Wiersma schuift plan grondgebondenheid opnieuw vooruit

Politiek is er een ruime meerderheid voor grondgebonden melkveehouderij, ook is met de Europese Commissie afgesproken dat de melkveehouderij in 2032 grondgebonden is. Hoe dit ingevuld gaat worden, is nog niet duidelijk. Foto: Ruud Ploeg
Demissionair landbouwminister Femke Wiersma komt op korte termijn niet met een plan hoe ze grondgebondenheid in de melkveehouderij gaat invullen. In eenbriefaan de Tweede Kamer schrijft de minister dat ze nog niet met een voorstel kan komen, omdat er nog onderzoeken lopen waar ze op wil wachten.
Wiersma had in haar routekaart naar grondgebondenheid toegezegd uiterlijk op 31 juli met een voorstel te komen voor grondgebondenheid, nadat de Tweede Kamer hier per motie om had gevraagd. Met de Europese Commissie heeft Nederland in de derogatiebeschikking afgesproken dat de Nederlandse melkveehouderij vanaf 2032 grondgebonden is.
Hoe deze grondgebondenheid geregeld gaat worden, is nog niet bekend. Voormalig landbouwminister Piet Adema stelde vorig jaar, in het vervolg op de onderhandelingen in het landbouwakkoord, voor om een graslandnorm in te voeren van 0,35 hectare per grootvee-eenheid (GVE). Wiersma nam dit voorstel niet automatisch over. Haar partij is zeer kritisch over het invoeren van verplichte grondgebondenheid. De minister wilde daarom eerst een reek onderzoeken laten uitvoeren naar de uitvoerbaarheid en economische gevolgen van invoering van verschillende niveaus van grondgebondenheid, voor zowel individuele melkveebedrijven als voor de totale zuivelketen. Deze rapporten zouden eind mei afgerond zijn, waarna de minister uiterlijk 31 juli een besluit zou nemen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










"Grondgebondenheid" is een middelvoorschrift dat slecht past bij doelsturing en dat innovatie belemmert. Het middel draagt niet bij aan de vereenvoudiging van het landbouwbeleid, noch aan verhoging van de concurrentiekracht van de sector.