Van goed naoberschap naar Innovatieregio

Foto: Joke Kranenberg
Het project de Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA) wordt wel eens gezien als de moeder aller kringloopprojecten. Minister Schouten haalt VKA aan als een belangrijk voorbeeld in haar toekomstvisie, en onlangs kreeg de Achterhoek de officiële titel ‘Innovatieregio’.De koeien van Henk Jolink staan aan het eind van de middag te dringen voor de melkstal. Ze hebben de dag op stal doorgebracht en mogen na het melken naar buiten. “Met die hitte van een paar weken terug zijn we overgegaan op nachtbeweiding. Dat hebben we nog niet teruggedraaid. Het bevalt goed, en koeien houden nu eenmaal van een beetje vastigheid”, lacht Jolink.Ik ben geen boer voor de hobby, er moet ook geld worden verdiendDe Achterhoeker doet er alles aan om zijn bedrijf optimaal te laten draaien. Net als alle andere 349 melkveehouders die zijn aangesloten bij het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA). Voor zijn collega Stefan te Selle was het de belangrijkste motivatie om in 2016 aan te haken: “Ik wil de technische resultaten verbeteren, en daardoor de rentabiliteit van mijn bedrijf steeds verder vergroten. Ik ben geen boer voor de hobby, er moet ook geld worden verdiend.”Stefan te Selle (r.) en Henk Jolink. - Foto: Joke KranenbergDuurzaamheid hot maar vaagVruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA) ontstond in 2014. Duurzaamheid was destijds een hot thema. Maar ook heel breed en nog weinig concreet. LTO Gelderland had net een visie geschreven, en wilde daarmee meer invulling geven aan het begrip. Bovendien was de Kringloopwijzer net klaar, een prachtig instrument om concreet mee aan de slag te kunnen gaan. Er werden doelen mee gedefinieerd, geanalyseerd en gemonitord. “Dat gaf focus”, zegt Jolink. “Dat heb je nodig om in beweging te komen en succesvol te kunnen zijn.” Ieder zag zijn eigen belang, en er zat een grote gemene deler in die belangenDe inspanningen van de Achterhoekers bleven niet onopgemerkt. De provincie zag in de visie ook haar eigen belangen verwoord en haakte aan. En zo ging het ook met waterschap Rijn en IJssel en waterbedrijf Vitens. Eigenlijk met alle projectpartners. “Ieder zag zijn eigen belang, en er zat een grote gemene deler in die belangen. Dan kun je beter samenwerken, zodat je elkaar kunt versterken en helpen. Zoals dat gaat bij goed naoberschap”, vertelt Jolink. StudiegroepenIn studiegroepen van 12 tot maximaal 14 deelnemers worden de resultaten van de Kringloopwijzer per bedrijf besproken. En daarnaast is er ruimte voor enkele andere actuele thema’s. Zo leren deelnemers van elkaar en vergaren ze kennis. Kennis die de bedrijfsresultaten ten goede komt. Concreet heeft VKA al heel wat opgeleverd: de CO2-voetafdruk is met 20% gedaald ten opzichte van het beginjaar 2014. En de helft van het grondwater onder de percelen van de projectdeelnemers voldoet aan de nitraatrichtlijn, de andere helft is er bijna.Foto: Hans PrinsenVan project naar vereniging Vruchtbare Kringloop AchterhoekProjectdeelnemers: 350 melkveehouders en 25 loonwerkers
Projectpartners: Provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel, Vitens, LTO Noord, Rabobank, ForFarmers, FrieslandCampina.
Projectdoel: verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit en efficiënter omgaan met mineralen op het melkveebedrijf.
