1952 x bekeken

‘Versoepeling ophokplicht geeft dubbel gevoel’

De Europese Commissie versoepelde de handelsnorm voor uitloopeieren bij een ophokplicht naar 16 weken. De vraag is of dit toereikend is, meent Europarlementariër Jan Huitema.

De vreselijke fipronil-crisis komt bovenop de vogelgriepuitbraak van eind 2016. Om verdere verspreiding van die vogelgriep tegen te gaan, werd op 9 november 2016 door staatssecretaris Van Dam de ophokplicht ingesteld. Een ingreep die vooral voor vrije-uitloopeieren grote gevolgen had. Volgens EU-handelsnormen verliezen pluimveehouders namelijk de status van hun vrije-uitloopeieren wanneer de leghennen 12 weken achtereenvolgens niet buiten komen. Deze 12 weken zijn in het leven geroepen om het vertrouwen aan de consument te geven dat de vrije-uitloopleghennen ook daadwerkelijk naar buiten kunnen. Het aantal weken is echter een politiek compromis en dus arbitrair gekozen.

Gevolgen van de ophokplicht

De gevolgen van deze 12-weken-eis zijn helaas bij iedereen bekend. De ophokplicht duurde maar liefst 23 weken, tot 19 april 2017. Elf weken lang konden vrije-uitloopeieren alleen maar verkocht worden als scharrelei, een financiële strop voor de pluimveehouder. Dit schrikt pluimveehouders af om te investeren in vrije uitloop, terwijl de maatschappij dit juist wel steeds meer verlangt. Aan het begin van de ophokplicht heb ik hier met mijn collega Bas Belder (SGP) voor gewaarschuwd.

De 12-wekeneis voor vrije-uitloopeieren schrikt pluimveehouders af om te investeren in vrije uitloop, zegt Jan Huitema. - Foto: Herbert Wiggerman
De 12-wekeneis voor vrije-uitloopeieren schrikt pluimveehouders af om te investeren in vrije uitloop, zegt Jan Huitema. - Foto: Herbert Wiggerman

Ik ben van mening dat er bij een ophokplicht sprake is van overmacht en dat dit duidelijk gecommuniceerd en uitgelegd kan worden aan de consument. Daarbij verliezen biologische eieren hun status niet wanneer er een ophokplicht geldt. Ik pleit voor dezelfde regelgeving voor vrije-uitloopeieren. Met collega’s uit landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, waar veel vrije uitloopbedrijven staan, hebben we landbouwcommissaris Phil Hogan onder grote druk gezet om de handelsnormen te wijzigen. In zijn reactie kwam naar voren dat op korte termijn niets mogelijk was en over de lange termijn bleef hij vaag. Dit terwijl wij, inclusief andere collega’s en landbouwministers het eens waren: de regels moeten aangepast worden!

Van 12 naar 16 weken

Ondanks dat de Europese Commissie wil vasthouden aan een maximumperiode om het vertrouwen van de consument te waarborgen, kwam er dit voorjaar wel een voorstel om de periode te verlengen tot 20 weken. Die verlenging van de periode met acht weken was alleen mogelijk als de dieren toegang zouden hebben tot een wintergarten. Echter bleken Frankrijk en sommige andere lidstaten hier op tegen te zijn. Zij willen niet investeren in de wintergarten. Op 20 juli zijn de experts van de verschillende lidstaten tot een compromis gekomen: de periode wordt verlengd van 12 naar 16 weken. Daarbij komt de mogelijkheid om de 16-wekeneis opnieuw in te laten gaan voor elke afzonderlijke stal, wanneer er gewisseld wordt. Een belangrijke flexibiliteit voor de pluimveehouder, al zal hij met een nieuw koppel geen tafeleieren produceren.

Zowel de lidstaten als het Europees Parlement hebben nog enkele maanden de tijd om dit compromis met een veto te blokkeren. Dat zou betekenen dat de onderhandelingen weer van voor af aan beginnen. Echter, voor een verdere versoepeling van de handelsnormen is geen politieke meerderheid. Daarnaast is het van belang dat de nieuwe regeling zo snel mogelijk van kracht wordt, zodat we een eventuele nieuwe vogelgriepuitbraak voor zijn. De verwachting is dan ook dat de nieuwe handelsnormen vanaf begin december in werking treden. Een dubbel gevoel, want het verschil tussen de 16-weken eis en de afgelopen ophokperiode van 23 weken is nog erg groot. Hopelijk kan de mogelijkheid om koppels te wisselen, voldoende flexibiliteit geven.

Of registreer je om te kunnen reageren.