Rechter: tanklokaal ten onrechte buiten LBV subsidie gelaten
Een melkveehouder uit het Noord-Brabantse Goirle is ten onrechte gekort op de subsidie die hij krijgt voor de beëindiging van zijn melkveebedrijf. Het landbouwministerie had ten onrechte het tanklokaal niet meegeteld bij de berekening van de oppervlakte.

In het kader van de LBV-subsidies wordt een tanklokaal soms ook meegerekend bij de oppervlakte van het dierenverblijf. Foto: Bert Jansen
De rechter zegt dat het tanklokaal in dit geval bij de stal hoort en dus vergoed moet worden. Dat scheelt de gestopte melkveehouder een bedrag van ongeveer €34.000. De totale vergoeding voor de stal wordt verhoogd tot €2.476.242,79.
Subsidie onterecht afgewezen
De Brabantse ondernemer wil zijn bedrijf omschakelen naar een paardenpension. Hij vroeg in november 2023 een subsidie aan op grond van de landelijke beëindigingsregeling voor veehouderijlocaties (LBV). De minister kende de subsidie toe, maar wees de aanvraag af voor het deel van de stal waar de machinekamer, het tanklokaal en de melktank stonden. Volgens de minister voldeed die ruimte niet aan de definitie van dierenverblijf. De ruimte viel buiten de buitenmuren van de romp van de stal, oordeelde de minister.
Maar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven ziet dat anders. De rechter stelt dat de minister ten onrechte een dubbele lijn voor een binnenmuur op de tekening van de stal heeft aangemerkt als een buitenmuur. De melktank stond buiten de buitenmuren van de stal, daar waren de minister en de veehouder het over eens. Maar de oppervlakte van het tanklokaal en de machinekamer vielen wel binnen de oppervlakte van de stal en moesten daarom wel bij de berekening van de subsidie worden meegeteld.








