Uien zijn goed ondanks moeilijk teeltseizoen

Foto: Peter Roek
De uien liggen er wonderbaarlijk goed bij in de bewaarschuren, gezien alle ziekten en plagen die op de loer liggen. Het teeltseizoen verliep moeizaam, maar daar hebben telers goed op gereageerd.De uien die rond de jaarwisseling nog achter de planken liggen, zijn van prima kwaliteit. Fusariumvrij zijn ze tegenwoordig bijna nooit meer. De druk van de bodemschimmel is ook dit seizoen hoog, in de hand gewerkt door de grillige teeltomstandigheden. Dichtgeslagen grond, een probleem van dit voorjaar, werkt fusarium bijvoorbeeld in de hand. Verder komt een watervel af en toe voor. Zo’n ui heeft rechtop in de regen gestaan. De kiemrust ziet er doorgaans goed uit. Echte probleempartijen, bijvoorbeeld met bacterie of veel fusarium, zijn tijdig verkocht.
Controle van de kiemrust. Als de ui hier mooi wit is, is er niets aan de hand. - Foto: Ruud PloegEen rode ui met fusarium. - Foto: Ruud PloegVerkoopmogelijkheden zeer goedDe mogelijkheden om te verkopen zijn zeer goed geweest. De export was in de eerste helft van het seizoen gigantisch; recordbrekend met soms zelfs meer dan 40.000 ton per week. Hierdoor hebben veel uien al ergens op de wereld een plekje gevonden voor degelijke prijzen. Dat is in de Nederlandse bewaarschuren te zien. De voorraad vrije uien is in absolute tonnen zo’n 4% kleiner dan het meerjarig gemiddelde, zo blijkt uit de laatste voorraadmeting van Verenigde Telers Akkerbouw (VTA). Telers hebben pakweg 20% meer uien verkocht dan vorig jaar. De productie daarentegen is kleiner dan vorig jaar. Opbrengst zaaiuienDe gemiddelde bruto opbrengst van zaaiuien is in 2020 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 49,5 ton per hectare (2019: 50,3 ton per hectare). Boven de rivieren liggen de opbrengsten beduidend hoger dan in het Zuiden en de opbrengstverschillen zijn zowel landelijk als binnen teeltregio’s divers. Kwaliteit dik in ordeOndanks het lastige teeltjaar 2020 is de kwaliteit van de nu nog resterende uienoogst dik in orde. “Over het algemeen valt ons de kwaliteit erg mee”, zegt Jeroen Willemse van adviesbureau Delphy. “Over aardappelen maken we ons meer zorgen. In de uien leidt fusarium duidelijk tot meer tarra. Dat geldt voor het hele land. Iedereen heeft het erover. Wel of niet kunnen beregenen leidt tot verschillen in opbrengst; hier in het Zuidwesten zie je in Zeeland opbrengsten van 30 tot 35 ton tot uitschieters op Goeree-Overflakkee van 80 ton per hectare. Dat maakt nogal uit. Ook in bijvoorbeeld tripsdruk. Beregenen helpt daar heel goed tegen, je houdt je gewas aan de groei.”In de uien leidt fusarium duidelijk tot meer tarra. Dat geldt voor het hele landJeroen Willemse, adviesbureau DelphyGoede opbrengst, gezond productEen goede opbrengst gaat dan ook vaak samen met een gezond product. Mindere partijen zijn verkocht, dat is een van de oorzaken van de prijsdip medio december. De vraag is ook gering, verwerkers zijn even voorzien. Markttechnisch staat de uienhandel dankzij de bijzonder goede wereldwijde afzet en prima kwaliteit er dus erg goed voor. De weekafzet voor de tweede helft van het seizoen moet met de resterende uien naar schatting zo’n 12.000 ton zijn. De enige onzekere factor is de afzet: welke landen kopen Nederlandse uien in de tweede helft van het afzetseizoen?Jaap Monster (39) is akkerbouwer in Biddinghuizen (Fl.). Zijn bouwplan omvat 130 hectare. De kleigrond is gediepploegd en nu 20 tot 25% afslibbaar. - Foto: Ruud Ploeg‘Kleur van de uien is mooi en fusarium is een heel eind ingedroogd’De bewaarschuur ruikt naar sinaasappel. Komt door het kiemremmingsmiddel Argos, waarmee de aardappelen worden bewaard nu Chloor IPC niet meer mag. Jaap Monster trekt een schuifdeur naast de aardappelen opzij en daar komt een mooie berg uien tevoorschijn.
