Redactieblog

1239 x bekeken 1 reactie

Tarieven zijn niet de enige reden voor ophef

Een tariefstijging van 40 procent is zeer fors. Logisch dus dat veehouders hun kritiek uiten op de voorgestelde tariefsverhoging voor het ophalen en verwerken van kadavers. Maar het is niet alleen deze prijsstijging die tot actie noopt.

Het begint op een rituele dans te lijken. Zodra Rendac met een voorstel komt om de tarieven voor het ophalen en verwerken van kadavers te verhogen, komt de veehouderij en daarna vaak ook de politiek in actie.

Staatssecretaris Sharon Dijksma van landbouw is als toezichthouder verantwoordelijk voor het vaststellen van de tarieven voor het ophalen van de kadavers. Ook zij vindt de voorgestelde tariefsverhoging van aanvankelijk 60 procent te gortig. Ze heeft deze weten terug te brengen naar 40 procent, door financiering van extra kosten voor de calamiteitenreserve onder te brengen bij het Diergezondheidsfonds. Dit is voor veehouders deels een sigaar uit eigen doos: de kosten voor het Diergezondheidsfonds worden voor de helft door de overheid betaald. De andere helft betalen de veehouders zelf. Eigenlijk blijft er dus een kostenstijging van 50 procent over voor de boer, in plaats van 40 procent zoals Dijksma in haar brief aan de Kamer schrijft.
Maar Dijksma vindt ook de 40 procent prijsstijging nog teveel. En dus is ze nog in overleg met Rendac om te kijken op welke manier de verhoging van de tarieven verder beperkt kan worden. Enige tijdsdruk is er hierbij wel. Het eerste kwartaal is inmiddels al bijna halverwege en doorgaans worden de rekeningen voor de kadaverdienst per kwartaal gestuurd.
Wanneer wordt gekeken naar een overzicht van de ophaalbijdragen per jaar, blijkt dat het prijsniveau van de kadavertarieven voor 2014 vergelijkbaar zijn met de tarieven per dier in 2010. In 2011 gingen de tarieven aanzienlijk omlaag, om in 2012 weer behoorlijk te stijgen en in 2013 weer fors te dalen. De kosten om een slachtvarken op te laten halen bedroegen in 2010 € 2,07 per dier, in 2013 € 0,75 per dier en in het voorstel van Rendac voor 2014 € 1,08 per dier. Daar komt nog tussen de 17 en 20 euro per stop bij. De kosten lijken in 2014 lager uit te komen dan in 2010.
Toch wordt er heel hard op de trom geslagen. De tariefsverhoging zou 1.000 euro aan extra kosten per varkensbedrijf betekenen ten opzichte van 2013. Probleem is niet alleen dit bedrag. Het zijn namelijk niet de enige kostenverhogingen die op de veehouders af komen. Verplichte mestverwerking, dierrechten en welzijnseisen zijn allemaal kostenverhogingen die de varkenshouders niet zomaar kunnen doorberekenen naar hun afnemers. Daar komt bij dat Rendac is overgenomen door Darling International. Het is een nieuw bedrijf, dat nog vertrouwen moet winnen. De beperkte transparantie in de totstandkoming van de tarieven en de monopolypositie die het bedrijf heeft, werken daar niet aan mee. Bovendien worden – uit het perspectief van de boer – de tegenvallende opbrengsten van de producten zoals meel wel erg makkelijk doorberekend naar de boer.
De druk op de veehouders wordt hoger. Daarmee is het wellicht extra van belang dat de ophaalbijdrage voor kadavers betaalbaar is, om te voorkomen dat naar andere - illegale - oplossingen wordt gegrepen. Met alle risico's voor de dier- en volskgezondheid van dien. Het zal niet meevallen voor Dijksma om de tarieven te verlagen. Toch zegt ze het te gaan proberen.

Eén reactie

  • Jongman

    Machtsmisbruik van rendac. Er moet volgens mij van de EU nog een aanbieder bijkomen. Concurrentie moet er zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.