Zaai en groei

 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

Rassenkeuze

De ene teler kiest op basis van ervaring een uienras, de ander vaart op het advies van een vertegenwoordiger of andere adviseur en de volgende kiest elk jaar weer opnieuw. Een ras moet passen bij de teeltomstandigheden en het teeltdoel. 

Een goede leidraad bij de rassenkeuze is de Aanbevelende Rassenlijst, een jaarlijkse onafhankelijke beoordeling van uienrassen op allerlei belangrijke aspecten. De rassenproeven worden gedaan door UIKC bij een teler in Oostelijk Flevoland en Proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat. 

Wie vroeg uien op de markt wil brengen, kan voor vroege zaaiuien of plantuien kiezen. De latere rassen kunnen - als het goed is - de lange bewaring in, zelfs tot het volgende voorjaar.

 


Grondbewerking

De grondbewerking moet zodanig zijn dat bij het zaaien het zaad niet dieper komt te liggen dan 2 centimeter, maar wel op de vaste ondergrond. De ui vraagt een goed verkruimeld, ondiep zaaibed.

 

 

De tabel, op basis van meerjarige (oude) proeven, onderstreept het belang hiervan. Het gaat hierbij niet zozeer om de tonnen als wel om de grote gevolgen van te diep zaaien. Dit wordt in de praktijk weleens onderschat.

De kwaliteit van de voorjaarsgrondbewerking is sterk afhankelijk van het ploegwerk.

Diepte in cm Planten per m1 Opbrengst in tonnen per hectare
2,2 26 65
3,5 22 55
4,9 11 48

 

Terug naar boven ⤴


Bemesting

De behoefte van zaaiuien per ton opbrengst voor:

  • N = 2,0 kg (inclusief mineralisatie)
  • P = 0,9 kg
  • K = 2,4 kg

Decennia lang was het advies voor stikstof (N) 120 kilo per hectare. Op dit moment ligt het advies op 130 tot 135 kilo per hectare. Er is geen verband tussen de voorraad bodem-N op een diepte tot 30 cm en evenmin tot een diepte van 60 cm.

De afbeelding laat zien wat een gift tot 180 kilo per hectare met de ui kan doen.

 

Te veel N

Te veel N; de rokken liggen los. Zowel de blad- als bladloze rokken

 

Enkele voorbeelden van gebreken.

 

Kaligebrek

K(ali)-gebrek; let op de ontwikkeling van de bol.

 

Kaligebrek

K-gebrek - Takii in winteruien.

 

Mangaangebrek

Mangaangebrek; voor Mn-gebrek wordt vaak naar de kenmerkende gele strepen verwezen.

 

Mangaangebrek

Deze vorm van Mn-gebrek komt vaker voor.

 

Zwavelgebrek

Zwavelgebrek.

 

Uireka doet op dit moment onderzoek. De ontwikkelingen zijn hier te volgen.

 

Terug naar boven ⤴


Het zaaien

Een mooi uitgangspunt is een plantaantal van minimaal 750.000 planten per hectare. Een plantaantal lager dan 700.000 geeft een te onregelmatige sortering.

 

Plantuien worden gepoot. Het vullen van de plantmachine.

Zaaiuien worden gezaaid. Het vullen van de uienzaaimachine. - Foto: Peter Roek

 

Afhankelijk van de veldopkomst - die de teler zelf moet inschatten - kan met behulp van onderstaande tabel worden vastgesteld hoeveel eenheden per hectare nodig zijn. De veldopkomst is afhankelijk van zaken als zaadkwaliteit, bodembewerking en vocht. Voor een goede opkomst moet uienzaad op een vaste bodem worden gezaaid en heeft het water nodig voor de kieming. Verslemping en korstvorming zijn vaak fataal voor de gezaaide uien. Het gebruik van herbiciden heeft ook veel invloed op het uiteindelijke plantaantal.

 

Terug naar boven ⤴


Zaaizaadhoeveelheid

De definitieve opkomst wordt bepaald door de veldopkomst x de kiemkracht. Bovenstaand voorbeeld geldt voor een bed van 1,50 meter met 5 enkele rijen. Hieronder het aantal rijen bij een bepaalde bedbreedte met als uitgangspunt dezelfde aantallen strekkende meters per hectare.

Voorbeeld: om 750.000 planten per hectare te bereiken bij een definitieve opkomst van 75% (middelste kolom), zijn minimaal 22 planten per strekkende meter (m1) nodig (33.300 x 22 planten = 733.000 planten per hectare). Dit zijn 29 zaden per m1.

