Zo gaan deze varkenshouders om met opfokzeugen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Ronald Hissink

Foto: Ronald Hissink


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Een eigen aanfokprogramma, dieren van 10 weken oud aanvoeren of dekrijpe opfokzeugen kopen. 3 zeugenhouders vertellen over hun werkwijze.“Er valt nog een wereld te winnen. De opfok van zeugen is vaak een ondergeschoven kindje. Het loont om ermee aan de slag te gaan. Voor vermeerderaars is het de basis onder hun bedrijf”, dat zegt Theo ter Maaten, specialist varkenshouderij bij ABZ Diervoeding. Samen met zijn collega Hans Gerrits (verkoopmanager varkenshouderij) neemt Ter Maaten namens de mengvoerfabrikant deel aan het breed gedragen onderzoek ‘Opfokzeugen in opleiding’, dat in Sterksel wordt uitgevoerd.“We richten ons op het optimaliseren van de complete opfok. Daarbij bestuderen we vele facetten zoals management, huisvesting, gezondheid, fokkerij en voeding”, aldus Gerrits.GroepshuisvestingVolgens Ter Maaten en Gerrits is het zaak opfokzeugen voor te bereiden op groepshuisvesting. Een goede ontwikkeling van het beenwerk én het sociale gedrag zijn belangrijke kernpunten. Ter Maaten: “De dieren moeten goed en evenwichtig groeien. Laat ze wennen aan hun toekomstige huisvesting- en voersysteem.”3 zeugenhouders vertellen hoe zij omgaan met hun opfokzeugen. Hun aanpak loopt uiteen, echter hebben ze alle drie oog voor de risico’s op ziekte-insleep. Ook gaan ze gestructureerd te werk.‘Over op nieuwe werkwijze en andere subfokker’Edrië van Kroonenburg was gewend dragende gelten aan te voeren. Sinds 3,5 jaar koopt hij dekrijpe dieren.Iedere 6 weken voert Edrië van Kroonenburg 32 dekrijpe opfokzeugen aan. Deze dieren variëren in leeftijd van 6 tot 7 maanden. “Tot 2014 kocht ik dragende gelten. Die waren gemakkelijk in te passen. Maar met het oog op de risico’s van ziekte-insleep ben ik het anders gaan doen, ook al liep het zeker niet slecht.”
Naam: Edrië van Kroonenburg (49). Plaats: Oirschot (N-B). Bedrijf: 600 TN70-zeugen (x Talent), met 31,5 gespeende biggen per zeug per jaar. Van Kroonenburg werkt nauw samen met 2 collega-zeugenhouders in Oirschot. Ze kopen gezamenlijk in en vergelijken cijfers. - Foto's: Bert JansenDe overstap op het werken met dekrijpe opfokzeugen betekende een wezenlijke verandering. Van Kroonenburg moest eraan wennen. “Je moet opnieuw routines inbouwen.” De opfokzeugen verblijven na aankomst 6 weken in een quarantainestal. Daarna gaan ze naar de adaptatiestal. Daar komen ze in aanraking met bedrijfseigen kiemen en lopen ze tussen een slachtzeug. Bovendien leren ze er om te vreten in een voerstation. “Het is een simpel doorloopstation.”De dieren worden onbeperkt gevoerd. Van Kroonenburg streeft naar een gewicht van 160 tot 170 kilo op 260 dagen. Dat is volgens hem de ideale leeftijd om te insemineren. “Maar ze moeten wel op gewicht zijn. Daarna gaan ze naar de dekstal.”
Edrië van Kroonenburg werkt in de dragendezeugenstal met voerstations. In dit doorloopstation laat hij zijn opfokzeugen daar alvast aan wennen.TopigsHet aanvoeren van dieren blijft een risicofactor. Toen hij vanwege brand noodgedwongen met een andere subfokker in zee moest, ging hij daarom gedegen te werk. “Een subfokker moet bij je passen, zowel qua gezondheidsstatus als wat werkwijze betreft.” Van Kroonenburg betrok Topigs en de dierenarts in zijn keuze. Nadat zij groen licht gaven, hakte hij de knoop door. “Je kan niet klakkeloos dieren aanvoeren. Een goede voorbereiding is heel belangrijk, evenals strikte hygiënemaatregelen.”De stap naar eigen aanfok is voor Van Kroonenburg te groot. Hij heeft niet voldoende ruimte. “Maar ik ben er wel van overtuigd dat je dan nog meer risico’s uitsluit.”