Alleen gele, want rode behoren volgens Monster vanwege de kwetsbaarheid in kisten en die heeft hij niet voor de uien. En bovendien, met gele uien is ook een goed saldo te behalen en focus leidt vaak tot een beter resultaat. Via een ladder klimmen we erop. “Ze hebben iets meer fusarium dan normaal”, analyseert Monster. “Dat is inmiddels al aardig ingedroogd. De kleur van de uien is mooi. Dat is een kenmerk van uien van deze gediepploegde grond; ze zijn altijd mooi genoeg voor de retail. Deze kunnen best hier in de supermarkt komen te liggen.”
Het feit dat ze onder mooie omstandigheden, begin september, zijn gerooid helpt natuurlijk ook. De uien konden buiten drogen, tot ze rond 19 september werden geladen. Monster schat de opbrengst op 68 ton per hectare. Doordat fusarium nog aan het indrogen is, liggen de uien er niet superscherp bij. De temperatuur is 8,5 graden; met buitenlucht draaien gaat nu niet. Zodra het vocht eruit is, knisperen de uien nog wat harder dan nu.
Behalve dat fusariumpje hier en daar, en af en toe een bout, zijn er kwalitatief weinig bijzonderheden te bespeuren. De kiemrust is in orde. Dankzij een homogene gewasstand was het toepassen van de kiemremmer MH goed te doen. De uien hebben een grofte van zo’n 60%. Het ruikt fris in de bewaring, hoewel de Argos daar natuurlijk ook aan bijdraagt. Bij hem kwam trips afgelopen groeiseizoen amper voor. “Ik kon het gewas met beregenen aardig aan de groei houden, wat goed helpt tegen ziekten en plagen. Ook heb ik preventief twee keer Movento en één keer Tracer ingezet, want in deze hoek van de polder komt trips best veel voor.”
De helft van de uien is reeds verkocht, op levering maart. “Ik heb geleerd om mee te doen als er muziek in de markt zit. Eind oktober greep ik een bod van 22 cent per kilo aan. Dat was op dat moment boven de marktprijs. Voor de andere helft zie ik het positief in. Anders had ik ze natuurlijk al verkocht. Er zijn al zoveel uien geëxporteerd. Ik zie de prijs nog wel boven de 30 cent uitkomen.”
Bedrijfsgegevens
130 hectare akkerbouw
22 hectare uien
68 ton per hectareTeelt vol uitdagingenDe florissante afzet komt na een teeltseizoen vol uitdagingen. De uienteelt was afgelopen seizoen het lastigst op de klei. Al vanaf het prille begin, want door de slechte structuur was het moeilijk om een goed zaaibed te krijgen. Een winterperiode van maandenlange regen en opnieuw geen vorst, werd gevolgd door scherpe droogte. Veel extremer en onwenselijker wordt het niet. Een uniforme stand was dan ook verre van gebruikelijk. Dat is lastig op allerlei fronten, maar de toepassing van kiemremmer MH hoort dan zeker bij de grote uitdagingen. Dat is ook nu in bewaring een voornaam aandachtspunt: hoe is de kiemrust van de uien. Om dat te controleren, kan een kiemproef een graadmeter zijn.Kijken en snijdenBovenal is het kijken en snijden. Zit er onderin meerdere uien een groengeel puntje, aan de wortelkant? Dan is het oppassen geblazen. Zit er op die plek een kleine holte, dan is de situatie ideaal. Zie je hier uitlopers op je berg uien, dan ben je misschien al te laat. Zit er onderin meerdere uien een groengeel puntje, aan de wortelkant? Dan is het oppassen geblazenDit jaar lijkt de kiemrust prima. Over het algemeen heerst er in uien bewarend Nederland enige onrust over de kiemrust van de uien, door de structuurproblemen waarmee het teeltseizoen begon. Dat bleef je meestal terugzien in het gewas, in de vorm van een onregelmatige stand. Dat maakt het lastiger om de juiste timing van kiemremmer MH te bepalen. Ook al lijkt het nu goed, het is verstandig om kiem te blijven controleren voor een passende afzetstrategie.Trips lag op de loerTrips lag ook weer op de loer, afgelopen seizoen. Hier wordt steeds vaker preventief tegen gespoten. En uienvlieg is in intensieve teeltregio’s funest gebleken. De steriele insectentechniek van De Groene Vlieg wordt zoveel mogelijk ingezet, maar heeft onvoldoende capaciteit voor het hele areaal.
