Veel extra rendement met 100% ureummeststoffen

Foto: Hans Prinsen
Maatschap Ter Maat stapte in 2020 over op 100% ureummeststoffen op gras. Dat heeft bijgedragen aan 172.461 kilo meer melk en € 53.000 extra opbrengst.Op 22 februari 2021 spoot loonbedrijf Baks vloeibare meststoffen op grasland van maatschap Ter Maat in Ruurlo. “Dit jaar komen er op de eerste drie sneden gras opnieuw vloeibare 100% ureummeststoffen. Vorig jaar zijn we hiermee begonnen en dat beviel erg goed, want de koeien geven meer melk en dat levert extra rendement op”, zegt Gerwin ter Maat. Tekst gaat verder onder foto en kader
Gerwin ter Maat heeft een melkveebedrijf in Ruurlo (Gld.) - Foto's: Hans PrinsenHet bedrijf van Ter Maat van bovenaf gezien.Maatschap Ter Maat in Ruurlo (Gld.)Bedrijfsgegevens
285 melk- en kalfkoeien
130 stuks jongvee
111 hectare grond in gebruik
90,5 hectare gras
17,5 hectare aardappelen
3 hectare mais
9.500 kg melk per koe per jaar
4,57% vet
3,60% eiwitIdee in februari 2020 geborenHet idee om het grasland anders te gaan bemesten, is geboren in februari 2020 via een informatieavond, georganiseerd door Baks. “Tijdens die avond kwam ik in contact Wim Jaspers, ruwvoerspecialist van Agrowin, die een inleiding hield. Zo is de bal gaan rollen”, vertelt Ter Maat. Bemesting verbetert graskwaliteitOp basis van de graskuilanalyses in 2019 bleek dat Ter Maat het eigen geteelde eiwit niet goed kon benutten. “Deze kuilen bevatten te veel ruw eiwit, onbestendig eiwit, nitraat en zwavel en te weinig suikers, zuren, kobalt en selenium”, vertelt Ter Maat. Adviseur Jaspers geeft aan dat reguliere korrelmeststoffen vaak te veel nitraat en zwavel bevatten. “Zwavel is belangrijk, maar er wordt soms 100 kilo zwaveltrioxide (SO3) gegeven, terwijl gras tussen 30 en 40 kilo SO3 onttrekt”, zegt Jaspers. “Te veel zwavel in een graskuil verdringt koper en selenium. Dat moet worden voorkomen, want koper is nodig voor een goede energiehuishouding in de pens en selenium voor gezonde en vruchtbare koeien.” Tekst gaat verder onder de foto De koeien van Ter Maat konden uit de graskuilen van 2020 veel meer energie halen dan uit de kuilen van 2019 en dat leverde veel meer melk op.Meer uit eigen ruwvoer halenTer Maat wil meer uit zijn eigen ruwvoer halen en de eiwitbenutting verbeteren. In 2020 zijn daarvoor de eerste drie sneden gras anders bemest. Daarvoor is een vloeibare 100% ureummeststof op alle grasland gebruikt, waaraan ook kobalt en selenium zijn toegevoegd. Daarmee is de kwaliteit van zijn graskuilen in 2020 verbeterd. Een betere DVE/OEB-verhouding, minder nitraat en zwavel en meer gevormde zuren, suiker, kobalt en selenium. “De kuilen waren beter in balans qua energie, eiwit en spoorelementen. De berekende VEM van deze kuilen was iets lager dan in 2019. Maar uit de hogere melkproductie, blijkt dat onze koeien er meer energie uit halen. Een lager ureumgehalte laat een hogere eiwitbenutting zien.” Verbetering productieTer Maat voert zijn koeien vanaf 2010 twee keer daags een gemengd TMR-rantsoen dat graskuil, tarwegistconcentraat, mais, geplette gerst en een maatwerkmeel met soja-raap bevat. De maten verstrekken geen krachtvoer, ook niet in de melkstal. In de zomer is een deel van de graskuil vervangen door de opname