Akkerbouw

Achtergrond 1599 x bekeken 2 reacties

Belangenbehartiger Bos: soms met de vuist op tafel

Agrarische belangenbehartiging is mensenwerk. Wat zijn de drijfveren van de bestuurders die zich het vuur uit hun sloffen lopen voor hun achterban? Laatste aflevering in een vierdelige serie, met deze keer Arwin Bos, akkerbouwer in Zwanenburg en Nieuw-Vennep, actief als bestuurder bij Cosun en LTO Noord.

Polderen is voor akkerbouwer Arwin Bos uitgangspunt. Als belangenbehartiger zit hij vaak aan tafel met politici en beleidsmakers. Het gaat hem erom een oplossing te bereiken waarmee zijn achterban vooruit kan. Altijd proberen het maximale resultaat te halen, maar dat lukt niet altijd. Het is de realiteit, zegt hij.

Maar als het echt moet, dan stelt hij zich hard op. Hij noemt een voorbeeld, de aanpak van de ganzenoverlast bij Schiphol. Er dreigde een verbod op de verbouw van graan op percelen rond de luchthaven. Onacceptabel, vond de jonge akkerbouwer.

Hij onderhandelde over een vrijwillige regeling waarbij telers het stro onmiddellijk na de oogst zouden onderploegen, tegen een vergoeding. Bos kreeg dat samen met andere boerenbestuurders voor elkaar. Vervolgens bleek dat de overgrote meerderheid van de betrokken akkerbouwers voor de regeling intekende. “Als het moet, sla ik met de vuist op tafel. Niet vaak, maar als de overkant van de tafel kiest voor een aanpak die niet werkt, dan kies ik voor de confrontatie, maar altijd op basis van de inhoud. Enig activisme is soms nodig.”

Zeldzame en smakelijke rassen

Arwin Bos heeft samen met zijn vrouw Carola en ouders een akkerbouwbedrijf in Haarlemmermeer. Op twee locaties (samen 120 hectare) worden granen, suikerbieten en consumptieaardappelen geteeld. Bij die laatste teelt staat de productie van zeldzame, smakelijke rassen centraal, zoals Vitelotte Noir en Belle de Fontenay. Aardappels waarvoor Bos een plus probeert te krijgen. Bos kiest voor korte lijnen naar zijn afnemers, de productie van bulk heeft hij grotendeels afgezworen.

Na zijn studie rechten in Leiden heeft Bos enkele jaren als advocaat gewerkt in Amsterdam. Dat deed hij met veel plezier, maar de ouderlijke boerderij bleef trekken. “Als advocaat ben je altijd met problemen van anderen bezig, een boer maakt zijn eigen product, je bouwt aan je eigen bedrijf.”

Die loopbaan in Amsterdam heeft hem overigens veel opgeleverd. De ommezwaai van bulk naar productie voor afnemers in de regio komt er bijvoorbeeld uit voort. “Ik weet nu beter wat consumenten willen, ik zat namelijk met hen in de kantine. De kritische consument van tegenwoordig, daar speel ik op in.“

Strategisch denken

Ook als belangenbehartiger profiteert hij van zijn carrière in de advocatuur. “Ik heb daar geleerd om strategisch te denken, kan complexe problemen snel doorgronden en snap het bestuurlijke jargon. Dat is overigens tegelijkertijd mijn valkuil. In gesprekken met mijn achterban moet ik weer in boerentaal kunnen praten. Ik geloof dat dat mij wel aardig lukt.”

Bos is lid van het bestuur van LTO Noord in de provincie Noord-Holland. Sinds afgelopen voorjaar is hij lid van de Raad van Beheer van Cosun, de grote agrarische coöperatie met 9.000 leden, 4.000 werknemers en een omzet van bijna €2 miljard per jaar. Ook is hij in het CDA actief; op dit moment praat hij mee over de landbouw- en voedselparagraaf in het verkiezingsprogramma.

Boer en bestuurder, een lastige combinatie? Soms, zegt Bos. “Gemiddeld ben ik een tot twee dagen per week op pad. Dat is in de poot- en oogsttijd soms lastig. Ik schakel dan een hulpkracht in, anders zou het niet lukken om alles op het bedrijf rond te krijgen.”