Vader en zoon Cornelis (53) en Jac van Eck (22) in Herkingen (Z.-H.) boeren in maatschap Agreck. Ze zitten in het laatste jaar omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering. Ze hebben 85 hectare in eigendom en zo'n 100 hectare tot hun beschikking. - Foto: Peter RoekJeroen Willemse van Delphy (midden) bekijkt de biologische uien in opslag van Cornelis van Eck (links) en zijn zoon Jac. - Foto: Peter Roek‘Dankzij de constante, gezonde wind is de ziektedruk hier laag’Door elk seizoen 1,7 kilometer aan slangen neer te leggen, kan de maatschap Agreck de gewassen beregenen met zoet water. “Hier in de grond is alles zout”, vertelt Cornelis van Eck.
Beregenen is zeker in de biologische bedrijfsvoering een vereiste, met gewassen als quinoa, uien en witlofpennen. Een gezond gewas is de beste verdediging tegen ziekten en plagen.
De uitdagingen van de biologische akkerbouw is de reden van omschakeling, vertellen Cornelis en zoon Jac in hun tot een soort van stamkroeg omgebouwde schuur. “Ik wilde iets anders en heb een opvolger die dat ook zag zitten”, verklaart Van Eck senior.
Daarmee kwam de uienteelt ook voor het eerst op hun pad. In 2020 teelden ze 6 hectare gele en 2 hectare rode bio-uien. Het teeltseizoen is een race tegen het onkruid. Het moment van afbranden is dan ook essentieel na het zaaien, dat dit jaar op 25 april plaatsvond met geprimed zaad voor een goede en uniforme opkomst. Daarna is het zaak om het gewas aan de groei te houden (regelmatig beregenen) en het onkruid te stoppen (inzet van medewerkers op het wiedbed).
Knoflookextract werd ingezet tegen insecten, toen emelten en ritnaalden de uien bleken te hebben ontdekt. “Verder is de ziektedruk laag, dankzij de gezonde wind die hier altijd staat.”
De uien zijn op 18 september door een loonwerker gerooid en op 23 september al bijna droog binnengereden. Daarna zijn ze opgestookt naar 30 graden om koprot te bestrijden en inmiddels teruggekoeld naar 2,5 graden. De opbrengst was netto pakweg 40 ton per hectare, voor beide kleuren. “Vooraf hadden we al besloten om ze sowieso tot na 1 januari te bewaren. We zijn zo goed als zeker van een afnemer. Die relatie zijn we nog aan het opbouwen. Dat is in de biologische sector nog harder nodig dan in het gangbare segment. Je hebt biologisch wat minder mogelijkheden in de vrije handel.”
De heren gaan regelmatig de kisten op om te snijden, snijden en nog eens snijden. Dat is de kwaliteitscontrole. De gesneden uien gaan in een emmer mee naar de keuken, waar ze worden gebruikt voor de maaltijd. De uien ruiken fris, zijn mooi van kleur en ritselen mooi. “Tegen trips hebben we het groene middel Tracer gespoten. Met het zoete water hielden we het gewas mooi aan de groei. We zijn tevreden over de kwaliteit.”
Bedrijfsgegevens
1:8 bouwplan
8 hectare uien
40 ton netto per hectareUienteelt lastigerDoor het wegvallen van middelen wordt de uienteelt steeds lastiger. Aan de andere kant neemt de animo ervoor toe. De ui is immers niet alleen wereldwijd een smaakmaker in het eten van consumenten, ook in de inkomens van akkerbouwers speelt de ui absoluut die rol. Kwaliteit vereist voor goede afzetKwaliteit is echter een vereiste voor goede afzet. En voor kwaliteit moet de teler steeds meer zijn best doen. Chemisch ingrijpen wordt steeds moeilijker, dus moet je van begin af aan het gewas zo weerbaar mogelijk maken met de beste verzorging. Gezonde bodem, goed uitgangsmateriaal en op tijd water kunnen geven, zijn een paar voorname basisingrediënten. Natuurlijke bestrijdingsmethodes zoals steriele insecten en de inzet van natuurlijke vijanden van plagen worden intussen steeds meer gemeengoed. Overal wel fusariumrotHet grootste – en toenemende – probleem is de bodemschimmel Fusarium oxysporum. Fusarium komt voor in een vroege en late vorm, legt Jaap Jonker van zaadfirma De Groot en Slot uit. “De vroege vorm herken je aan wit schimmelpluis en grijsverkleuring in de ui, boven de basaalplaat. Vaak zie je de aantasting al op het veld. Deze fusarium is nu een flink eind ingedroogd in de bewaring.”Late variantDe late variant is irritanter, zegt Jonker. “Je schuurt een gezonde ui in, die wit schimmelpluis krijgt in de bewaring. Deze ui blijft veel langer intact en levert daardoor meer tarra. Ook hiervoor geldt dat je moet blijven ventileren tot de ui helemaal is ingedroogd. Besmettelijk is fusarium overigens niet. Het vocht dat vrijkomt bij een bacterie-aantasting kan van de ene ui op de andere lekken. Daardoor wordt de gezonde ui vochtig, waardoor die alsnog in de tarra-bak kan belanden.”
