Voormalig Oost-Duitsland vooral interessant voor de pioniers
Een groot varkensbedrijf opzetten in het oosten van Duitsland is verleden tijd. Toch is het gebied nog interessant voor degenen die vlak na de val van de muur daarheen trokken.

Sarah van den Berg en Dirk Thijssen hebben recent de stap nog gezet en zijn hun eigen zeugenbedrijf gestart in het Oosten van Duitsland. Een bewuste keuze die goed uitpakt tot dusver. Foto: Mark Pasveer
Het voormalige Oost-Duitsland is niet meer het walhalla voor diegene die het avontuur niet schuwen en grootschalig varkens willen produceren. Niettemin is dit deel van Duitsland nog steeds een aantrekkelijk gebied om varkens te houden. Ten eerste omdat mest daar gevraagd is. Akkerbouwers komen de mest om niet halen. Dat is een zorg minder en scheelt veel geld. Een tweede pluspunt is de diergezondheid. De bedrijven liggen ver uit elkaar. Veel ondernemers houden al twintig jaar of meer onafgebroken varkens met een hoog gezondheidsniveau.
Mest en diergezondheid schelen op jaarbasis zomaar € 300 per zeug. In Nederland kost mestafzet momenteel zo’n € 35 per ton. De productie per zeug is vijf kuub per jaar. Dat scheelt dus € 175 per zeug per jaar. De biggenprijs is doorgaans een paar euro hoger met grote koppels spf-biggen en de gezondheidskosten zijn lager. Mest en diergezondheid zijn twee zaken die flink van invloed zijn op de marge van een varkensbedrijf.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









