‘Van opa leerde ik doorpakken en niet treuzelen’
Waar voor Pieter veel draaide om handelen in grond en mest, ligt voor Tijn de uitdaging in het voortzetten van het bedrijf binnen alle regelgeving. Wat ze gemeen hebben: “We zijn allebei aanpakkers.”

Het bedrijf heeft zowel een volwaardige melkvee- als akkerbouwtak. Hierdoor is het toekomstbestendig, zegt Tijn. Foto’s: Peter Roek
Tijn van Loon (22) zit sinds 2022 met zijn vader Kees in maatschap. Ze hebben een bedrijf met 310 melkkoeien en jongvee in Rilland (Zld.) en een akkerbouwtak van 130 hectare met poot- en consumptieaardappelen, plantuien, suikerbieten en tulpen. Daarnaast hebben ze nog 120 hectare gewassen voor het voer van de koeien. Pieter van Loon (84) begon in 1968 een gemengd agrarisch bedrijf. Hij deed ook veel in de handel van paarden, mest, grond en melkquotum. Pieter is nog steeds dagelijks te vinden op het bedrijf.
Opa Pieter
"De grootste verandering die ik in mijn loopbaan heb meegemaakt, was de omschakeling van 1 pk naar 200 pk. Toen ik voor mezelf begon, deed ik alles te paard: ploegen, zaaien, naar het dorp gaan. We hadden geen auto of machines. Na twee jaar kocht ik een Ford 2000. Later was ik wel een voorloper in mechanisatie: als eerste in de regio had ik een mengvoerwagen, maar de handel in paarden bleef.
Van oorsprong kom ik uit Chaam in Brabant. Ik ben opgegroeid op een gemengd bedrijf, zoals alle boeren dat toen hadden. Mijn vader verongelukte toen ik 21 was en daarna nam mijn jongere broer het over. Ik bleef met lege handen achter. Maar ik leerde mijn vrouw kennen en het bedrijfje van 13 hectare van haar ouders konden wij overnemen. Daarnaast werkte ik bij een aannemer.
Als agrarisch ondernemer nam ik grote risico’s. Ik was altijd bezig met handelen: in paarden, mest, grond en melkquotum. In mijn tijd legde minister Braks de basis voor mest- en fosfaatrechten. Daardoor bouwden er veel Brabanders varkensstallen in Zeeland. Ik hield zelf 120 zeugen en 1.000 mestvarkens.
Ze zeggen weleens: waar de shovel is, is opa
Hier in Zeeland zijn we in 1990 begonnen met akkerbouw en melkvee. We zijn verhuisd omdat we meer kansen zagen in Rilland. We zijn toen jaarlijks verder gegroeid. Er was ook een bedrijf te koop in Zeeuws-Vlaanderen, maar dat vond ik te ver weg van Brabant. Het lag ook te veel in niemandsland. Het voordeel van de plek hier, is dat deze vlak bij een dorp en de snelweg ligt.

Ik ben nog dagelijks bezig op het bedrijf met voeren en ik doe veel werkzaamheden met de shovel. Ze zeggen wel eens: waar de shovel is, is opa. Ik vind dat Tijn de zaken goed oppakt. We zijn allebei aanpakkers. Ik moest vroeger zeven dagen per week werken. Daarna kon je best de kroeg in, maar de volgende dag moest je wel weer aan de bak. Dat harde werken zie ik bij Tijn ook.
Ik heb altijd veel anderen geadviseerd, en heb het idee dat boeren elkaar tegenwoordig minder helpen en gunnen. Terwijl samenwerking juist belangrijk is. Ook vind ik het jammer dat het sociale dorpsnetwerk van boeren een beetje is weggevallen. Vroeger ontmoette je elkaar in de kerk, het café, er waren boerenbonden en boerenbiljartclubs. Tegenwoordig is dat steeds meer per regio. Maar ik leg gelukkig makkelijk contact. Overal waar ik kom, is er wel iemand die ik ergens van blijk te kennen."
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