Job Dogterom (29) is akkerbouwer in Oude-Tonge (Z.-H.) en werkzaam in maatschap Dogterom-Nowé samen met zijn ouders en drie broers. Het familiebedrijf bewerkt 240 hectare en heeft 50 hectare in eigendom. De grond is 15 tot 30% afslibbaar. - Foto: Peter RoekDelphy-expert Jeroen Willemse toont een ui met watervel. Onder de dikke schil zit veel vocht. - Foto: Peter Roek‘Bovengemiddelde opbrengst met meer aandacht voor het gewas’Een goudgele berg uien glimt ons tegemoet in de bewaarschuur. Vliegjes verraden dat fusarium ook deze partij niet heeft overgeslagen. “Dat is nog geen procent, hoor”, zegt eigenaar Job Dogterom.
Hij is er duidelijk over: deze berg moet de malaise in de fritesaardappelsector goedmaken voor het bedrijf. Gemiddeld telen ze 20 hectare uien, in 2020 viel het net even kleiner uit. Groei zit in de planning. “Volgend seizoen 25 of 30 hectare. Het is bij ons de laatste 10 jaar het meest renderende gewas in de akkerbouw. En het past in ons bouwplan; met uien ben je vroeg klaar, zodat we in oktober door kunnen met bloembollen planten.”
Dogterom teelt twee rassen, Hytech en Donna, om te ervaren welke het beste bij het bedrijf past. “Kilogevers, want we zijn geen echte lange bewaarders”, legt Dogterom uit. “Voor maart zijn we meestal leeg. Vanwege werkspreiding, risicospreiding en liquiditeit. Onze grond is wat lichter, dus de uien zijn minder goed bewaarbaar dan die van de klei. Dit jaar hebben we al twee derde deel af land verkocht voor 15,5 cent per kilo. De helft van wat in de schuur ligt is verkocht op januari, voor 22 cent.”
Aangezien het bedrijf de haspels heeft staan voor de tulpenteelt, is beregenen in het groeiseizoen vrij vlot geregeld. “We hebben tien keer beregend dit jaar; drie keer voor opkomst en zeven keer in het groeiseizoen. Wij zijn van de kleine giftjes, wat beter is voor het gewas. Vooral bij de opkomst moet je er bovenop zitten. Geprimed zaad gebruiken we niet. Dat vinden we duur in verhouding tot wat je ervoor terugkrijgt. Liever besteden we meer aandacht aan de teelt. Dat heeft in dit moeilijke teeltseizoen geleid tot een bovengemiddelde opbrengst. Het is natuurlijk nog even afwachten wat er netto uit de schuur komt.”
De Groene Vlieg bewaakt de druk van uienvlieg. Fusarium is hanteerbaar. Schot zien we niet. “Het meest homogene stuk van het perceel hebben we ingeschuurd. Daarop hebben we de meeste kans dat de MH is geslaagd.”
De uien kwamen begin september binnen en zijn bij 21 graden gedroogd. Ze zitten medio december op 9,5 graden en gaan naar 8 graden. “Ik wil de relatieve vochtigheid onder de 80 houden. Dat kan door elke dag iets in temperatuur te zakken.”
