Pluimveehouderij

Achtergrond 1997 x bekeken

Meyn profiteert van de groeiende vraag naar kip

Meyn behoort tot de grootste fabrikanten van pluimveeslachtlijnen wereldwijd. Het bedrijf specialiseert zich in wall-to-wall-oplossingen waarbij hele opstellingen worden neergezet. Doel is niet de goedkoopste, maar wel de beste te zijn.

Het is zo’n typisch voorbeeld van een relatief kleine maar uiterst succesvolle multinational in de Nederlandse agri- en foodindustrie: Meyn Poultry Processing Solutions, een bedrijf dat van onder de rook van Amsterdam wist uit te groeien tot één van de grootste producenten van slachtlijnen voor pluimveeverwerkers. Jaarlijks worden wereldwijd meer dan 8,5 miljard vleeskuikens verwerkt met Meyn-apparatuur. Alleen het Nederlands-IJslandse Marel is nog groter. De groei is er wat topman Erik Blom betreft nog niet uit, want de markt voor kippenvlees groeit en in ontwikkelingslanden worden slachthuizen gemoderniseerd.

De markt voor pluimveeverwerkingsapparatuur is gesegmenteerd: het doden en ontveren, het oogsten van de organen, het delen, uitbenen, marineren en tuimelen. Meyn maakt machines voor het hele proces tot aan het marineren en tuimelen. Het meeste geld zit in het doden en ontveren. Klanten hebben verschillende wensen: sommigen willen een hele kip en weer andere willen het dier opgedeeld. In alle gevallen begint het proces met het doden en ontveren, wat in euro’s dan ook het grootste segment is.

Middelgrote multinational

De onderneming realiseert een jaaromzet van tussen € 275 miljoen en € 300 miljoen. De onderneming is de laatste jaren sterk gegroeid. In 2011 zette het bedrijf nog een kleine € 200 miljoen om. Het bedrijf wordt al sinds de oprichting in 1959 geleid vanuit Oostzaan. Lang hield het bedrijf midden in het dorp in een klein gebouw kantoor, maar uit haar voegen gebarsten betrok het bedrijf in 2011 aan de rand van Amsterdam-Noord een nieuw en fors groter pand.

Op in totaal 17 locaties werken circa 1.000 mensen. Het bedrijf produceert in Oostzaan, Polen en in de Amerikaanse staat Georgia. Daarnaast heeft het bedrijf 14 verkoop- en servicekantoren in onder meer de VS, Brazilië, Mexico, Canada, China, India, Thailand en Rusland. Om het wereldwijde karakter van de onderneming aan te geven: minder dan 5% van de omzet wordt in de Benelux gerealiseerd. Iets minder dan de helft van de omzet zit in de VS, wat voor Meyn ook de meest winstgevende markt is.

Meyn's apparatuur wordt wereldwijd verkocht. - Foto: Sander Heezen
Meyn's apparatuur wordt wereldwijd verkocht. - Foto: Sander Heezen

Profijt van megatrends

Meyn profiteert van enkele grote megatrends die de hele pluimveehouderij omhoog stuwen, aldus Blom. “De bevolking groeit, kan steeds vaker vlees betalen en pluimveevlees kan tegen een lagere kostprijs worden geproduceerd dan varkensvlees en rundvlees. De CO2-afdruk, in feite de voer-tot-vleesconversie, is ook voordeliger dan bij varkensvlees en rundvlees. Het is bovendien een product dat relatief weinig vet bevat. De wereldbevolking woont bovendien steeds vaker in steden en zal steeds meer industrieel verwerkt vlees eten.”

De wereldwijde consumptie van kippenvlees groeit al jaren harder dan de consumptie van varkensvlees en rundvlees. “Het helpt daarbij dat kip geen religieuze beperkingen kent. Blom denkt dat de markt voor pluimveeverwerkingsapparatuur tussen 2015 en 2020 met gemiddeld 4,7% per jaar zal groeien. De markt zal volgens deze verwachting in 2020 € 4 miljard bedragen. Er zijn ups en downs. Een uitbraak van vogelgriep raakt de afzet, evenals handelsembargo’s en politieke en economische frictie – zoals nu in het Midden-Oosten. De onderneming volgt met bovengemiddelde belangstelling de Braziliaanse economische problemen, corruptieperikelen en het bedorven vleesschandaal: als het slecht gaat met de Braziliaanse slachters, is dat een probleem.

Paar contracten bepalen succes

De bedrijven in de business vechten met elkaar om een relatief klein aantal grote contracten. Een relatief kleine groep vleesreuzen domineert de vleesmarkt. Het gaat dan om de zogeheten ‘Big Ten’ met spelers als JBS en BRF uit Brazilië, Tyson en Perdue uit de VS, Acolid uit Saoedi-Arabië en CP International uit Thailand. “Eén of twee contracten kunnen je jaar maken of breken”, stelt Blom vast.

Meyn realiseert in een gemiddeld jaar zo’n 30 projecten met een waarde van € 1 miljoen en daarnaast enkele projecten van € 8 miljoen of meer. In het laatste geval gaat het om wall-to-wall-projecten waarbij met partners binnen een gebouw een complete slachterij wordt neergezet. Een specialiteit die maar een paar bedrijven wereldwijd beheersen. Systemen worden modulair opgebouwd, wat betekent dat bij opschaling of modernisering een onderdeel van de slachtlijn eenvoudig kan worden vervangen.

Een groot deel van het geld dat voor producenten van slachtlijnen wordt verdiend met service, zoals het vervangen van onderdelen. Als voorbeeld noemt Blom de Rapid-machine die het borstvlees van het bot schraapt. “De machine combineert snelheid en kwaliteit en is daardoor complex. Door de Rapid kan een slachterij uit met veel minder werknemers, maar het is wel een machine die veel aandacht vraagt: afstellen, onderhoud en delen die relatief snel slijten. Dat laatste is voor ons niet ongunstig. In de kern gaat het erom een machine te ontwerpen die de klant een groot kostenvoordeel oplevert.”

Semi-automatisch werken

Profiteren van de groei in het pluimveesegment is volgens Blom niet eenvoudig. De markt is sterk aan verandering onderhevig. “China importeert bijvoorbeeld nu nog veel pluimveevlees. Als ik kijk naar de grote investeringen die Chinese slachterijen al dan niet met steun van de overheid doen, denk ik dat veel grote nieuwe projecten daar en niet in de landen die veel kippenvlees exporteren, zoals Brazilië en Thailand, zullen zitten. Bij zo’n ontwikkeling moet je dus aanwezig zijn en dat is met een groot land als China niet altijd eenvoudig.”

Een deel van de groei zal ook zitten in landen in Afrika maar ook in India en Pakistan, waar tot 90% van het vlees komt van dieren die voor de ogen van de consument worden geslacht. De eerste ketens worden gevormd en kleine slachthuizen zetten een voorzichtige stap naar automatisering. “In India zetten we machines neer die 600 tot 2.000 kippen per uur aankunnen. Dan praat je eigenlijk over semi-automatisch.”

Klanten in dergelijke landen kunnen meestal niet direct een complete, hypermoderne slachtlijn betalen. Of de arbeid is zo goedkoop dat de noodzaak tot het automatiseren van alle onderdelen van de slachtlijn ontbreekt. “Het is aan ons om ook bij die kleine, traditionele slachterijen aan te sluiten en met de klant te bepalen wanneer de tijd rijp is voor een stap voorwaarts. Meegroeien met de klant is het devies.”

Of registreer je om te kunnen reageren.