Zeugenboxen over acht jaar in Duitsland bij de kraak

Foto: Hans Prinsen
In Duitsland moet de zeugenhouderij aan het werk met een forse aanpassing van de stallen. Eind vorige week is daarvoor in de deelstatenkamer (de Bondsraad) van het parlement in Berlijn een wetsvoorstel definitief aanvaard.De politiek is met de kwestie jarenlang bezig geweest en in de grond van de zaak werd de aanzet tot de discussie gegeven nadat de Nederlandse zeugenhouder Adriaan Straathof in 2015 in Duitsland met een beroepsverbod te maken kreeg. Straathof voldeed volgens de autoriteiten niet aan de dierenwelzijnseisen en dolf uiteindelijk bij de rechter het onderspit. Waar het mede om ging, was de maatvoering van de zeugenboxen. Die zouden uiteindelijk de zeugen te weinig bewegingsvrijheid bieden en op dat punt deugde niet zozeer Straathof als wel de wetgeving niet, oordeelden de rechters. Straathof heeft zijn bedrijven van de hand gedaan, maar de rest van de zeugenhouders zaten vervolgens in onzekerheid over hoe de stallen er dan wel uit moesten zien, want daarover was de politiek het niet eens. Aan die onenigheid is nu met het besluit van de Bondsraad een eind gekomen.Lees verder onder fotoIn deze Duitse stal zitten de biggen niet bij hun moeder in een hok, maar rennen door de hele afdeling heen. - Foto: Hans PrinsenOvergangstermijn van acht jaarDe nieuwe wet komt erop neer dat de boxen in de dekstal met een overgangstermijn van acht jaar helemaal verdwenen moeten zijn. In de kraamstal mogen de zeugen nog wel in boxen worden ondergebracht, maar hooguit vijf dagen bij het werpen en daarna. De overgangstermijn in dit geval is vijftien jaar. Over acht jaar mogen de zeugen afgezien van de tijd in de kraamstal alleen nog in groepshuisvestingsstallen worden gehouden. De ruimte per dier in de groep is minimaal 5 vierkante meter. De nieuwe regeling is gebaseerd op een politiek compromis, maar desondanks gaat deze relatief ver.De mogelijkheid dat de zeugenhouders de aanpassing aan de eisen op hun beloop kunnen laten in de hoop op uitstel denken de politici te voorkomen door diverse aanvullende eisen. Zo moeten ze drie jaar na het van kracht worden van de wetgeving een verbouwingsplan hebben opgesteld en na nog eens twee jaar dient er een bouwvergunning te zijn aangevraagd. Zeugenhouders die het bedrijf willen beëindigen, moeten dat bijtijds laten weten en dat schriftelijk laten vastleggen. Zij kunnen dan nog een paar jaar door werken zonder verbouwingsverplichtingen.Investeringssubsidie beschikbaarDe nieuwe regeling is gebaseerd op een politiek compromis, maar desondanks gaat deze relatief ver. Boerenfederatie Deutscher Bauernverband (DBV) meent dat de regels pijn doen en zullen leiden tot een drastische structuurontwikkeling die ten koste zal gaan van de kleinere en middelgrote familiebedrijven. Het DBV noemt geen cijfer, maar er circuleren geluiden dat 30% van de zeugenhouders ermee gaan stoppen en dat er straks nog meer biggen zullen moeten worden geïmporteerd uit Nederland en Denemarken dan nu al het geval is. Daar staat tegenover dat Berlijn € 300 miljoen aan investeringssubsidie in het vooruitzicht heeft gesteld om de zeugenhouderij bij de aanpassingen te ondersteunen. De grote varkenshoudersorganisatie ISN, die uiteraard ook niet bepaald enthousiast is over de zaak, ziet de subsidie als een positief punt, maar vindt de overgangstermijn erg krap. Belangrijk voor de ISN is niettemin dat er een eind is gekomen aan de jarenlange planningsonzekerheid.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