van vers gras via weidegang. Tekst gaat verder onder de foto Vloeibare 100% ureummeststoffen bevatten geen nitraat en dat geeft een hogere stikstofefficiëntie en meer DVE in graskuil.Besparing mogelijk “We voeren nu 6 kilo droge stof graskuil en 6 kilo droge stof mais per koe per dag. Om meer eigen gras te benutten, wil ik graag naar 10 kilo droge stof graskuil per dag. Als dat lukt met een betere graskwaliteit, is een besparing op aankoop van soja-raap mogelijk”, zegt Ter Maat. In december 2019 produceerden de koeien van Ter Maat 27,3 kilo melk per dag. In december 2020 was dat 32,0 kilo melk per dag. Het vetpercentage ging van 4,58% naar 4,55%. Het eiwitpercentage steeg van 3,68% naar 3,74%. Meer melk met hetzelfde aantal koeienIn 2020 produceerden de koeien van Ter Maat 172.461 kilo melk meer met hetzelfde aantal koeien (gecorrigeerd voor de productie van 8 koeien meer in 2020 ten opzichte van 2019). “In de cijfers zagen we verbetering optreden vanaf april 2020. Dat was het moment dat onze koeien vers gras zijn gaan vreten op percelen waar de nieuwe bemestingsstrategie is toegepast”, zegt Ter Maat. Vanaf augustus 2020 is hij de graskuil van de eerste snede 2020 gaan voeren. De rantsoenen zijn in beide jaren op een gelijk energie- en eiwitniveau geoptimaliseerd. In de fokkerij en in lactatiestadium is tussen beide jaren ook niets veranderd. Tekst gaat verder onder de foto Loonbedrijf Baks in Borculo bemest het grasland van Ter Maat met vloeibare 100% ureummeststoffen om de graskwaliteit te verbeteren.KanttekeningenTer Maat plaatst twee kanttekeningen bij de stijging in melkproductie. “De maiskwaliteit was in 2020, met 358 zetmeel en 38,5% droge stof, beter dan de maiskwaliteit in 2019 met 281 zetmeel en 31,9% droge stof. Maar dat kan het grote productieverschil tussen beide jaren niet geheel verklaren. Bij 6 kilo droge stof uit snijmais is dat maar 0,66 kilo maismeel.” RangordegevechtenOok het bij elkaar brengen van twee verschillende veestapels had invloed op het productieniveau. In november 2018 kwam de gekochte veestapel van de buurman erbij. “Dat leverde door rangordegevechten veel stress op, waardoor de productie begin 2019 daalde met gemiddeld 800 liter per koe. Maar eind 2019 was dat al bijna weer terug op het oude niveau.” Tekst gaat verder onder de foto Gerwin ter Maat en zijn ruwvoeradviseur Wim Jaspers zien een verbetering van de graskuilen in 2020 door een andere bemestingsstrategie.Kosten en batenIn 2020 leverde de nieuwe bemestingsstrategie Ter Maat een hoger bedrijfsrendement op. Na correctie voor het aantal koeien was de melkproductie in 2020 172.461 kilo hoger dan in 2019. Bij een melkprijs van 35 cent per liter, leidde dat tot een extra melkopbrengst van € 60.361. Door de verbeterde stikstofefficiëntie was 252 kuub minder mestafzet nodig en dat bespaarde € 3.780. De kosten van kunstmest in 2019 en 2020 waren gelijk. Er is wel € 4.673 extra uitgegeven aan selenium en kobaltbemesting en € 6.441 aan loonwerkkosten. “Dat zijn forse extra kosten, maar netto houden we er toch ruim € 53.000 extra aan over. Investeren in beter ruwvoer betaalt zich duidelijk terug en daar gaan we zeker mee door”, zegt Ter Maat.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









