Zo laten deze varkenhouders gelten wennen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Herbert Wiggerman

Foto: Herbert Wiggerman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Hoe laat je gelten wennen aan het voersysteem en hoe introduceer je de dieren in de groep? Drie varkenshouders vertellen over hun werkwijze.Het is een cliché, maar een goed begin is het halve werk. Dat geldt ook voor gelten in de dragendezeugenstal. Varkenshouders Herrald Klaassen, Jaap Kreuger en Coen Bosch zijn zich daar terdege van bewust. Zij stomen hun gelten tijdens de opfokperiode goed klaar voor het leven in de groepshuisvesting.De gelten op hun bedrijven leren tijdens verschillende stadia van de opfokperiode onder meer met verschillende huisvestings- en voersystemen omgaan. Dat maakt de overstap naar de dragendezeugenstal na de eerste inseminatie een stuk gemakkelijker. De gelten weten waar en hoe ze moeten vreten en ondervinden daardoor niet of minder stress tijdens de vroege dracht.Klaassen, Kreuger en Bosch werken in de dragendezeugenstal met leeftijdsgebonden groepen. Dat draagt bij hen bij aan een probleemloze introductie in de groep. “Een aparte groep met jonge zeugen is voor mij een must”, zo zegt Coen Bosch. De biologische varkenshouder werkte eerder met één grote groep, maar kwam daar van terug. “Gelten verdwaalden, waren niet gefocust op het vreten en de technische resultaten gingen achteruit.”Lees hoe deze drie varkenshouders zorgen voor een succesvolle introductie in de groep.‘Gelten bij elkaar in een kleine groep’Herrald Klaassen (50) heeft een zeugenbedrijf Coevorden (Dr.) Het bedrijf groeit nu gefaseerd naar 1.750 zeugen. Looplijnen worden geoptimaliseerd. In 2019 werden 8 afdelingen voor 400 dragende zeugen bijgebouwd, er volgen nog 100 kraamhokken. - Foto: Frank UijlenbroekKlaassen heeft 24 afdelingen voor dragende zeugen. De dieren worden gehouden in leeftijdsgebonden groepen van 25.Het is donderdag 16 april. Terwijl Herrald Klaassen vertelt hoe hij gelten inpast, is op datzelfde moment nieuwe aanwas onderweg naar zijn bedrijf. Een vrachtauto met Deense gelten is ’s ochtends opgeladen en wordt ’s avonds verwelkomd door de Drentse zeugenhouder. “Het gaat om een kleine 150 dieren, variërend van 20 tot 26 weken oud.”Import uit Denemarken sinds 2010Klaassen importeert sinds 2010 Deense gelten. Ze zijn afkomstig van een SPF-bedrijf. Het aanvoeren van gelten met een hoge gezondheidsstatus bevalt hem erg goed. De dieren worden in aparte afdelingen opgevangen, maar komen wel direct in contact met de op het bedrijf aanwezige kiemen. De gelten worden in de eerste week gevaccineerd tegen app en PRRS (combi-enting). Later volgen ook vaccinaties tegen mycoplasma, circo en de ziekte van Glässer. De entingen worden geboosterd (herhaald). “We zijn twee jaar geleden gestopt met de griepvaccinatie. Die zorgde in mijn ogen alleen maar voor onrust.”We zijn twee jaar geleden gestopt met de griepvaccinatie. Die zorgde in mijn ogen alleen maar voor onrustNa zes weken gaan de eerste gelten naar de dekstal. Klaassen heeft in de dekstal een aparte afdeling voor gelten. Bij de eerste inseminatie wegen de dieren gemiddeld tussen 150 en 160 kilo. “Ik let op gewicht en niet op leeftijd.”De gelten worden uit Denemarken geïmporteerd. De afdelingen zijn ingericht met boxen, zodat verzwakte dieren eventueel individueel gevoerd kunnen worden. - Foto: Frank UijlenbroekDe geïnsemineerde gelten worden bij elkaar geplaatst in de dragendezeugenstal. Klaassen werkt daar met kleine groepen, variërend van 20 tot 25 dieren. “We werken met twee groepen per afdeling”, aldus