Bedrijfsgegevens
240 hectare grond te bewerken
15 hectare uien in 2020
10 keer beregendFusariumFusariumrot komt praktisch overal voor, variërend van hier en daar een aantasting tot best een groot aandeel fusariumuien. De vroege variant is eind december met veel ventileren een heel eind weggerot. Het bekende gezegde is: een bewaring is geen ziekenhuis. Daarmee wordt bedoeld: een ziek product komt er nooit gezond weer uit, dus pas op wat je binnenrijdt. Drogen, drogen en nog eens drogenMaar voor fusarium gaat dat eigenlijk niet op, mits je veel lucht door de partij blaast. Drogen, drogen en nog eens drogen. En geduld hebben. Als je de partij uien als patiënt beschouwt en die lijdt aan fusarium, dan kun je die patiënt genezen door hem goed te bewaren. Hij doet wel een jasje uit; het zieke deel rot weg, maar daarna komt er wel een gezonde partij uien tevoorschijn.‘Prima uien door voldoende aandacht’Jonker: “Na het inschuren zagen we verschillende problemen opduiken, maar met voldoende aandacht hebben de meeste telers dit goed opgepakt en zien we nu een prima kwaliteit uien in de schuren liggen.”
Jaap de Zeeuw (67) is akkerbouwer in Nagele (Fl.) in maatschap met zijn broer, diens zoon en een en een zakelijk partner. Ze hebben 550 hectare akkerbouw op kleigrond. - Foto: Ruud PloegJaap de Zeeuw op de kisten met uien. De kleur is mooi. Ze lagen voor de regen binnen. - Foto: Ruud PloegJaap de Zeeuw heeft een kiemproef opgezet om de kiemlust van zijn uien te controleren. Het ziet er vooralsnog goed uit.‘We zijn langbewaarders, maar worden toch wel steeds voorzichtiger’In de kantine staan zes kratten met uienmonsters op potgrond, een kaartje erin met de perceelsnaam. “Ze staan een beetje droog, zie ik”, zegt Jaap de Zeeuw, om gelijk met de koffiekan wat kraanwater te verdelen over de uien.
De akkerbouwer in Nagele wil uitsluiten dat de uien kiemlustig zijn. Daarom doet hij deze kiemproef. “Dit doen alle telers toch? Valt nog nog wel tegen? Oh, dat had ik niet gedacht. Het is zo simpel. En met anderhalve week ben je een stuk wijzer. Als de wortelkrans uit gaat lopen, moet je de partij niet lang bewaren.”
De Zeeuw heeft zelf het gevoel dat de kiemremming goed is geslaagd. “Met MH, ons wondermiddel.” Voor een snelle en uniforme opkomst koos De Zeeuw bij de teelt van rode uien voor geprimed zaad. Zaad van gele uien kiemt doorgaans makkelijker, is zijn ervaring.
Het kostte wat werk om een goed zaaibed te krijgen op de klei, die een ‘rottige structuur’ kende. Twee keer met de kopeg en een keer rollen. Hoewel dat laatste de boel toch wat te veel aandrukte, achteraf gezien. Dat kostte uniformiteit. De uien groeiden daardoor vrij grof; tegen de 60%. Dat is bovenop de kisten in de nieuwe bewaarschuur in Nagele goed te zien.
Ook fusariumuien zijn er wel te vinden, ze rotten rustig weg. De kleur van de uien is mooi, ze lagen op 24 september binnen. Net voor het ging regenen. De Zeeuw stookte ze op naar 30 graden, om koprot in de kiem te smoren. Daarna zijn ze terug gekoeld naar 10 graden in acht weken. Nu zitten ze in het proces naar 4 graden in drie weken.
“Wij zijn langbewaarders”, zegt De Zeeuw stellig. “De bewaaruien komen immers voornamelijk uit Flevoland.” Toch worden zij steeds voorzichtiger, want bewaren tot juni wordt niet altijd beloond. De markt kan instorten, maar de productkwaliteit ook. Dus verkoopt de maatschap uien in porties. Een deel zit zelfs in de pool dit seizoen. “En wij zijn niet eens poolmensen. Maar bij de hoeveelheden die wij telen, moet je risico spreiden.”
De helft van De Zeeuws uien zijn geel, de helft rood. Plantuien teelt de maatschap ook, 10 hectare. Dat was een goede teelt, omdat ze vroeg zijn afzet. Daarna zakte de markt in door overaanbod.
De rode zaaiuien zijn ook al verkocht, ze worden vanaf februari opgehaald voor 20 tot 23 cent per kilo. “Vorig jaar waren de rode uien eerst duur, waarop we hebben gewacht met verkopen. Toen verpestte corona de markt. Dat gaan we niet nog een keer doen. Door corona blijft de afzetmarkt nog onzekerder dan normaal.” De Zeeuw heeft voor de tweede helft van het seizoen dan ook meer vertrouwen in de markt van gele uien.
Bedrijfsgegevens
85 hectare zaaiuien
65 ton per hectare
50-60% grofte
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









