Uitdaging van gemengde tomen in grote groepen
Gespeende biggen houden in grote groepen door tomen te mengen na het spenen blijft een discussiepunt. Dierenwelzijnsregels prijzen grotere koppels gespeende biggen aan, maar in het kader van diergezondheid zijn er ook risico’s die pleiten voor kleinere groepen.

Meerdere tomen in een vrijloopkraamhok. Een risico voor de diergezondheid, maar het biedt meer dierenwelzijn. Deze vorm van huisvesten heeft ook voordelen voor de big na het spenen. Als de biggen in grote groepen in een hok komen, kennen ze elkaar en zijn er geen rangordegevechten meer. Foto: Ton Kastermans Fotografie
Bedrijven die meedoen aan welzijnsconcepten of die produceren volgens de eisen van het Beter Leven-keurmerk (BLk), houden meestal de gespeende biggen in groepen van meer dan veertig dieren per hok. Voor het varken is de ruimte in een grote groep relatief gezien groter dan in een kleine groep in een kleiner hok. Voordeel voor de zeugenhouder hiervan is dat je meer dieren mag houden op hetzelfde oppervlak. De ruimte per dier mag in grotere groepen 10% kleiner zijn. Met de beperkingen van het bouwblok en vergunningverlening voor nieuwbouwmogelijkheid kiezen ook veel gangbare-zeugenhouders voor grotere groepen. Niet alleen bij nieuwbouw, maar ook bij bestaande stallen.
Wettelijk gezien geldt voor het houden van gespeende biggen een minimale oppervlakte per dier. De gemiddelde oppervlakte per dier is afhankelijk van het gewicht van het varken. Voor biggen van 15 tot 30 kilo levensgewicht geldt volgens de Welzijnswet dieren een norm van 0,30 vierkante meter per varken. Voor gespeende biggen in grotere groepen geldt een aangepaste norm.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Allemaal vakmannen en lekkere koffie😉