Klaassen, die gebruikmaakt van een scheidingshek en werkt met leeftijdsgebonden groepen. “Bij de drachtige gelten worden soms enkele eersteworpszeugen geplaatst, het is maar net hoe het uitkomt.” De afdelingen zijn ingericht met boxen, zodat verzwakte zeugen eventueel individueel gevoerd kunnen worden. “De zeugen blijven dan onderdeel van de groep. Ik hoef dus niet te twijfelen om dieren even apart te zetten.”Acht jaar vloervoederingKlaassen werkt nu acht jaar met vloervoedering. De dieren worden ’s ochtends om acht uur en half negen twee keer kort achter elkaar gevoerd. De gelten raken van meet af aan bekend met deze manier van voeren. “We werken in alle afdelingen met vloervoedering. Varkens zijn sociale dieren en kunnen zo mooi samen vreten. Ik kan de dieren dan gemakkelijk controleren.” Klaassen werkte eerder met voerstations. Dat beviel hem niet. Het afbigpercentage bleef achter en er heerste onrust in de groepen. “Daar is nu geen sprake meer van. Ik zie bovendien minder conditieverschil.”‘Gelten probleemloos inpassen in strostal’Jaap Kreuger (67) heeft samen met zijn zoon Jan (33) een varkensbedrijf in Woerden (U.). Ze houden 500 zeugen en 1.100 vleesvarkens. Ze werken sinds de MKZ met eigen geltenaanfok door rotatiekruising. Nu met twee rassen: Noors landras en Yorkshire. - Foto: Herbert WiggermanDe gelten van Jaap en Jan Kreuger worden probleemloos ingepast in de strostal met dragende zeugen.Jaap en Jan Kreuger werken al 23 jaar met eigen geltenaanfok. “Na de MKZ-crisis hebben we de deur dicht gedaan en geen gelten meer aangevoerd. Dat bevalt goed, dus daar stap ik niet meer vanaf”, vertelt Jaap Kreuger.Wat gelten-aanfok betreft, hanteren de Kreugers een relatief simpele en arbeidsvriendelijke werkwijze. De gelten draaien aanvankelijk gewoon mee in de vleesvarkensstal. Na zes maanden worden de dieren getoetst, waarna ze naar de opfokafdeling gaan. Daar werken de Kreugers met een doorschuifsysteem.Leerperiode van twee maandenDe dieren leren er in twee maanden tijd met verschillende huisvestings- en voersystemen omgaan. “We houden de gelten eerst veertien dagen in voerligboxen. In de dekstal komen ze die later ook weer tegen.” Na deze periode worden de dieren enkele weken gehouden in een hok met een lange trog. Tijdens de laatste fase van de opfokperiode worden de dieren in een hok met een aanleerstation geplaatst. “We werken met een groepsgrootte van zes tot acht dieren. De gelten hebben veertien dagen de tijd om te leren vreten in een voerstation. Dat gaat prima”, zegt Kreuger.We houden de gelten eerst veertien dagen in voerligboxen. In de dekstal komen ze die later ook weer tegenGedurende de opfokperiode van twee maanden worden de gelten geënt tegen vlekziekte, parvo en PRRS. Bij de eerste inseminatie zijn de dieren gemiddeld 260 tot 270 dagen oud. “Die Topigs 70-zeug moet je niet te jong dekken”, zegt Kreuger.Het inpassen van gelten in de dragendezeugenstal verloopt bij Kreuger zonder problemen. Hij laat zijn gelten in de opfokperiode ervaring opdoen met het vreten in een voerstation. - Foto: Herbert WiggermanDe varkenshouder werkt in de dragendezeugenstal met twee groepen van 200 dieren; een groep met jonge zeugen en een groep met oudere dieren. Er zijn in totaal acht voerstations, vier per groep. Het inpassen van de gelten gaat probleemloos, aldus Kreuger. “De dieren zijn soms wat onwennig, maar het komt maar zelden voor dat er eentje tussen loopt die niet wil vreten.”Tot vorig jaar werden de gelten bij het inpassen in eerste instantie in een aparte groep gehouden, achter één van de voerstations. “We sloten de gelten op en wachtten totdat ze gingen vreten. Dat veroorzaakte volgens mij wat stress bij de dieren. Toen ik ze later eens gewoon losliet in de groep ging dat veel beter”, vertelt Kreuger.De varkenshouders werken sinds vier jaar met een strostal. Dankzij een roostervloer blijven de strokosten beperkt en wordt het geen natte boel in de stal. “We gebruiken jaarlijks 200 kilo stro per zeug. In totaal gaat het om ruim 100 ton per jaar”, aldus Jaap Kreuger, die € 105 per ton betaalt.  ‘Gelten in kleine groepjes introduceren’Samen met zijn vrouw Cindy runt Coen Bosch (48) biologisch varkensbedrijf Het Condé in het Overijsselse Heino. Het gaat om een van de grotere biologische bedrijven in Nederland. De worpindex op het bedrijf is 2,12. De speenleeftijd is 42 dagen. - Foto: Ronald HissinkCoen Bosch introduceert zijn gelten in kleine groepjes in de dragendezeugenstal. Hij volgt de voeropname van de dieren nauwlettend. Coen Bosch werkte ooit een jaar of vijf als verkoper van fokgelten. “Die ervaring in het selecteren van gelten neem je mee op je eigen bedrijf.” Hij selecteert fokgeltjes van 25 kilo, die hij grootbrengt in een opfokstal. “Ik fok royaal gelten op, daar wil ik niet te zuinig in zijn.” Bij het selecteren van de dieren let Bosch scherp op het aantal spenen (minimaal veertien) en de speenplaatsing. In de kraamstal monitort hij de aanwezigheid van erfelijke gebreken. “Dieren uit tomen waarin ik problemen zie, gebruik ik nooit als fokmateriaal.” Bij de selectieprocedure speelt Bosch’ gevoel ook een grote rol. “Geltjes moeten een vlotte indruk maken. Ik wil met plezier naar ze kijken.”Vijftien jaar eigen aanfokBosch werkt al zeker vijftien jaar met eigen aanfok. De gelten worden in de opfokstal gehouden in groepen van tien dieren. Tijdens de opfokperiode doen de beesten ervaring op met verschillende huisvestings- en voersystemen. In de dekstal zet Bosch ze af en toe vast in voerligboxen met uitloop. In een hok met aanleerstation krijgen de dieren veertien dagen de tijd om te wennen aan het voerstation. “Meestal kennen ze het systeem binnen vier dagen.”Geltjes moeten een vlotte indruk maken. Ik wil met plezier naar ze kijkenDe gelten worden rondom het aanleerstation geïnsemineerd en staan daarbij niet vast. Bosch stuurt bij de eerste inseminatie op een gewicht van 160 tot 170 kilo. De varkenshouder introduceert zijn gelten in kleine groepjes van drie tot vijf dieren in de dragendezeugenstal. “Daar heb ik een goed gevoel bij.”De dragende zeugen liggen op biobedrijf Het Condé ruim in het stro. Coen Bosch introduceert zijn gelten in kleine groepjes van 3 tot 5 dieren in de dragendezeugenstal. - Foto: Ronald HissinkDe dragende zeugen worden gehouden in twee groepen. De groep met jonge zeugen bestaat uit 100 dieren (op drie voerstations). De groep met oudere zeugen omvat zo’n 200 dieren (vier voerstations). “Aanvankelijk hield ik alle dieren in één grote groep. Dat werkte niet. Gelten verdwaalden, waren niet gefocust op het vreten en de technische resultaten gingen achteruit. Een aparte groep met jonge zeugen is voor mij een must.”Bosch houdt in de computer nauwlettend in de gaten of gelten na de introductie in de groep goed vreten. “Een goede voeropname is van groot belang.” Het valt hem op dat de gelten in de dragendezeugenstal vaak bij elkaar liggen. “Ze kennen elkaar natuurlijk al langer en hebben blijkbaar toch een band opgebouwd.”Ondanks de strenge selectie kan het na de opfokperiode alsnog voorkomen dat een pas geïnsemineerde gelt niet meekomt in de groep. “Maar gelukkig blijft het aantal missers beperkt.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.