Akkerbouw

Achtergrond 5 reacties

‘Akkerbouwer, wees kritisch op bodemverbeteraars’

Wees kritisch op bodemverbeteraars, producten die worden aangeboden als wondermiddelen voor de bodemgezondheid. Dat is de boodschap van Gera van Os, lector duurzaam bodembeheer aan de Aeres Hogeschool in Dronten.

Van Os gaf dinsdag op de themadag peen in Emmeloord de lezing Bodemverbeteraars: hoop of hype. Klimaatverandering en bodemverdichting maken het de akkerbouw niet makkelijk. Ook door intensief telen, lopen opbrengsten terug en nemen ziekten toe.

En dan zijn daar de aanbieders van bodemverbeteraars. Producten op basis van bijvoorbeeld schimmels, aminozuren, algen en kalkverbindingen. Ze beloven veel. “Maar afhankelijk van de omstandigheden is de effectiviteit van de producten uiterst onzeker”, waarschuwt Van Os die zich in de presentatie richt op producten met micro-organismen. “Boeren willen graag iets doen. Ze passen het vaak op het hele perceel toe, en alles wat goed gaat wordt aan het product toegeschreven. Wees alstublieft kritischer.”

Gera van Os: "Steek wat vaker je kop in het zand". - Foto: Koos Groenewold
Gera van Os: "Steek wat vaker je kop in het zand". - Foto: Koos Groenewold

Onderzoek van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Wageningen Plant Research) in Lelystad en NMI Wageningen onderschrijft dat. De geteste bodemverbeteraars kosten meer dan ze opbrengen, bleek vorig jaar na zes jaar onderzoek. “Het is voor de producenten een redelijk teleurstellend eindrapport”, zei onderzoeker Derk van Balen daarover. “Jammer, maar meer kunnen we er niet van maken.”

Dure producten

Intussen is het voor de aanbieders big business. “De producten zijn duur, zeker als er micro-organismen inzitten. 100% natuurlijk, wordt geredeneerd. Baat het niet dan schaadt het niet. Toch?”, houdt Van Os de toehoorders een spiegel voor. “Wat zit er eigenlijk in die producten? Naast bekende ingrediënten als meststoffen en kalk, wordt vaak gepronkt met micro-organismen. Maar die kunnen zowel goed als kwaad doen. Er zijn veel varianten waarvan de werking vaak onvoldoende is onderzocht. De naam van de micro-organismen zegt niet zo veel. Het is zelfs niet uit te sluiten dat je met een bodemverbeteraar een ziekteverwekker aanbrengt in de grond. Het resultaat is sterk afhankelijk van de omstandigheden en het gewas.”

Tekst gaat verder onder video.

Ondergrondse oorlog

Van Os laat het de toehoorders zien met microscopische foto’s van schimmels die andere schimmels of aaltjes vangen en verorberen. “Onder de grond is een ware oorlog gaande. Eten en gegeten worden. Die fascinerende interactie is bepalend voor het succes van de teelt. Dat wil je graag optimaliseren, maar dat de kans dat dat lukt door micro-organismen toe te voegen is klein. Misschien onder kasomstandigheden nog wel, maar onder veldomstandigheden vaak niet.”

Micro-organismen toevoegen heeft bovendien weinig zin als de bodem in slechte conditie is, benadrukt zij. Dan zijn andere maatregelen veel effectiever. Van Os adviseert: steek wat vaker je kop in het zand, zoek naar de onderliggende oorzaak van problemen. Een profielkuil met daaromheen een groep sparrende collega’s kan al veel informatie opleveren. Wie een bodemverbeteraar wil proberen kan het best beginnen op een klein stukje, zodat het direct vergelijkbaar is met de rest van het perceel. “En deel je ervaringen.”

De presentatie spreekt tot de verbeelding, blijkt uit reacties. Akkerbouwers vinden het doorgaans interessant om te leren over wat erin de bodem gebeurt.

De hype rond bodemverbeteraars brengt één groot voordeel met zich mee, stelt Van Os: “Door de investering in een duur product gaat een boer veel zorgvuldiger om met de bodem, want hij wil dat het product slaagt. Dat alleen al kan een beter teeltresultaat geven en dat is de grootste meerwaarde.”

Laatste reacties

  • kenijor

    Ieder jaar uitsluitend ruige mest afnemen, dan is alle andere overbodig.

  • mariapeel

    Inderdaad stromest elk jaar doet wonderen. Opbrengststijging waar je van schrikt. .

  • John*

    heb ooit gezien dat een bedrijf flesjes water verkocht, de handleiding om het product in te zien maakte het verschil. maar gaf je alleen het advies dan werd er niets mee gedaan. boerenwijsheid in een flesje zeg maar..

  • verzekering


    Natuurlijk zijn er veel aanbieders van allerlei middelen waaraan de aanbieders wonderen toeschrijven , veelal gebaseerd op eigen onderzoek.
    Daar kun je altijd twijfel over houden omdat je de uitgangspunten niet kent.
    We moeten echter terug naar het begin.
    Bijna wekelijks lezen we in de landbouwmedia waarschuwingen over sterk teruglopende bodemvruchtbaarheid.
    Voor een deel kan dit worden toegeschreven aan beperkende maatregelen op
    toegestaan bemestingsgebied door de overheid, maar ook de telers zelf gaan zeker niet vrijuit.
    Jarenlang is bezuinigd op o.a. kalk/calcium en ook is bekend dat op gebied van org.stof , de gehalten sterk terugliepen.
    We zijn nu zo'n beetje op het punt aangekomen dat alles wat je maar aan enige vorm van bemesting aan de grond toevoegt een kleine reactie geeft.
    En dit feit wordt dan door producenten direct aangegrepen als bewijs van een goede werking van hun product.
    Veelal zie je dat alleen al het werken in de grond eenzelfde reactie tot gevolg heeft.
    Om met enige betrouwbaarheid een effect te realiseren zul je als teler eerst een paar basiszaken op regel moeten zien te krijgen en zodra dat in orde is kun je voorzichtig gaan denken aan het corrigeren van andere tekortkomingen.
    Basis uitgangspunten daarbij zijn , een goede calciumbeschikbaarheid in de bodem alsmede het voor die grondsoort gewenste org.stofcijfer.
    Daarna kun je vaak met relatief voordelige ( gangbare) meststoffen de overige tekorten aanvullen.

  • Jan van het Zand

    De derogatie heeft zo een enorme positieve impact. Minimaal 80% grasland. En grasland geeft aan de bodem een verhoging van het organische stofgehalte waar rooigewassen een verlaging geven (ook mais). Daarmee ook een vastlegging van CO2 in de bodem door de verhoging van het organische stofgehalte. Bijkomende effecten zijn er ook: minder verdroging door meer water vast houden, minder uitspoeling mineralen door binding met organische stofgehalte. En grasland gedijt goed bij een ph van 4,5 tot 5, 2. Alles is ervoor te zeggen om rotatie van gewassen met grasland te bevorderen.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.