‘Opfokzeugen laten wennen aan ziektekiemen op bedrijf’Arnold Vlastuin koopt opfokzeugen van 10 weken oud. Die kunnen wennen aan de ziektekiemen op het bedrijf. De opfokzeugen van Arnold Vlastuin zijn bij aankomst 10 weken oud. Ze wegen dan 25 kilo. De vermeerderaar werkt met een vaste opfokker. Iedere 8 weken voert hij 50 dieren aan. De opfokzeugjes krijgen bij Vlastuin alle tijd om te wennen aan het bedrijf en de rondwarende ziektekiemen. De eerste 6 weken verblijven de dieren in de quarantainestal. Vanuit de droogvoerbak worden ze er onbeperkt gevoerd. De dieren worden in deze periode geënt tegen griep, APP en abortus blauw (PRRS). De quarantainestal is een aparte afdeling, aan het einde van de centrale gang. Vlastuin komt er pas aan het einde van de dag en betreedt de afdeling na het wisselen van overall en laarzen.Naam: Arnold Vlastuin (52). Plaats: Lunteren (Gld.). Bedrijf: 750 TN70-zeugen, met 30 gespeende biggen per zeug per jaar. Vlastuin werkt met personeel. Hij heeft 2 parttimers aan het werk. Hij laat zijn opfokzeugen op 10 weken leeftijd aanvoeren. - Foto's: Koos GroenewoldNa de quarantaineperiode verblijven de opfokzeugjes 7 weken in de adaptatiestal. Daar worden de dieren blootgesteld aan alle ziektekiemen op het bedrijf. Ze lopen er tussen een af te voeren slachzeug en komen in aanraking met mest uit de kraamstal. “Het is erg belangrijk dat de dieren wennen aan de bedrijfseigen kiemen”, aldus Vlastuin.Na de besmettingsperiode laat de zeugenhouder zijn opfokzeugen nog 7 weken tot rust komen. De dieren worden geënt tegen circo en mycoplasma. Vlastuin gaat gestructureerd te werk. “Mijn medewerkers moeten weten waar ze aan toe zijn. Ik wil zoveel mogelijk automatismen inpassen.”Vermeerderaar Arnold Vlastuin laat zijn opokzeugen in deze adaptatiestal wennen aan bedrijfseigen kiemen, onder meer van deze slachtzeug.Werkwijze omgooienVlastuin streeft ernaar zijn opfokzeugen in 250 dagen naar een gewicht van 160 kilo te brengen. Zo nu en dan weegt hij enkele dieren. “Ik begin met het insemineren van de zwaarste dieren.”Vlastuin overweegt zijn werkwijze om te gooien en over te gaan op eigen aanfok. In overleg met adviseurs van ABZ Diervoeding en Topigs bekijkt hij de mogelijkheden. De zeugenhouder verwacht de risico’s op insleep van ziektes te kunnen verkleinen. “In dit varkensdichte gebied valt daar zeker wat mee te winnen. Maar het moet wel praktisch inpasbaar zijn.”‘Basisprincipes van goede opfok consequent uitvoeren’Familie Goselink heeft een eigen aanfokprogramma. Vorig jaar stapten ze over van rotatiekruising op het werken met een zuivere zeugenlijn. Streven naar meer uniformiteit in het eindproduct. Dat was voor Goselink de reden om over te gaan op het aanfokken met een zuivere zeugenlijn. De switch werd gemaakt in overleg met fokkerijorganisatie PIC, vertelt Bart Goselink. “Op studiereis in de VS heb ik gezien hoe integraties werken en fokken. Wij werken nu met indexen om meer en snellere genetische vooruitgang te boeken. Met rotatiekruising heb je toch meer schommelingen en kun je niet sturen op indexniveau.”Naam: Bart Goselink (32). Plaats: Albergen (Ov.). Bedrijf: Gesloten thuislocatie met 800 zeugen en 7.000 vleesvarkens. Nog eens 450 zeugen op een naastgelen locatie. Productie van 30 gespeende biggen per zeug per jaar. Goselink werkt met een eigen aanfokprogramma. Foto's: Ronald HissinkGoselink zet in op kwaliteitsbiggen met goede mest- en slachteigenschappen. Duurzame dieren die met een laag voerverbruik goede biggen produceren, dat is het idee. “De afgelopen jaren lag de focus vooral op kwantiteit. Met ons gesloten bedrijf kunnen we met 30 kwalitatief goede biggen een prima saldo draaien.”Goselink is zich bewust van het belang van een goede opfok. “Opfokzeugen zijn de toekomst van je bedrijf.” Structuur en discipline zijn het geheim achter een succesvolle opfok. “Je moet de basisprincipes van een goede oppfokperiode consequent uitvoeren.”Bart Goselink hangt jutezakken op in de adaptatiestal. Via deze jutezakken komen de dieren in contact met kiemen van de zeugen.Wennen aan dag- en nachtritmeDe vermeerderaar stuurt zijn dieren in 220-230 dagen naar 140 tot 150 kilo. Tijdens de opfokperiode is aandacht voor een goede adaptatie. Via jutezakken komen de dieren in contact met kiemen van de zeugen. Andere aandachtspunten zijn een compleet entschema, het stimuleren van de berigheid en het laten wennen aan een dag- en nachtritme. “We zetten bovendien in op een ruime opfok. We selecteren streng in onze nieuwe aanwas.”Familie Goselink werkt al geruime tijd met een eigen aanfokprogramma. “Het aanvoeren van dieren is een risicofactor, zelfs met SPF-dieren.” De 70 zuivere PIC Yorkshire-zeugen zijn afkomstig van een Duits SPF-bedrijf. “We zijn zeer voorzichtig met deze dieren omgegaan. Transport blijft risicovol. Na de quarantaineperiode hebben we alle dieren individueel bemonsterd.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.