Mastitis
163 resultaten
Weergave:

Jaarlijks krijgt ruim een kwart van de koeien minimaal een keer te maken met klinische uierontsteking.


Koeien die een acute en ernstige (coli-forme) mastitis doormaken in de periode tien tot dertig dagen na inseminatie, worden slechter drachtig vergeleken met koeien die geen klinische mastitis hadden in hetzelfde interval.


Een eerstekeusmiddel is effectief bij de behandeling van milde mastitis.


Vooral op gebied van uiergezondheid speelt de mate waarin een koe bevuild is een grote rol.


Bij kale hakken of melk uitliggen, krijgt de boxbedekking al snel de zwartepiet. Onterecht, aanpakken van andere oorzaken is ook nodig.


Veehouders moeten eerst onderzoeken met welke mastitisverwekkers zij op hun bedrijf te maken hebben. Afhankelijk daarvan kunnen zij gericht kiezen voor een contact- of barrièredip.


Streptokokken en E. coli worden in 40% van de gevallen aangetoond als verwekker van mastitis.


Koeien die geïnfecteerd zijn met E. coli kunnen ernstig ziek zijn. Snel ingrijpen met ondersteunende therapie, lijkt belangrijker dan toepassen van antibiotica.


Omgevingsgebonden mastitisverwekkers lijken de laatste jaren meer voor te komen. Voor een goede mastitisbehandeling en -preventie blijft bacteriologisch onderzoek belangrijk.

