Home

Achtergrond 628 x bekeken 1 reactie

In de VS is wél geld voor sectorpromotie

Terwijl Nederland het zonder productschappen moet doen, kennen de Verenigde Staten florerende productorganisaties met riante budgetten. Boeren dragen zonder morren bij. Deels zelfs op vrijwillige basis.

De productschappen hebben in Nederland een gapend gat achtergelaten. Elke sector worstelt op zijn eigen manier om iets van dat gat te dichten en gemeenschappelijk onderzoek en promotie weer van de grond te krijgen. Met wisselend succes.

Het is dan ook bijna jaloersmakend om te zien hoe dit in de Verenigde Staten geregeld is. Het land van de vrijheid, waar iedereen als de dood is voor overheidsbemoeienis, kent sinds 1991 een wettelijk verankerde verplichte bijdrage voor agrarische organisaties die wij productschappen zouden noemen. Ze zijn per staat georganiseerd, waarbij elke staat-organisatie bijdraagt aan de kas van de landelijke koepel.

Productschap soja

Boerderij was op bezoek bij de organisaties van sojatelers en varkenshouders in Iowa (Isa en Ippa) en nam kennis van de riante basis onder deze clubs. De 38.000 sojatelers in deze echte landbouwstaat betalen voor elke ton soja die ze afleveren 0,5% van de opbrengstprijs aan Isa. Van de opbrengst, die dus jaarlijks wisselt afhankelijk van productie en marktprijs, gaat de helft naar de landelijke koepelorganisatie, zeg maar het productschap soja. Afgaand op de totale productiewaarde van soja vorig jaar ($ 41 miljard) kwam er landelijk $ 200 miljoen aan heffingen binnen, waarvan de helft naar het landelijke bureau gaat.

De Iowa Soybean Association in Des Moines. Met een budget van €11 miljoen voor onderzoek en ook veel promotie. - Foto's: Johan Oppewal
De Iowa Soybean Association in Des Moines. Met een budget van €11 miljoen voor onderzoek en ook veel promotie. - Foto's: Johan Oppewal

Iowa produceert voor ruim $ 5 miljard, wat Isa naar eigen zeggen een potje van $ 11 miljoen oplevert. De landelijke exportbevorderingsorganisatie Ussec heeft een budget van $ 40 miljoen per jaar. Er zijn in 80 landen agenten actief, in totaal werken er 150 mensen. Een gigantisch onderzoeks- en vooral promotieapparaat dus, helemaal bekostigd door de in totaal 300.000 (!) Amerikaanse sojatelers. De inning gaat automatisch, de rekening komt niet rechtstreeks bij de boer. Amerika teelt 33 miljoen hectare soja en dat areaal groeit gestaag.

Varkensheffing voor onderzoek, voorlichting en promotie

Ook in andere sectoren zijn zulke brancheorganisaties. In de varkenshouderij geldt een heffing van 40 dollarcent per $ 100 aan verhandelde varkens. Ook dit wordt automatisch geïnd via de markt, slachterij of andere afnemer. Bij handel van boer tot boer is het een kwestie van vertrouwen dat men zich aan de regels houdt.

Joyce Hoppes
Joyce Hoppes van varkenshouders-
organisatie Ippa.

Het geld dat op deze manier binnenkomt, wordt besteed aan onderzoek, voorlichting en promotie. Belangenbehartiging en beleidsbeïnvloeding mag hier niet van betaald worden. Dit geldt voor alle productschappen. De varkenshoudersorganisatie Ippa kent daarom een extra heffing op vrijwillige basis van 10 cent per $ 100 verkoopwaarde. Volgens Joyce Hoppes van Ippa doet ongeveer de helft van de varkenshouders hier ook daadwerkelijk aan mee.

Budget genoeg voor een mooi eigen kantoor van Ippa.
Budget genoeg voor een mooi eigen kantoor van Ippa.
Laura Staton
Laura Staton van sojatelers-
organisatie ISA

Ook andere programma’s, bijvoorbeeld de certificering voor duurzaamheid, kennen een hoog vrijwilligersgehalte. Maar toch doen mensen mee, verzekert de sojaorganisatie van de naburige staat Illinois, die ook Isa heet. Deze organisatie heeft een eigen burgerbewerkingsprogramma, genaamd Soy in the City. Eveneens werd een duur kantoorpand betrokken op een prestigieuze plek middenin Chicago. “Dat loont. We willen daar zijn waar de mensen zijn, en waar de ngo’s ook zitten”, verklaart Laura Staton van Isa.

