Rundveehouderij

Nieuws 836 x bekeken

Een derde Vlaamse veehouders IBR-vrij

Vlaamse rundveehouders maakten afgelopen jaar grote slagen in de bestrijding van rundveeziektes IBR en BVD.

Een derde van de Vlaamse rundveehouders had begin dit jaar een IBR-status I3 (IBR-vrij, vaccinatie nog wel toegestaan) of I4 (vrij, maar vaccineren niet meer toegestaan). Dit komt neer op ruim 5.000 bedrijven. De overige twee derde is in bezit van status I2 (positieve dieren bij steekproef en gevaccineerd). Dit blijkt uit het activiteitenverslag 2015 van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

IBR-bestrijdingsprogramma

Begin dit jaar is de nieuwe fase van het IBR-bestrijdingsprogramma ingegaan. Alle bedrijven met de I2-status moeten een opvolgtest doen om door te kunnen stromen naar de I3-status. De opvolgtest bestaat uit bloedmonsters van maximaal 20 dieren waarbij de nadruk op het jongvee ligt. Voor veel bedrijven zal het bereiken van de IBR-vrije status weinig problemen opleveren. Het DGZ voerde afgelopen jaar in totaal 316.548 Elisa-bloedtesten uit, waarvan nog maar 2% positief voor IBR waren.

Driekwart runderen BVD-vrij

Ook in het BVD-bestrijdingsprogramma liggen de Vlamingen goed op schema. Van de 1.197.384 op BVD onderzochte dieren op melkveebedrijven, die op 3 februari 2016 nog in leven waren, is 73,5% IPI-vrij (dus geen drager van het BVD-virus). Op vleeskalverbedrijven is dat 92,5% van de 153.739 onderzochte dieren. Van de overige 6,5% was de BVD-status niet bekend. Het ging hier vooral om buitenlandse kalveren.

0,5% BVD-dragers geboren

Het nemen van een oorbiopt via het oormerk is de meest toegepaste methode om BVD-dragers op te sporen. In 2015 werden zo 2.696 dragers opgespoord. Dat is een halve procent van alle kalveren die geboren werden. Op 10% van de bedrijven werd minstens een BVD-drager geboren.

Of registreer je om te kunnen reageren.