Varkenshouderij

Achtergrond 1417 x bekeken

100% schoon varkensvoer is utopie

Voerleveranciers hebben steeds meer aandacht voor mycotoxinen. Maar ook akkerbouwer en varkenshouder kan de toxinendruk verlagen.

Bij vage gezondheidsproblemen bij varkens wordt naast ventilatie en huisvesting al snel in de richting van mycotoxines in het voer gewezen. Mycotoxines worden gevormd door schimmels in onder meer granen en bewerkte producten als sojahullen en tarwegries. Probleem met mycotoxines is wel dat er nog maar heel weinig van bekend is. Er zijn nu 6 mycotoxines waar diergezondheidsdeskundigen en voerfabrikanten zich op richten, maar er zijn nog zeker 300 tot 400 andere mycotoxines waarvan nauwelijks bekend is wat voor effect ze op een varken hebben. “Dat is geen reden voor paniek”, stelt Regiane Santos, mycotoxine-expert bij Schothorst Feed Research.

Lees onderaan dit artikel hoe voerleveranciers inzetten op zo schoon mogelijk voer.


Interactie tussen de mycotoxines

Voor de varkenshouderij ligt de nadruk op de door fusarium gevormde deoxynivalenol (DON), T2-toxine, fumonisines (FBs) en zealarenone (ZEN). Alle 4 hebben hun specifieke invloed op het varken, maar volgens Santos gaat het ook om de interactie tussen de mycotoxines onderling en de gezondheid, en leeftijd en geslacht van het varken die voor een verminderde algehele weerstand en/of darmschade kan zorgen. De normen in granen en bijproducten uit granen voor diervoer zijn streng, bijvoorbeeld voor DON geldt bij GMP+ maximaal 5 ppm (mg/kilo) en de norm voor het eindproduct is zelfs 0,8 ppm. Voor mais ligt de norm met 12 ppm weer wat hoger.

Spijsvertering en vruchtbaarheid

DON, FBs en T-2 hebben vooral invloed op maag, darm, nieren en lever. De nadelige inwerking van DON en FBs op de darmen kan een verlaagde weerstand tot gevolg hebben. Zowel DON als T-2 worden in de lever afgebroken, maar wanneer die afbraak door grote hoeveelheden onder druk staat, kan DON invloed op de voeropname hebben. Te hoge opname van DON en ZEN kan zich uiten in staartnecrose bij pasgeboren biggen.

T-2 wordt in de lever omgezet in andere stoffen en veroorzaakt bijvoorbeeld huidontstekingen. ZEN heeft een oestrogene werking en wordt in de lever omgezet in een nog giftigere stof. Door ZEN in het voer van zeugen neemt het aantal follikels bij biggen af en zullen opfokzeugjes nooit hun genetisch potentieel behalen. Te veel ZEN in het voer kan leiden tot een rode kling bij geltjes.
Artikel gaat verder onder de foto.

De vroege follikelontwikkeling bij geltjes wordt geremd door mycotoxine ZEA. Hierdoor behalen opfokzeugen nooit hun genetisch potentieel. - Foto: Henk Riswick
De vroege follikelontwikkeling bij geltjes wordt geremd door mycotoxine ZEA. Hierdoor behalen opfokzeugen nooit hun genetisch potentieel. - Foto: Henk Riswick

Markt continu monitoren

Diervoerproducenten doen er alles aan om mycotoxines in voer ver onder de toegestane norm te houden. Met GMP+ is er een basis met eisen op grondstoffen. Ook maken instellingen en bedrijven meerdere keren per jaar risicoanalyses voor voergrondstoffen en de herkomstgebieden. Op basis van risicoanalyses kan een inkoopafdeling sturen op de herkomst van grondstoffen. Het aanvoeren van zo schoon mogelijke grondstoffen verlaagt de uiteindelijke mycotoxinedruk.

Kwaliteit graan

De kwaliteit van graan is al bepalend, slechte kwaliteit is met intensief schonen niet te verbeteren. Een van de kwaliteitseisen is bijvoorbeeld het hectolitergewicht. Hoe hoger dit gewicht, hoe minder kaf, strodeeltjes en vervuiling van onkruidzaden. Graanbijproducten bestaan juist uit de buitenkant van de werkelijke vrucht en kunnen daardoor al snel meer schimmels bevatten. Dat kunnen zowel onschadelijke schimmels zijn als schimmels die mycotoxinen kunnen vormen.

Met schonen (blazen en zeven) zijn kaf, onkruid en stof voor een groot deel uit grondstoffen te verwijderen. “Maar je krijgt mycotoxinegehaltes maar beperkt omlaag. Uit een partij met een hoog gehalte mycotoxinen verwijder je nog niet de helft van die mycotoxinen door te schonen”, waarschuwt Arjan Wegereef, medewerker kwaliteitsdienst bij ForFarmers.

Meer aandacht bij akkerbouwer

Volgens de voerleveranciers ligt er ook een taak voor de akkerbouw. In de grote graangebieden wordt een kerende grondbewerking als ploegen steeds minder uitgevoerd, mede vanwege het risico op erosie. Terwijl ploegen er juist voor zorgt dat de schimmels uit de toplaag verdwijnen, zodat de schimmeldruk omlaaggaat.

De akkerbouw moet actiever naar de schimmelaanpak kijken

Gewasbeschermingsmiddelen

Akkerbouwers zetten wel gewasbeschermingsmiddelen in tegen schimmels, maar alleen als die schimmels opbrengstdervend zijn. In een jaar waarin de graanprijzen laag zijn, kan het voorkomen dat besloten wordt de laatste bespuiting niet te doen omdat de kosten-batenverhouding ongunstig is. Met de klimaatveranderingen in het achterhoofd zal de akkerbouw actiever naar de schimmelaanpak moeten kijken. Bijvoorbeeld door het kiezen voor graanrassen met een hoge resistentie tegen A-fusarium.
Artikel gaat verder onder de foto.

