Rauwe aardappelen pakten als veevoer niet goed uit, daarom stoomden boeren ze vroeger in grote ketels.
Deze foto is uit 1939. Een boerenpaard krijgt een pil.
In Nederland werd traag gemolken, zelfs met de machine.
Onder toeziend oog van belangstellende boeren ging rijtje voor rijtje de mais van de been.
In de knollenteelt ging enorm veel tijd zitten. Zaaimachientjes maakten uren verschil.
De wederopbouw na de oorlog, betekende voor boeren een onomkeerbare verandering naar mechanisatie.
De oogst was een enorme kluif. Biet voor biet moest met de hand gekopt, gelicht en uitgegraven worden.
Transportbanden brachten de zware strobalen tot bovenop de platte wagen. Het scheelde pijnlijke ruggen en zweetdruppels.
Nu blijft er na de oogst meestal geen korrel meer liggen, vroeger was dat anders. Een extra harkronde was nodig. Met de hand.
Halmen tot wel 2 meter lang waren vroeger juist gewild om er karton van te maken. Tot de maaidorser kwam ...