evolutie. Daarom had de Commissie er in 2001 geen moeite mee deze technieken toe te staan. De huidige regels zijn gebaseerd op transgenese, waarbij soortvreemde genen worden ingebracht. Dergelijke veranderingen in het genoom komen nagenoeg niet voor in de natuur.” (Zie onderaan dit artikel de 5 bekendste gentechnieken.)

Aardappelplanten in een kweekkas bij het Scottisch Crop Research Institute (SCRI) in Dundee. Met nieuwe gen-technieken gaat de selectie veel sneller. - Foto: Henk Riswick
Aardappelplanten in een kweekkas bij het Scottisch Crop Research Institute (SCRI) in Dundee. Met nieuwe gen-technieken gaat de selectie veel sneller. - Foto: Henk Riswick

Bij nieuwe methoden als ODM en ­Crispr worden hoogstaande technieken gebruikt. Maar het eindproduct is niet te onderscheiden van natuurlijk ontstane planten, zegt Louwaars. “Bij deze technieken worden heel gericht specifieke stukjes van het genoom veranderd. Bij het eindproduct is niet te onderscheiden of het door een natuurlijke kruising of door een mutatie tot stand is gekomen of door toepassing van ODM of Crispr. Dit roept de vraag op of deze nieuwe technieken wel te reguleren zijn.”

Plantum vindt dat dit onderscheid de basis moet zijn van de nieuwe EU-regels voor genetische modificatie. Louwaars: “Als het eindproduct van zo’n methode niet is te onderscheiden van een product dat door een natuurlijke kruising of mutatie tot stand is gekomen of als er geen soortvreemde eigenschappen zijn ingebracht, dan moet zo’n techniek en het bijbehorende eindproduct worden toegestaan. Dit is ook het standpunt van onze internationale organisatie, de International Seed Federation.”

Toegankelijker dan gangbare transgenese

De nieuwe technieken hebben een groot voordeel ten opzichte van de gangbare transgenese, zegt Louwaars. “Met Crisp en ODM kun je heel precies bepalen welke genen je wilt veranderen of wilt inbrengen om een gewenste eigenschap te krijgen of een ongewenste eigenschap uit te schakelen. Je krijgt veel minder onverwachte veranderingen die je vervolgens weer moet uitselecteren. Het is een elegante manier van veredelen en maakt de veredeling van gewassen veel sneller en efficiënter.”

‘Nieuwe technieken als Crispr en ODM zijn goedkoper en makkelijker toe te passen’

Lohmann wijst op nog een voordeel. “De bestaande methodes bij transgenese zijn kostbaar. Nieuwe technieken als Crispr en ODM zijn goedkoper en makkelijker toe te passen. Ze zijn dus toegankelijk voor veel meer en kleinere veredelingsbedrijven. Onder de huidige regels kost het € 10 miljoen tot € 100 miljoen om een genetisch gemodificeerd gewas toegelaten te krijgen. Dat is voor veel veredelingsbedrijven te kostbaar. Wanneer dat ook gaat gelden voor de planten die met deze nieuwe methoden ontwikkeld zijn, dan kunnen ze alleen toegepast worden door de grootste bedrijven en alleen voor de grootste gewassen in de wereld, zoals mais en sojabonen.”

Achterstand dreigt voor EU-veredeling

Als de huidige regels blijven, zal een probleem opdoemen, voorspelt Louwaars. “Bij de huidige genetisch gemodificeerde grondstoffen, zoals mais en soja, kun je vaststellen om welke GMO-transformatie het gaat. Dat kan bij de nieuwe technieken niet. Hoe gaat de EU de import van grondstoffen regelen als je niet kunt bepalen hoe die producten tot stand zijn gekomen? Alle import verbieden is onrealistisch. ”

Aardappelbessen groeien in zakjes om kruisbestuiving uit te sluiten. De traditionele veredeling vergt veel handwerk. Dat maakt het duur. - Foto: Koos Groenewold
Aardappelbessen groeien in zakjes om kruisbestuiving uit te sluiten. De traditionele veredeling vergt veel handwerk. Dat maakt het duur. - Foto: Koos Groenewold

Ook vreest Louwaars dat de veredelingsbedrijven in de EU een achterstand oplopen als Brussel onduidelijk blijft over de juridische status van de nieuwe technieken. “Het is nog veel erger. Veredelingsbedrijven kunnen dan bijvoorbeeld geen rassen van buiten de EU meer gebruiken als kruisingsouder, omdat je niet kunt vaststellen of een techniek als Crispr is toegepast. Dit is desastreus omdat de uitwisseling van genetisch materiaal belangrijk is voor veredelingsbedrijven. Minder diversiteit in hun veredelingsprogramma’s betekent minder vooruitgang en minder diversiteit voor boer en consument.”

