Akkerbouw

Achtergrond

‘Binnen drie jaar kunnen we koprot bestrijden’

Koprot en fusarium hebben de meeste prioriteit in het ketenbrede uienonderzoek. Het driejarige project moet leiden tot praktische handvatten voor uientelers, zegt projectmanager Chris de Visser.

Wageningen UR-onderzoeker Chris de Visser (58) is een bekende in de uiensector; hij is al jarenlang verbonden aan, onder meer, koprotonderzoek. Zijn aanstelling als projectmanager van het ketenbrede kwaliteitsonderzoek in uien is een logische keuze.

Dat onderzoek gaat dit seizoen van start. Concurrenten zitten bij elkaar aan tafel, betalen samen mee aan kwaliteitsverbetering van de ui. Niet dat er veel aan de ui mankeert, maar om concurrentie voor te blijven. Het onderzoek is opgedeeld in drie sporen; meststoffen en nutriënten, uitgangsmateriaal en gewasgezondheid. Hier is de komende drie jaar €2 miljoen voor beschikbaar. Structureel onderzoek is de wens. “Maar we moeten ons eerst bewijzen”, weet De Visser. “De ui is een ingewikkeld gewas dat sterk reageert op zijn omgeving. Dat willen we doorgronden. Ik heb er vertrouwen dat ons dat lukt.”

Hoe gaan jullie koprot tackelen?

“Voor de koprotbestrijding een pakket aan maatregelen nodig. Geschikte bestrijdingsmiddelen zijn danzij onderzoek bekend. Het tijdstip van toepassen heeft nu prioriteit. De techniek van NSure gaat hopelijk duidelijk maken of de schimmel aanwezig is; reageert de plant op een infectie? Ook gaan we de beslissingsondersteunende systemen van Dacom en Agrovision valideren. Tenslotte duiken we in het proces van drogen en bewaren; wat te doen bij besmettingsgevaar? Binnen drie jaar hebben we een sluitend advies voor koprotbestrijding.”

En de bodemschimmel fusarium?

“Dat is een hardnekkig en groeiend probleem dat het beschikbare uienareaal bedreigt. Je kunt er niets tegen doen, er zijn geen middelen beschikbaar. Daarom gaan we de schimmel zelf eerst onderzoeken. Welke soorten zijn er en welke zijn daarvan voor de Nederlandse sector belangrijk? Van daaruit kunnen we op een effectieve aanpak komen.”

Zou het een plan zijn om een onderzoeksinstituut op te richten voor uien? Zoals het IRS in de suikerbietensector?

“Nee, dat is niet nodig. We hebben dat al eens gehad in de uien, Snuif heette dat. Doordat de overheid er niet meer in wilde investeren, is dat opgeheven. Wij hebben dat op Wageningen UR overgenomen, maar met het opheffen van de productschappen is helaas ook dat verdwenen. Via het huidige project hebben we nu een breed netwerk georganiseerd in de hele keten dat bulkt van de praktijkkennis, en waarbij ook kennispartijen zijn aangesloten. We werken heel goed samen, dan is een speciaal instituut niet nodig.”

Er is al veel onderzoek gedaan in uien. Waarom biedt dit initiatief meerwaarde en waarom gaat het lukken?

“Uienonderzoek is nodig voor behoud en verbetering van kwaliteit. Vroeger bevond het onderzoek zich in een ivoren toren. De resultaten werden gepubliceerd en dat was dat. Tegenwoordig is onderzoek getransformeerd naar kennisontwikkeling. Het weerleggen van geruchten en interpretaties die niet kloppen. Het mooie van deze samenwerking is dat we de resultaten van onderzoeken interpreteren en naar buiten komen met een uniform, eenduidig advies voor telers. Handvatten waar de praktijk echt wat mee kan.”

Foto

  • Chris de Visser is projectmanager van het ketenbrede kwaliteitsonderzoek dat de komende drie jaar in uien wordt uitgevoerd. "We gaan telers uniform praktische handvatten bieden." - Foto: Ruud Ploeg

    Chris de Visser is projectmanager van het ketenbrede kwaliteitsonderzoek dat de komende drie jaar in uien wordt uitgevoerd. "We gaan telers uniform praktische handvatten bieden." - Foto: Ruud Ploeg

Of registreer je om te kunnen reageren.