Akkerbouw

Achtergrond 1066 x bekeken

HLB: onderschat AM-problematiek niet

Ondanks gebruik van hoogresistente rassen worden steeds vaker AM-besmettingen aangetroffen. Nieuwe resistente aardappelrassen zijn nog niet voorhanden.

Zo’n dertig jaar terug leek aardappelmoeheid in zetmeelaardappelen tot een groot probleem te kunnen uitgroeien, omdat de Globodera rostochiensis- en Globodera pallida-aaltjes de resistenties in de aardappelrassen hadden doorbroken. Uitgeselecteerde aaltjes konden na enkele aardappelteelten uitgroeien tot grote populaties. Toen kwamen echter net op tijd nieuwe rassen met verbeterde resistenties, zoals Seresta, die de aaltjes weer goed onderdrukten.

Foto: Mark Pasveer
Foto: Mark Pasveer

Uitselectie na aantal teelten

Uit onderzoek is destijds gebleken dat er na een aantal teelten uitselectie kon ontstaan. “Dat zien we nu in de praktijk weer gebeuren.” Dat vertelde Albert Wolfs van HLB op de Innovatiedag Veenkoloniën op woensdag 7 juni in Valthermond (Dr.). Ondanks gebruik van hoogresistente rassen werden steeds vaker AM-besmettingen aangetroffen, zowel rostochiensis als pallida.
Op de uitgeselecteerde pathotypen lijken de resistenties minder goed te werken. Bij rostochiensis rust de resistentie op 1 gen, en is de werking goed. Bij pallida loop de resistentie via meerdere genen, en is de werking relatief. De werking hangt af van de populatie.

Veel genetische variatie aaltjespopulaties

Of een bepaald ras wel of niet aaltjes vermeerdert, is niet eenvoudig te beantwoorden, vertelt Wolfs. Zuivere aaltjespopulaties zijn zeldzaam, bij pallida zit veel genetische variatie in populaties. Het kan daarom zijn dat op een perceel met 2.000 levende larven en eieren (lle) het resistente ras Seresta deze reduceert tot 500 lle, terwijl op een naburig perceel met 2000 lle het resistente ras Seresta deze vermeerdert tot 5.000 lle. Maar met het ras Festien of Altus kan het juist andersom zijn.
Een rassenkeuzetoets is daarom de enige oplossing. Alleen een goede combinatie ras maal populatie kan de AM-besmetting op dat betreffende perceel beheersen. Een rassenkeuzetoets geeft aan welk ras op dat perceel het verstandigst is te telen. Maar in enkele gevallen kan de uitkomst ook zijn dat geen enkel ras de bestaande populatie weet te reduceren. Dan is het resultaat dat er op het perceel dat jaar überhaupt geen aardappelen geteeld moeten worden.

‘Gericht monsters nemen en bij hoge besmettingen een rassenkeuzetoets laten uitvoeren, is nu de enige werkbare oplossing

De AM-problematiek is niet alleen in het zetmeelgebied groeiende. De NVWA is daarvan op de hoogte en volgt de situatie. Wolfs houdt telers voor het AM-probleem niet te onderschatten en zelf de problematiek aan te pakken. Aan nieuwe resistente rassen wordt gewerkt, maar het kan nog jaren duren voordat deze breed beschikbaar zijn. Wolfs adviseert telers daarom serieus werk te maken van de AM-problematiek: gericht monsters nemen en bij hoge besmettingen een rassenkeuzetoets laten uitvoeren is de enige werkbare oplossing op dit moment. “De sector is nu aan zet.”

Of registreer je om te kunnen reageren.