Voerproducenten monitoren de herkomstgebieden van grondstoffen en bemonsteren elke lading grondstof die binnenkomt. - Foto: Michel Zoeter
Voerproducenten monitoren de herkomstgebieden van grondstoffen en bemonsteren elke lading grondstof die binnenkomt. - Foto: Michel Zoeter

Varkensboer kan ook zelf wat doen

De diervoersector heeft GMP+-normen waaraan diervoergrondstoffen moeten voldoen. Daarnaast doen de voerbedrijven er zelf veel aan het mycotoxinegehalte in hun eindproduct ver onder de norm te houden. Toch hebben ze niet op alles invloed. De opslag op het varkensbedrijf is bijvoorbeeld zo’n schakel waar ze geen invloed op hebben. De voersilo’s mogen van Jan van Haperen, hoofd nutritionist bij Fransen Gerrits, meer aandacht krijgen: “Silo’s moeten eigenlijk standaard een ontluchter hebben. Dat voorkomt condensvorming in het voorjaar en najaar als de temperatuurverschillen tussen dag en nacht hoog zijn. Dat zijn optimale omstandigheden voor eventueel aanwezige schimmels.” Regelmatig schoonmaken en tijdig vervangen van silo’s zorgt ook voor een schimmelonvriendelijke omgeving en dus minder kans op mycotoxines in het voer.

Inzetten op zo schoon mogelijk voer

De Heus schoont graan voor biggen- en opfokzeugvoer extra door zeven en tweemaal blazen. Zo worden zo veel mogelijk kaf, schimmels en onkruidzaden uit de korrels gefilterd. De Heus begon 5 jaar geleden met een mycotoxine-arm voer voor biggen en breidde in 2017 uit naar de opfokzeugen. Het biggen- en opfokzeugenvoer is standaard extra geschoond graan. Voor fokzeugen zijn er 2 voerlijnen, geschoond voer beslaat nu 60% van de voerverkopen.

AgruniekRijnvallei monitort op basis van SecureFeed en rekent met lagere waardes dan wettelijk. Het bedrijf zet bij de gevoeligste dieren als biggen en opfokzeugen de schoonste grondstoffen in. Bij de aankoop van granen en andere grondstoffen ligt de nadruk op een hoog hectolitergewicht. Dit betekent dat er minder ruwe celstof in de vorm van kaf of weinig kleine, slecht ontwikkelde graankorrels in een partij graan zitten. Al het graan dat verwerkt wordt, wordt standaard gezeefd en schoongeblazen.

Agrifirm monitort de ontwikkelingen in de belangrijkste herkomstgebieden en beoordeelt deze mede op basis van eigen risicoanalyses. Alle ingekochte grondstoffen worden bemonsterd en alleen de producten met de laagste waardes worden tot varkensvoer verwerkt. De waarden zijn voor inname bekend. Op basis van analysegegevens wordt het gehalte van het eindproduct ver onder de grenswaarde gehouden. Daarnaast gebruikt Agrifirm indien noodzakelijk voor extra zekerheid alleen EU-geregistreerde mycotoxinebinders. Van de plantaardige divisie heeft Agrifirm ook pre-harvestuitslagen om grondstofkeuzes te kunnen maken.

ForFarmers brengt zelf voor en tijdens de graanoogst risicogebieden in kaart en gebruikt nadien de analyses van SecureFeed om de eigen gegevens te verifiëren. Ingekocht worden granen niet aangevoerd richting kritische productielocaties. Per graansoort worden veilige regio’s benoemd. Van de eerste partijen graan die uit een regio worden aangevoerd, worden altijd analyses gevraagd voordat ze in het voer verwerkt worden, om zo snel mogelijk een beeld van deze regio te krijgen. Veilige regio’s worden de rest van het jaar gemonitord (steekproefsgewijs onderzocht) om te controleren of de regio terecht als veilig gezien kan blijven worden.

Coppens Diervoeding monitort op basis van SecureFeed en een eigen analyseplan. Daarnaast worden gegevens van bijvoorbeeld Biomin en Bemefa meegenomen om risicogebieden in beeld brengen; Coppens Diervoeding neemt geen grondstoffen aan uit deze gebieden. In een deel van het varkensvoer wordt geschoond graan ingezet. Daarvoor worden geschoonde granen ingekocht; dat heeft de voorkeur van Coppens Diervoeding om het uitgeschoonde deel ook niet te moeten verwerken of af te voeren. Bij binnenkomst van grondstoffen wordt elke vracht geanalyseerd op vocht en hectolitergewicht en de NIR-analyse. Ook vindt Coppens Diervoeding een visuele controle van elke grondstof nog altijd erg belangrijk. Gewoon kijken, voelen en ruiken of de kwaliteit goed is, bijvoorbeeld op moederkoren of bijmenging van kaf , stro, onkruiden of andere mengvoergrondstoffen. Als er aanleiding toe is, wordt de partij afgekeurd.

Fransen Gerrits stelt extra eisen aan herkomst en leveranciers. Daarnaast wordt ook gekeken naar het vochtgehalte in het product, want een hoger vochtgehalte geeft meer risico op schimmelvorming. September 2017 nam Fransen Gerrits een eigen schoningsinstallatie in gebruik waar grondstoffen schoongeblazen en tweemaal gezeefd worden. Het voer voor biggen en opfokzeugen en lacterende zeugen wordt volledig met geschoonde grondstoffen geproduceerd. Met de voeders voor dragende zeugen wordt nu overgeschakeld op geschoonde grondstoffen.



Of registreer je om te kunnen reageren.