Wordt geteeld op bijvoorbeeld 2,25 meter met 8 rijen, dan zijn 21 planten per vierkante meter voldoende. Let wel: dit zijn de plantaantallen na onkruidbestrijding. Een definitieve opkomst van 85% wordt zelden gehaald.

Veldopkomst 70% 80% 90%
Kiemkracht 94% 94% 94%
Definitieve opkomst 65% 75% 85%
Eenheden per ha Zaden per m1 Planten per m1
3,0 23 15 17 19
3,5 26 17 20 22
3,8 29 19 22 25
4,0 30 20 23 26
  • 5 rijen op 1,50 m = 33.300 m1
  • 6 rijen op 1,80 m = 33.300 m1
  • 7 rijen op 2,00 m = 35.000 m1
  • 8 rijen op 2,25 m = 35.500 m1

Enkele zaairijen zijn te prefereren boven paarrijen, omdat de opkomst regelmatiger is.

 

Terug naar boven ⤴


Onkruidbestrijding

De onkruidbestrijding vraagt veel aandacht, omdat de ui vooral in de beginperiode een trage groei kent (kou). Bovendien heeft de ui een zeer geringe tolerantie voor contactherbiciden.

 

Onkruidbestrijding

 

Bodemherbiciden kunnen worden ingezet als het zaad gekiemd ligt en er de eerste 48 uur geen of nauwelijks regen valt (1). Dan volgt het zogenoemde afbranden (2) en in kramstadium (3) kunnen contactherbiciden worden ingezet. In dit stadium staat zo’n 70% van de planten boven. Vervolgens komen de uien in het vlaggenblad te staan; in deze fase kunnen geen contactherbiciden worden ingezet. Als het eerste echte blad een lengte heeft van 3 centimeter (4) kan worden begonnen met lage doseringen contactherbiciden. Spuit met een grove druppel en veel water, zodat zo weinig mogelijk spuitvloeistof aan het uienblad blijft hangen. Contactherbiciden met luchtondersteuning spuiten, kan alleen als de druppel grof blijft en de luchthoeveelheid kan worden geminimaliseerd tot zo’n 10%.

 

Terug naar boven ⤴


Beregenen

Uien zijn erg gevoelig voor een voortgang in groei die met horten en stoten gepaard gaat. Dat wil zeggen dat groeistilstand gevolgd door groei-explosies moet worden vermeden. Zo ontstaan vaak scheurtjes in de bolstoel, ook wel aangeduid als ‘scheurkontjes’. Water speelt hierin een belangrijke rol. In een periode met nat en donker weer groeit een ui nauwelijks. De ervaring leert dat een donkere augustusmaand weinig extra kilo’s geeft. In perioden met droogte speelt licht nauwelijks een rol. Immers, droogte betekent vaak zon en warm.

 

Het beregenen van uien.

Het beregenen van uien. - Foto: Mark Pasveer

 

Een veel gemaakte fout is dat te laat wordt begonnen met beregenen. Een tweede fout is dat na beregening bij blijvende droogte te lang wordt gewacht met een volgende gift. De ui verdampt per dag tot 8 millimeter. De verdamping is in het begin natuurlijk geringer, want de plant is kleiner. Vanaf begin juli moet rekening worden gehouden dat, afhankelijk van het weer, moet worden begonnen met beregenen.

Om groeistoten te vermijden, is het van belang met een volgende keer niet te lang te wachten. Als bijvoorbeeld 25 millimeter wordt gegeven bij een gemiddelde verdamping van 7 millimeter per dag, dan moet de volgende beregening bij blijvende droogte al na 4 of 5 dagen worden gegeven. In de praktijk is dit moeilijk. De installatie wordt immers ook in andere gewassen gebruikt.

Omdat aan beregenen behoorlijke kosten zijn verbonden, is het belangrijk het juiste moment zo goed mogelijk in te schatten. Hiervoor bestaan hulpmiddelen:

  • Tensiometer: deze bepaalt het vochtgehalte op worteldiepte. Bij een bepaalde waarde is het advies te beregenen.
  • Vochtsensoren: deze kunnen op verschillende diepten worden ingebracht. De gemeten gehalten worden omgerekend om het moment te bepalen.

Tevens bestaat er een zogenoemde vochtbalans en een systeem ‘beregenen op maat’.  Je goed laten informeren, is van groot belang.

 

Zaai en groei
Ziekten
Plagen
Oogst
Bewaring
Afzet
Uien home

Terug naar boven ⤴