Rundveehouderij

Nieuws 1011 x bekeken 2 reacties

Nieuwe maisrassen verteren sneller

Lochem - Maiskuilen verteren sneller dan tot nu werd ingeschat. Dat blijkt uit onderzoek van Nutreco en ForFarmers. Door veredeling bevat mais steeds meer zetmeel en minder ruwe celstof.

In twintig jaar is het zetmeelgehalte in mais met 100 gram per kilo droge stof gestegen. Dat verhoogt ook de voederwaarde van de kuilen.

De inschatting van de verteringssnelheid van snijmais in de pens is gebaseerd op rassen uit begin jaren 2000. "Hoewel rantsoenen op papier veilig waren, zagen we in de praktijk soms toch dat koeien te dun op de mest waren en de vertering niet optimaal verliep", stelt 
Robert Meijer, productmanager rundvee bij ForFarmers.

Via onderzoek met pensfistelkoeien is de werkelijke verteringssnelheid van de jongste generatie maisrassen (2007-2014) gemeten en vergeleken met berekende snelheid. De oude rekenregels overschatten de hoeveelheid bestendig zetmeel en berekende zo een lagere verteringssnelheid.

Dit geeft meer risico op pensverzuring, wat ook te zien is aan het kengetal verzuringsindex. Pensverzuring leidt tot gemiddeld 0,1 lagere voerefficiëntie. Dat is 2 liter melk minder per koe per dag uit hetzelfde voer. Voor een bedrijf met 100 koeien gaat het om €25.000. De nieuwe inzichten verhogen de voorspelbaarheid van het rantsoenberekeningsprogramma Feed2Milk.

Met name bij de drogere kuilen, ruwweg boven 38 procent droge stof, start de verteerbaarheid op een hoger niveau en neemt de verteerbaarheid ook meer toe naarmate deze langer is ingekuild. Omdat mais zich in de pens van de koe steeds meer als krachtvoer gedraagt, zal eerder en meer structuuraanvulling nodig zijn in maisrijke rantsoenen.

Laatste reacties

  • Parel

    De ervaringen in de praktijk op de melkveebedrijven waren wellicht de aanzet tot het onderzoek. Het onderzoek bevestigde daarmee de ervaringen in de praktijk.

    Het onderzoek toont aan dat de structuurwaarde van de mais gedaald is. 
    De daling van de structuurwaarde in mais is niet de enige. Immers de structuurwaarde van de graskuilen is ook dalende door het gebruik van tetraploïde grassen. De tetraploïde grassen bevatten minder structuurwaarde dan de diploïde grassen, maar leveren wel een hogere opbrengst per ha op.
    De oorzaak is gelegen in de grotere tetraploïde cellen van het gras ten opzichte van de diploïde. Vandaar minder celwand, en dat betekent minder ruwe celstof dus lagere structuurwaarde.

    De praktijk loste dat op met graszaadhooi e.d. in het rantsoen, dat weer de opname van andere voedermiddelen (met hoge voederwaarde) veminderde.

    Zijn we met de rassenveredeling in mais en gras wat opgeschoten in de melkveehouderij?


  • Parel

    Als je niet goed gekeken hebt naar de koeien, dan kan het nadelige gevolgen hebben gehad voor de gezondheid van de melkkoeien, en dus het gebruik van antibiotica stimuleren, de aandacht voor verzorging verhogen en de levensduur beperken. Het kan geld gekost hebben op stal, terwijl de opbrengst van de grond verhoogd werd en heeft geleid tot lagere voeraankopen.

    Hoe is de balans op het melkveebedrijf? Een ondernemer is op zoek naar een positieve balans, die de winstgevendheid van het bedrijf verhoogd.

Of registreer je om te kunnen reageren.