Boeren aan het roer

Zowel in Cosun als binnen LTO Noord staat hij voor de belangen van zijn achterban. “In de Raad van Beheer van Cosun zitten zes boeren en drie externe deskundigen. Dat wil zeggen dat de boerenpraktijk aan het roer van de coöperatie staat. Alle belangrijke besluiten komen in de raad aan de orde. De langetermijnbelangen van de eigenaren, het inkomen van de boeren dus, zijn voor ons altijd uitgangspunt. Mijn ervaring is dat binnen Cosun het boerengeluid serieus wordt genomen. Ik hoor vrijwel nooit klachten dat het bestuur van Cosun te veel op afstand staat van de leden, en dat moet zo blijven.”

Ruimte om te ondernemen, dat is zijn richtsnoer bij zijn bestuurlijke activiteiten binnen LTO. “In mijn provincie, Noord-Holland, is de druk op het buitengebied enorm. We moeten keihard vechten om voldoende landbouwareaal over te houden. Daar komt bij dat hier in de Randstad veel maatschappelijke groepen een mening over ons hebben. Het stoort mij dat een lokale milieugroep met een paar leden evenveel inspreektijd krijgt als LTO. Maar goed, daar moeten wij mee dealen.”

De provincie heeft veel grond, ooit bedoeld voor natuurontwikkeling, die nu aan boeren wordt verpacht. Bos: “Daarvoor is een regeling bedacht met een complex puntensysteem. Het leidt tot willekeur. We hebben dat vanuit LTO helaas niet kunnen tegenhouden. We hebben wel bereikt dat de grond zoveel mogelijk steeds voor vier jaar wordt verpacht, zodat het ambtelijke circus niet elk jaar hoeft te worden doorlopen.”

Grijs, maar niet ingedut

Bos zit vaak met grijze mannen aan tafel. Dat stoort hem niet. “Mijn ervaring is dat oudere bestuurders weliswaar in de meerderheid zijn, maar het is zeker geen ingedutte boel. Dat neemt niet weg dat de inbreng van jonge bestuurders erg effectief kan zijn. Gedeputeerden en wethouders vinden het leuk om met jonge ondernemers aan tafel te zitten. Jongeren kunnen laten zien dat de sector dynamisch is, vooruit wil en dus ruimte nodig heeft om te ondernemen.”

Hij maakt zich af en toe zorgen over de tegenstellingen in de agrarische sector. Het individuele belang, de eigen sector, daar gaat het vaak om. De solidariteit neemt af, constateert Bos. “Daar maak ik mij zorgen over. Dat ondernemers vooral naar hun eigen positie kijken, snap ik. Dat maakt bedrijven ook sterk. Aan de andere kant: de sectoren hebben elkaar nodig. De akkerbouw profiteert echt niet van de malaise in de veehouderij. Ik heb te doen met ondernemers die geen droog brood verdienen. Als LTO-bestuurder sta ik voor de belangen van alle sectoren, hoe moeilijk dat soms ook is.”

Om toekomst te bieden voor de agrarische sector is een sterke belangenbehartiging nodig. Met bestuurders die zelf aan den lijve ondervinden wat in de sector gebeurt. “Met mijn kennis en ervaring wil ik daar een bijdrage aan leveren. Het bestuurswerk is natuurlijk ook goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik kom mensen tegen met andere achtergronden en visies. Leuk om mee te maken.”

Laatste reacties

  • Daan1

    Top! Zulke bestuurders hebben we meer nog! Goede opleiding en ervaring buiten de landbouw,jong, en ambitieus dus laten zich niet zomaar van tafel vegen en voelen thuis ook de pijn Als het niet goed gaat, kunnen relativeren en worden , helaas, doordat ze een titel hebben eerder serieus genomen.

  • agratax(1)

    Daan1. Iedere boer met een HAS opleiding heeft een titel. Er zijn dus heel veel boeren met een titel alleen het is niet gebruikelijk om die voor je naam te zetten in ledenlijsten of adresboeken.

Of registreer je om te kunnen reageren.