Pluimveehouderij

Achtergrond 3034 x bekeken

Pluimveesector kan de balans opmaken

Het einde van de ophokplicht is vooral voor de vrije uitloopsector, waar de schade fors opliep, een enorme opluchting.

Eindelijk is er een einde gekomen aan de ophokplicht. Met name bij pluimveebedrijven met vrije uitloop liep de schade op, doordat de eieren na 12 weken ophokken niet meer als vrije uitloop verkocht mochten worden. Nu de kippen weer naar buiten mogen kan de balans worden opgemaakt.

Directe schade tot € 12 miljoen

De directe schade voor de legpluimveehouders met vrije uitloop schat de eierhandel op zo’n € 11 tot € 12 miljoen, zegt Anevei-voorzitter Hubert Andela. Aan de daadwerkelijke schadeberekening, die als basis zou moeten dienen voor eventuele compensatie, wordt nog gewerkt door pluimveeorganisatie Avined en Wageningen Economic Research. Met 7 miljoen plaatsen voor vrije uitloophennen in Nederland, verdeeld over zo’n 200 bedrijven, loopt de directe schade na 11 weken afwaarderen voor een gemiddeld bedrijf met uitloophennen als snel op een kleine € 50.000. Uitgaande van een waardedaling van minimaal 2 cent per ei.

Promotie vrije-uitloopei

Naar verwachting zullen vanaf maandag de eerste uitloopeieren weer in de schappen van de supermarkten liggen. Daarmee is de kous nog niet af. De eierhandel houdt er rekening mee dat het een tijdje zal duren voordat de markt voor vrije-uitloopeieren weer hersteld is. “We gaan er niet vanuit dat de markt meteen weer op 100% zit,” zegt Andela. Hoe lang dat herstel gaat duren durft hij niet te voorspellen. De gevolgschade voor de hele eierkolom hangt af van hoe snel de afzet in binnen- en buitenland weer herstelt. Verschillende eierhandelaren overwegen om vrije-uitloopeieren de komende week op een bijzondere manier weer onder de aandacht van de Nederlandse en Duitse consument te brengen en te promoten dat deze weer beschikbaar zijn.

Mogelijk compensatie beschikbaar

Voor de pluimveebedrijven met vrije uitloop is vanuit Brussel mogelijk compensatie beschikbaar, voor de buitensporige schade als gevolg van de ophokplicht. Dan moet Nederland echter wel zelf de helft van deze compensatie betalen. De Nederlandse overheid heeft zich hier, tot nu toe, niet enthousiast over getoond. Wel wordt hierover overleg gevoerd met de pluimveesector. De sector is gevraagd een schadeberekening op te stellen.

‘We dachten dit pragmatisch te kunnen oplossen met een gedifferentieerde heffing, maar zijn hierover nog aan het bakkeleien’.

Diergezondheidsfonds

Het zit hem er met name in om aan te tonen dat er sprake is van onevenredige schade voor de vrije-uitloopsector, specifiek door een maatregel, zegt LTO/NOP-secretaris Ernest Bokkers daarover. Daarnaast is de vraag waar de andere 50% vandaan moet komen. “Het meest handige zou zijn als dat via het ministerie van Economische Zaken gaat,” zegt Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders. “Een alternatief kan zijn om het via het Diergezondheidsfonds te laten lopen, dat wordt gezien als nationaal geld. We dachten dit pragmatisch te kunnen oplossen met een gedifferentieerde heffing, maar zijn hierover nog aan het bakkeleien. Anders zou de rest van de pluimveesector ook mee moeten betalen. Dat vinden we geen optie.” Wat een verschil zou kunnen maken is de uitspraak van de rechtbank Den Haag volgende week, in het kader van het kort geding dat pluimveehouders hebben aangespannen rondom de ophokplicht.

Oplossing voor termijn van 12 weken

Daarnaast wordt nu het vizier gericht op de langere termijn. Met een reëel risico op nieuwe vogelgriepuitbraken, wordt in Brussel gelobbyd om een oplossing te vinden voor de omstreden ‘12-wekentermijn’. Die zou wellicht kunnen vervallen bij de aanwezigheid van een overdekte uitloop. Dat moet naar Brusselse maatstaven dan wel snel geregeld worden en dit najaar klaar zijn voor het volgende trekseizoen. Met name Nederland en het Verenigd Koninkrijk voelen wat voor die oplossing. Ook Brussel wil wel, zegt Andela. “Het probleem zit met name bij lidstaten waar de pijn niet zo gevoeld is. Bijvoorbeeld een land als Frankrijk.” In tegenstelling tot Nederland en Duitsland is daar een wintergarten (overdekte uitloop) bovendien niet gebruikelijk. Andela: “We hopen dat er in mei een besluit wordt genomen. Het moet voor de zomer geregeld worden, want je hebt daarna je tijd nog nodig.”

Of registreer je om te kunnen reageren.