Regelgeving landen buiten EU

Landen buiten de EU hebben al regels voor de nieuwe technieken. In Argentinië moet de veredelaar melden welke techniek is toegepast. De VS ontwikkelt regels. Australië werkt aan wetgeving die duidelijkheid gaat geven over de nieuwe technieken. Die wet wordt naar verwachting binnen enkele maanden van kracht. Canada heeft al een wet waarbij alleen het eindproduct wordt getoetst.

Louwaars: “Het is een concurrentienadeel voor de Europese veredelaars als zij de nieuwe technieken niet mogen toepassen. De veredelaars wachten met smart op actie van de Commissie om binnen de huidige regelgeving duidelijkheid te geven, of anders de regelgeving snel aan te passen.”

‘Het is een concurrentienadeel voor Europese veredelaars als zij nieuwe technieken niet mogen toepassen’

Greenpeace: risico’s niet te overzien

Milieuorganisatie Greenpeace heeft bezwaren tegen de nieuwe gentechnieken. Bij dergelijke technieken weet je niet wat het teweeg kan brengen, zegt campagneleider Herman van Bekkem. “Zelfs bij een ingreep in één gen kunnen onvermoede neveneffecten optreden. Als je ingreep op ingreep stapelt, zijn de risico’s niet te overzien. Ook is een groot bezwaar voor ons dat de consument met de nieuwe gentechnieken niet meer bewust kan kiezen voor voedsel dat is geproduceerd zonder biotechnologische ingrepen.”

Greenpeace is niet per se tegen technologie, zegt Van Bekkem. “Met bijvoorbeeld merkertechnologie kun je het DNA van planten beter begrijpen. Maar knippen en plakken in DNA gaat Greenpeace te ver.”

5 bekendste gentechnieken

Er zijn diverse technieken om het genoom van planten te veranderen. Hieronder staan de 5 bekendste. Het genoom (DNA) is het totaal aan genen van een plant. De genen zitten op de chromosomen, die in iedere cel zitten. Een gen of combinatie van genen bepaalt de erfelijke eigenschappen van een plant. 

1. Kruising: de veredelaar brengt stuifmeel van de ene plant op de stamper van een andere plant. Hierdoor ontstaan zaden met verschillende erfelijke eigenschappen. De veredelaar maakt een kruising met een bepaald doel en verwachting, maar moet afwachten welke eigenschappen de zaden overnemen van vader (stuifmeel) of moeder (stamper). Met moleculaire merkers kunnen veredelaars sneller selecteren. 

2. Mutagenese: bij deze techniek wordt een plantencel behandeld met chemische stoffen of met straling, zoals röntgen of uv-licht. Zo vinden mutaties plaats in het DNA, zoals er ook in de natuur mutaties zijn. Het is ongericht. Je schiet met hagel in de hoop dat één kogeltje doel treft. Het is de kunst om de plant met die ene gewenste mutatie te selecteren, met zo min mogelijk andere ongewenste mutaties. 

3. Protoplastfusie: De celwand wordt verwijderd en de inhoud van plantencellen wordt vermengd. Daardoor mengt ook het DNA, vergelijkbaar met een kruising. Daar treden ook vaak ­ongerichte mutaties op. 

4. ODM: Oligonucleotide-Directed Mutagenesis is een vorm van mutagenese, die gerichte veranderingen aanbrengt in het genoom met synthetische stukjes DNA. 

5. Crispr: Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats zijn korte segmenten DNA die naar een plek op het chromosoom worden gedirigeerd. Het voertuig is vaak het enzym Cas9, waardoor deze techniek Crispr-Cas9 heet. Het enzym knipt het DNA open en voert de verandering door exact volgens de code die Crispr met zich meedraagt. Dit is een gerichte vorm van mutatie.

Of registreer je om te kunnen reageren.