Akkerbouw

Achtergrond 3146 x bekeken

Exportwaardige uien van het Drentse zand

Geen goede uien van lichte grond? Nonsens, zeggen telers Harm Jan en Bé Panman. Met toegespitste rassenkeuze en adequate onkruidbestrijding telen ze een exportwaardig product.

Ingebed in een brede strook zomergerst groeit begin augustus een prachtig homogeen blok uien in Tweede Exloërmond (Dr.). Dat is geen gebruikelijk plaatje in de Veenkoloniën, waar granen, zetmeelaardappelen en suikerbieten de hoofdgewassen zijn op percelen.

Het is het zesde seizoen op rij waarin Harm Jan en zoon Bé Panman zaaiuien telen. Dit jaar telen ze voor het eerst ook rode uien.

Het uienavontuur begint in 2010 met een experiment van 5 hectare zaaiuien. Na een druk bezochte informatieavond van Agrifirm Plant – de coöperatie was door telers uit het gebied benaderd voor het opzetten van de uienteelt – in het dorpshuis in Valthe, zijn vader en zoon Panman meteen enthousiast. Ze zoeken een nieuwe tak in hun bedrijf.

Kwaliteitsuien in zandgebieden

De hamvraag bij aanvang van de teelt was: hoe leveren we kwaliteitsuien af? “Ik wist wat een ui was, maar daar hield het wel mee op”, zegt Harm Jan. “Alles was nieuw.”

Bé: “Dat er werd gezegd dat je in zandgebieden geen goede uien kunt telen, was voor ons een extra uitdaging. We wilden bewijzen dat het kan en zagen de teelt slagen in andere zandgebieden.”

Beweeg uw muis over de rode iconen voor meer informatie.

Leren van collega’s

De akkerbouwers klopten voor informatie bij collega-telers aan. Waar de ene teler welwillend is, houdt de ander zijn lippen stijf op elkaar. “Alsof we een bedreiging vormen”, zegt Harm Jan. “Wat stelt de productie hier nu voor vergeleken met de wereldproductie?”

Uiteindelijk hebben de akkerbouwers een aangename uitwisseling met ervaren uientelers in Flevoland. Bovendien worden ze intensief begeleid door Agrifirm Plant. De sleutel tot succes voor de uienteelt in Drenthe is tweeledig: adequate onkruidbestrijding en gerichte rassenkeuze.

De telers hebben niet de hoogste hectare-opbrengsten, maar over de kwaliteit zijn zij zeer tevreden. Foto's: Hans Banus

Harde rassen

Panman kiest de hardste rassen van de rassenlijst. “Zo voorkomen we losse uien op onze groeikrachtige grond. En we hebben ze het liefst met een extra velletje. We kunnen hier onder nattere omstandigheden nog oogsten, maar dan moeten de uien wel voor de droogwand.”

De opbrengsten behoren niet tot de hoogste. In deze eerste jaren rooien de Panmans 30 tot 65 ton per hectare.

Hoge onkruiddruk

De Veenkoloniale akkerbouw kent een hoge onkruiddruk door de humusrijke bodem. De bestrijding van ongewenste planten als perzikkruid is dus ook in de uienteelt een uitdaging. Met het frequent toepassen van een goede mix van middelen houdt Panman de percelen schoon. Al gaat het weleens mis, zoals vorig jaar met de aardappelopslag. “Dat heeft ons opbrengst gekost.”

Dit seizoen zijn gepassioneerde senioren de uien ingestuurd om aardappelplanten met een stipje glyfosaat de das om te doen. Die passie is nodig, want percelen van meer dan een kilometer lengte werken niet al te motiverend bij dit handwerk.

Bé Panman doet het spuitwerk in de uien. Hier bestrijdt hij bladvlekken en valse meeldauw. De uienteelt bevalt de akkerbouwers goed. Het gewas staat homogeen en gezond.

Kleiner oogstrisico en weinig grondgebonden ziektes

De akkerbouwers zijn zeer tevreden over de eerste vijf jaren uienteelt. “Anders waren we er wel mee gestopt”, zegt Harm Jan nuchter.

Uien telen in de Veenkoloniën kent twee belangrijke voordelen. Ten eerste is het oogstrisico kleiner door de lichte grond. Ten tweede is de grond relatief maagdelijk voor de uienteelt, waardoor grondgebonden ziektes in deze regio weinig voorkomen. Zo is koprot er dankzij de lage teelt- en verwerkingsintensiteit nog nooit voorgekomen.

Met areaaluitbreiding en opbrengstverhoging willen de telers meer uien produceren. Dit jaar teelt Panman voor het eerst rode uien.

Goede samenwerking

Na die informatieavond in 2010 melden zich zeventien akkerbouwers aan. Zes ervan, waaronder Panman, richten een lokale kerngroep op. De telers schaffen samen een zaai- en een rooimachine aan. Collega-teler Jacob Speelman is de chauffeur, hij werkt tegen loonwerktarief.

De groep richt eind 2013 bij PPO een praktijknetwerk op voor de uienteelt. Daarin wordt onder meer onderzocht wat telers kunnen doen tegen vrijlevende aaltjes. Hieruit blijkt dat het aanrijden van de grond een positief effect heeft; het gewas groeit beter als de grond goed aansluit en is daardoor weerbaarder.

In september 2014 is de nieuwe, zelf ontworpen kistenbewaring in gebruik genomen. Hiermee hebben vader en zoon Panman de afzet zelf in handen.

Eigen bewaring

Het eerste seizoen verkopen de Panmans de uienproductie af land. Dat het niet wenselijk is afhankelijk te zijn van af-landlevering, blijkt als de telers in het tweede jaar worden geconfronteerd met een zeer lage prijs. Ze besluiten de uien in pootgoedkisten buiten te drogen onder een Toptex-kleed, met ventilatoren ertussen. Onorthodox, maar het werkt. Ze verkopen de uien een paar maanden later voor een hogere prijs. Zo gaat het de twee jaren erna ook. Tot de telers de uien niet droog krijgen en ze noodgedwongen bij een collega de schuur in moeten.

Dat geeft de doorslag om zelf te bouwen. Bé tekent het ontwerp. Het wordt een kistenbewaring. Die biedt kwaliteit en het gemak om in delen te verkopen. In september 2014 wordt hij in gebruik genomen. Dankzij de luifel kunnen de telers altijd droog laden.

Met een capaciteit van 1.000 ton is de schuur op de groei gebouwd. Dit jaar teelt Panman 13 hectare uien. De beoogde groei zit in een hogere hectare-opbrengst en een lichte areaaluitbreiding.

De kistenbewaring is voorzien van slurven, die tussen de kisten worden opgeblazen. Zo wordt de drukkamer verlengd.

Het hele artikel is te lezen in Boerderij 50.

Of registreer je om te kunnen reageren.