Stro, asbest, een betonvloer, wat ijzeren buizen en een schep voer, zo sober werd een kraamzeug vroeger gehouden.
Je zou de jaren zestig de roaring sixties voor de landbouw kunnen noemen.
Hier wordt druk gewerkt aan het inkuilen van bietenloof.
Met de komst van ligboxenstallen, stonden de grupstallen leeg. Veel boeren stalden er jongvee.
Nadat boeren overstapten op eerder spenen, steeg het aantal worpen. Het aantal biggen schoot daarna als een komeet omhoog.
Bij zwaar afkalven werd vroeger het kalf opgeofferd. Dankzij de keizersnede bleven koe én kalf leven.
Aan een licht sportpaard had men niets voor het zware boerenwerk. Spierbundels moesten erop zitten, en tussen de oren de wil om te werken.
Om ook de kleine bedrijven over te halen, kwam er in 1976 een subsidieregeling voor melkkoeltanks.
Door droogte was er voor veel koeien niks meer te vreten. Boeren die wel voer hadden, sprongen bij.
Gras moest versgemaaid in de silo waarna je er met een persplaat de lucht uit drukte.