Vereniging: eind 2019 loopt het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek af. Vanaf 2020 zal VKA als zelfstandige vereniging verdergaan. Half augustus start de ledenwerving. Projectdeelnemers zijn niet automatisch lid. Alle projectpartners is inmiddels gevraagd zich als lid aan te melden. In september trapt de vereniging af met een grote inspiratiebijeenkomst: Meer Eiwit van Eigen Land. Naast de Achterhoek kennen ook andere regio’s dergelijke netwerkorganisaties: Noord-Nederland, Groningen, Noord-Holland, Overijssel, Gelderland en Brabant.Biodiversiteit en eiwitAmbities liggen er voldoende. Er is dan ook een heel scala aan projecten waar de vereniging mee verder kan als het huidige project aan het eind van dit jaar stopt. Twee belangrijke thema’s springen eruit: biodiversiteit, en Eiwit van Eigen Land (EEL). Dat laatste bekijkt VKA vanuit de teelt en de benuttingskant, dus in de koe. Het is ook het onderwerp van de aftrapbijeenkomst in september. Daarnaast loopt Kunstmestvrije Achterhoek: een project waarbij overschotmest via vergisting en een speciaal procedé bij Groot Zevert in Beltrum wordt omgezet in groene weidemeststof, als vervanger voor stikstofkunstmest (kas). Daar doen 70 bedrijven aan mee. Er is nu een ontheffing voor drie jaar om daarmee te experimenteren. 2018 was het eerste jaar. Vervolgens is er nog de verzelfstandiging van proefboerderij De Marke in een coöperatie – boeren kunnen mede-eigenaar worden door certificaten te kopen – en de verzelfstandiging van VKA als vereniging zelf.‘Landbouw denkt niet in ambtstermijnen van 4 jaar’Henk Jolink, voorzitter van de stuurgroep en Stefan te Selle, bestuurslid van de vereniging, blikken terug en vooruit.
Hoe zien jullie de Vruchtbare Kringloop Achterhoek in het licht van de visie van Schouten of in relatie tot kringlooplandbouw?
“Landbouw is per definitie iets van kringlopen”, zegt Te Selle. Jolink: “De visie van Schouten is in die zin niets nieuws. De landbouw denkt niet in termen van politieke ambtstermijnen van 4 jaar, wij zijn veel meer bezig met de lange termijn; we denken in generaties.”
Te Selle vult aan: “We hebben overeenstemming over de doelen, daar gaan we niet over in discussie. Wij willen echter wel graag ruimte in de manier waarop we die doelen gaan realiseren, en gaan daar graag over in gesprek met het ministerie.
Jolink: “Daar ervaren we ook echt wel verandering. Juist doordat we nu als Achterhoek officieel zijn uitgeroepen tot Innovatieregio.”
Wat betekent dat voor jullie?
Te Selle: “We hopen dat we zo wat ruimer en makkelijker kunnen bewegen in het keurslijf van wet- en regelgeving. LNV was erg verrast over wat we hier al doen. Ze zeiden: jullie lopen 5 tot 6 jaar voor. En we horen ook: als jullie aangeven dat jullie het anders willen, en jullie gegevens tonen aan dat dat inderdaad kan, wie zijn wij dan om te zeggen dat het niet zo mag.”
Jolink: “Ja, dat is een heel andere teneur dan jaren geleden. Toen ging het meer over gij zult en moet. Beleid remt ons vaak af in wat we kunnen en willen. En dat kunnen we nu ook aantonen met praktijkdata van bijna zes jaar. Dat is enorm waardevol.”
Zijn er concrete voorbeelden te noemen?
Te Selle: “Bijvoorbeeld de stikstofeis van maximaal 230 kilo op zandgrond. Uit de gegevens die we de afgelopen zes jaar hebben verzameld, blijkt dat het verantwoord is om tot 270 of 280 kilo met organische mest te gaan op zandgrond. Maar dat mag niet. Het gevolg is dus dat we mest moeten afvoeren, terwijl we dan weer wel kunstmest aan mogen kopen. Zo verschralen we de bodem. Dus als we een ontheffing kunnen krijgen en meer organische meststoffen mogen opbrengen, dan is dat aan alle kanten positief. Het heeft positieve gevolgen voor de bodemvruchtbaarheid, je hoeft minder mest af en minder kunstmest aan te voeren. Dus het pakt ook financieel positief uit voor de sector, en Vitens en het waterschap zien geen nadelige gevolgen voor hun schoonwaterdoelen. Dus goed voor bodem, boeren en burgers. En dan hebben we de cirkel weer rond.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