Afdracht aan landelijke koepel

Varkenshoudersorganisatie Ippa in Iowa draagt meer dan 80% van de verplichte en 60% van de vrijwillige heffing af aan de landelijke koepel, vanuit de wetenschap dat de meeste klanten van varkensland Iowa elders in de VS leven. Iowa, met slechts 1% van de bevolking, produceert een derde van de varkens in de VS. De ruim 6.200 varkenshouders leveren jaarlijks 45 miljoen varkens af. Er zijn 21 miljoen vleesvarkensplaatsen en 1 miljoen zeugen.

Slogan van varkenshouderijorganisatie Ippa.
Slogan van varkenshouderijorganisatie Ippa.

Zelf onderzoeken of uitbesteden

De budgetten van deze productschappen in Amerikaanse stijl zijn fors. Sojaorganisatie Isa heeft 70 mensen in dienst, waarvan 20 betrokken zijn bij communicatie. Onderzoek is daarnaast een belangrijke taak. Deels doen de schappen dit zelf, deels wordt het uitbesteed aan de staatsuniversiteit. Veel onderzoek staat in het teken van duurzaamheid en zaken als efficiënt water- en mineralengebruik. Milieu en dierenwelzijn zijn in de VS veel meer dan in Europa een kwestie van eigen initiatief van de sector, al dan niet aangespoord door de afnemers, zoals supermarktketen Walmart. In Europa is de overheid veel actiever.


Product een gezicht geven

Naast duurzaamheid en milieu is er ook ruimte voor landbouwpromotie. De productschappen kijken daarbij over de grenzen van hun eigen sector heen. Bij de promotie hanteren de soja- en de varkensorganisaties dezelfde filosofie: geef je product een gezicht.

“Zelfs in een agrarische staat als de onze is 98% van de mensen niet actief in de landbouw. Dat leidt tot onbegrip. Het is voor het langetermijn succes van de boeren ontzettend belangrijk dat er wel begrip is.” Aaron Putze is hoofd communicatie bij soja-organisatie Isa in Iowa. Hij leidt een campagne die de hele landbouw in deze staat beter begrip en draagvlak moet opleveren. De landbouwbewustheid van de mensen vergroten, noemt hij dat. Daarvoor loopt al enkele jaren een publiekscampagne, het Food & Family Project.

Putze: “Mensen houden wel van boeren, maar de manier van voedsel produceren roept vragen bij hen op, want die lijkt niet meer op die van vroeger. Er is veel angst voor moderne voedselproductie.” De campagne wil begrip kweken en sympathie, en focust daarom niet in de eerste plaats op informatie overdragen, maar op betrokkenheid. “Het is makkelijker om iets te haten dan om iemand te haten”, aldus Putze. “Daarom focussen we op de boeren, op de mensen.”

‘Het is makkelijker om iets te haten dan om iemand te haten’

‘Betrek mensen erbij’

De communicatie-expert weet dat mensen feitelijke informatie even makkelijk aanhoren als weer vergeten. Als je mensen naast kale informatie ook iets laat zien, bijvoorbeeld op een boerderij, dan blijft het veel beter hangen. Maar het effectiefst is betrokkenheid kweken: “Vertel me en ik vergeet het; Laat het me zien en ik onthoud het; Betrek me erbij en ik begrijp het.”

De campagne is daarom helemaal gericht op contact tussen boer en burger. In een Youtube-filmpje laat een boer op de trekker precies zien wat hij doet als hij gaat zaaien (bekijk het filmpje onderaan dit artikel). In samenwerking met tuincentrumketen Earl May haakt Isa in op de populaire tuiniertrend. Er kwam een kookboek, om aansluiting te vinden bij de foodies. Ook gaan ze naar gezondheidscentra, omdat mensen erg met gezondheid bezig zijn, en ze halen stedelingen naar de boerderij via een gratis tweedaags arrangement met boerderijbezoek.

‘Geef toe: de perfecte manier om voedsel te produceren bestaat niet’

Hoewel minder dan in Europa is er ook in de VS discussie over dierwelzijn en gengewassen. Putze: “Ons verhaal is: laat zien dat landbouw bedreven wordt door mensen. En geef toe: de perfecte manier om voedsel te produceren bestaat niet. Biologisch is dat ook niet. Mensen zoeken altijd naar de ‘makkelijk-knop’. Maar landbouw is ook altijd vies en er is geen perfecte manier om voedsel te produceren.”

“Mensen gaan beter begrijpen wat boeren doen, en dat dat helemaal niet zo ver af staat van wat ze zelf doen”, zegt Putze. De campagne heeft effect, volgens eigen metingen.

Eén reactie

  • jan-kees

    wel een beetje heel roos kleurig article, niet elke boer draagt er zonder morren aan bij, denk de meesten niet, alhoewel de meeste er wel geld voorover hebben voor promotie maar ze denken dat er meer gedaan moet kunnen worden met de hoeveelheid geld wat er binnen komt.

Of registreer je om te kunnen reageren.